PGGM moet meer risico's nemen bij beleggingen

ROTTERDAM, 5 JUNI. De inkomsten uit beleggingen zullen voor het Pensioenfonds voor de Gezondheid, Geestelijke en Maatschappelijke belangen (PGGM) in de toekomst steeds belangrijker worden, in verhouding tot de premie-inkomsten van het pensioenfonds.

Met de aanstormende vergrijzing van de Nederlandse bevolking lag het in de lijn der verwachtingen dat de uitkeringen van het fonds aan gepensioneerden de premie-inkomsten van de nog werkenden eens zouden inhalen. Die ontwikkeling voltrok zich de laatste jaren sneller dan verwacht. Directievoorzitter De Beus zei gisteren bij de presentatie van de jaarcijfers van PGGM dat vanaf volgend jaar meer geld het fonds verlaat dan er wordt ingelegd.

Dat betekent dat het groeiende gat tussen inkomsten en uitgaven zal moeten worden opgevuld met even snel groeiende beleggingsinkomsten. PGGM heeft nu al een belegd vermogen van ruim veertig miljard gulden, dat over 1991 ruim 3,5 miljard gulden opbracht. Het totaalresultaat uit beleggingen van gemiddeld 8,3 procent sinds 1970 is voor de directie van het fonds niet genoeg.

Daarom werd vorig jaar een beleid ingezet waarbij het accent meer wordt gelegd op beleggingen waarvan de directie van PGGM meer resultaat verwacht: vastgoed en aandelen. Op dit moment bestaat al 17 procent van alle beleggingen uit onroerend goed. 20 Procent bestaat uit aandelen. Tien jaar geleden was dat nog veel minder, respectievelijk 11 en nul procent. Over drie jaar moet het percentage aandelen zijn opgelopen tot gemiddeld 30 procent van de portefeuille. Vastgoed zal dan gemiddeld 20 procent van alle beleggingen uitmaken.

De groep van bedrijfstak-pensioenfondsen, waar PGGM deel van uitmaakt, belegt in de regel conservatief. PGGM loopt naar eigen zeggen nu al ver vooruit met de beleggingen in aandelen en onroerend goed. In de Verenigde Staten en Groot-Brittannië investeren pensioenfondsen veel meer in aandelen dan in ons land het geval is. Soms is tot tachtig procent van het fondsvermogen in aandelen belegd. De bedrijfspensioenfondsen in Nederland staan er in de regel ook om bekend wat meer risico te nemen voor een hoger rendement. Het Shell-pensioenfonds is daar volgens PGGM een voorbeeld van. Daar is volgens De Beus de Angelsaksische invloed het best te merken. Het nemen van meer risico legde dergelijke pensioenfondsen geen windeieren. Het Unilever-pensioenfonds, dat ook relatief veel in aandelen belegt, kende de laatste twee jaar dermate goede resultaten, dat de werknemers van het concern af en toe een maandje geen premie hoefden te betalen. Het is het succes van deze pensioenfondsen dat PGGM zich tot voorbeeld stelt.

De behaalde rendementen van de PGGM-beleggingen onder de loep genomen, blijkt de accentverlegging van vastrentende waarden naar aandelen en onroerend goed bij PGGM onlogisch. Over de laatste tien jaar brachten vastrentende waarden een gemiddeld rendement op van 9,4 procent. Deze vorm van beleggen rendeerde het best, maar wordt in de portefeuille van PGGM veel minder belangrijk. Het aandeel van de vastrentende waarden was in 1982 nog 65 procent, is nu 36 procent en moet verder naar beneden.

Onroerend goed steeg als onderdeel van de portefeuille van 11 procent naar 17 procent. Het gemiddelde rendement was over de laatste tien jaar 5,6 procent, beduidend lager dan dat van de vastrentende waarden. Met aandelen begon PGGM pas in 1983. Vorig jaar maakten ze 20 procent uit van de beleggingsportefeuille, en dat aandeel moet omhoog naar 30 procent. Aandelen rendeerden echter het slechtst, met gemiddeld 4,31 procent. Bovendien fluctueert de waarde ervan hevig. PGGM zet haar kapitaal in op de beleggingsvormen die de afgelopen tien jaar in de eigen portefeuille het slechtst rendeerden. De groeiende aandelenportefeuille van PGGM - vorig jaar 8,1 miljard gulden groot - fluctueert bovendien hevig in waarde, omdat het fonds in haar jaarverlag de actuele waarde meldt. Vorig jaar bedroeg het rendement bijna 15 procent; in 1990 was dat bijna 22 procent negatief.

Beleggingsdirecteur Wieringa blijft bij zijn hechte geloof in aandelen om de rendementen van de PGGM-beleggingen op te stuwen. Hij illusteerde dat gisteren tijdens de presentatie van het jaarverslag met de constatering dat sinds 1946 aandelen wereldwijd per jaar beter rendeerden dan "vastrentende waarden', vooral obligaties.

Vrijwel elke Nederlandse beleggingsinstelling met een omvangrijke commerciële vastgoedportefeuille in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten meldde in het afgelopen jaar al forse afboekingen. PGGM, dat onroerend goed heeft ter waarde van 7 miljard gulden, vertrouwt evenwel in het behoud van de waarde van de in totaal 1,65 miljard gulden Amerikaans en Brits vastgoed die het fonds in portefeuille heeft. PGGM-directeur Wieringa is er vast van overtuigd dat de crisis in het Angelsaksische vastgoed aan het fonds voorbij gaat, en boekte van de totale vastgoedportefeuille nog geen procent af.