Op een goed dak

Ze had een deurwaarder op de stoep gehad. Ze moest naar een advocaat, had de deurwaarder gezegd en hij had haar een paar velletjes papier in de hand gedrukt, waarop stond waar het allemaal over ging.

”Om te verschijnen ter terechtzitting' had ze ergens gelezen. Ze moest 78.000 gulden betalen, met rente en kosten, omdat ze vier bovenwoninkjes had gekocht, nog een aanbetaling had gedaan van 2000 gulden en toen bij de notaris had geweigerd haar handtekening te zetten en natuurlijk die 78 000 gulden ook niet had betaald. ”De kosten dezes zijn voor mij, deurwaarder, ƒ 91,60', stond er op het eind. Ook dat nog.

“Hebt u die pandjes gekocht?”, vroeg de advocaat.

“Ja”, zei ze vijandig.

“Waarom wou u dan niet tekenen?”

Ze was een jaar of zestig, schatte de advocaat, ongeveer zo oud als z'n moeder. Ze keek hem nors aan en gaf geen antwoord.

“Waarom wou u niet betalen?”, probeerde de advocaat nog eens.

Nog een paar ogenblikken bleef de vrouw zwijgen. “Ik heb gekocht op een goed dak”, zei ze toen stug.

Een beetje lastig is het voor een advocaat wanneer de eigen cliënt weinig mededeelzaam is. Ze hadden een groentewinkeltje gehad, zo had hij na lang aandringen begrepen. Maar toen haar man doodging, had ze het zaakje verkocht en het geld daarvan wou ze beleggen. Verder had ze niks.

Hoe was die koop nou precies is z'n werk gegaan? Ze bleef herhalen dat ze gekocht had op een goed dak. En het dak was niet goed, zo was haar later gebleken, er moest een heel nieuw dak op. Dus had ze verder alles geweigerd. Er was geen voorlopig koopcontract, maar ze had wel 2000 gulden betaald. Daarvoor had ze een kwitantie gekregen, die ze zwijgend aan de advocaat gaf. ”Aankoop Josephstraat 74a t/m 74d' stond erop. Had ze nog naar het dak laten kijken voor ze de aanbetaling deed? Nee. Getuigen? Nee. Behalve de notaris dan, en de notaris-klerk en nog een secretaresse. Daar was ze geweest en de notaris had gezegd dat ze heel onverstandig was en dat dit haar veel geld ging kosten.

Een hopeloze zaak. Ze was natuurlijk belazerd, maar wat kon je er aan doen? Een kwitantie en drie getuigen tegen. Wie oude pandjes koopt, moet een beetje uitkijken. Kan een advocaat in zo'n zaak nog wel verweer voeren?

Maar waarom was ze dan naar de notaris gegaan voor het transport? Zo had ze toch de indruk gewekt dat de koop perfect was?

Ze was eerst niet gegaan. Maar toen had de notaris haar een brief geschreven. Ze moest komen, stond daarin. Anders zou hij zich genoodzaakt zien een proces-verbaal van non-comparitie op te maken. Toen werd de advocaat kwaad. Die schurk! Dreigen met een ”proces-verbaal' dat geen enkele juridische betekenis heeft.

”Op een goed dak'. Wat betekende dat in vredesnaam?

Voor degenen onder u die hun roeping gemist hebben, leg ik uit dat die uitdrukking ten minste drie dingen kan betekenen: (1) in de veronderstelling dat het dak goed was; (2) onder de voorwaarde dat het dak goed was; en (3) met de garantie dat het dak goed was. Aanvaardt de rechter (1) als de juiste uitleg, dan hangt ze, want een veronderstelling is voor eigen risico. Maar houdt de rechter het op (2) of (3), dan is er nog hoop. Want de voorwaarde is niet vervuld en een garantie kan niet worden waargemaakt. In die uitleg heeft de vrouw door bij de notaris te verschijnen nog niet erkend dat er een perfecte koop was.

Dan die kwitantie. Dat is een lastige, want daaruit lijkt in elk geval te volgen dat de vrouw heeft gekocht.

Mooi zou het zijn als er helemaal geen kwitantie was! Was die er eigenlijk wel? Hij had er ook niet kunnen zijn. Onrustig piekerde de advocaat over de inhoud van de eed die hij ooit had afgelegd.

Toch gek, dat bedrag van 2000 gulden. Wie betaalt er nou 2000 gulden op een bedrag van 80.000 gulden. Normaal is tien procent, dat zou 8000 gulden zijn.

De advocaat besloot voorlopig zijn kruit droog te houden. Niet te veel zeggen. De bewijslast zou dan - hopelijk - op de verkoper vallen. Dat lukte.

In de getuigenverhoren bleef de vrouw volhouden dat ze gekocht had ”op een goed dak' en de getuigen beaamden lacherig dat ze dat op het notariskantoor ook had gezegd. Maar ze was toch maar verschenen en ze had erkend dat ze gekocht had! Die verkoper, dat was een goede cliënt van het notariskantoor. Zeer betrouwbaar. Ja zeker!

In de pleidooien die volgden gaf de advocaat vamn de vrouw zijn lezing van het gebeurde. En die 2000 gulden? Hij betoogde dat dit geen aanbetaling was, maar een handgeld: een bedrag dat wordt betaald om de koopwaar even vast te houden en dat de vrouw kwijt zou zijn wanneer ze - omdat het dak niet goed was bijvoorbeeld - van de koop af zou zien.

De rechtbank aanvaardde het betoog van de advocaat op alle onderdelen. Dat er een koopovereenkomst tot stand was gekomen, werd niet bewezen geacht. De vordering werd afgewezen.

De advocaat van de verkoper was zo verbijsterd dat hij op eerste aanmaning ook nog de ”aanbetaling' van 2000 gulden liet terugbetalen. Hij had de zaak niet goed begrepen.