Miljardair Ross Perot: de man in het nieuws

WASHINGTON, 5 JUNI. De miljardair Ross Perot domineerde deze week het nationale nieuws in de Verenigde Staten nadat hij twee prominente campagnemedewerkers had benoemd: Hamilton Jordan, die president Carter in 1976 aan zijn verkiezingsoverwinning hielp, en Ed Rollins, die in 1984 de campagne van president Reagan bestierde. Hoewel Perot zelf grote politieke intuïtie heeft, ontbrak het hem tot nogtoe aan professionaliteit in zijn "niet-campagne', die is geënsceneerd als een spontane volksbeweging.

Met de nieuwe ervaren beroepskrachten wordt hij gevaarlijker voor zijn twee politieke concurrenten Clinton en Bush, die hun strategieën voor het najaar geheel moeten herschrijven. Na deze benoemingen kunnen ook andere Democratische en Republikeinse prominenten over de brug komen. De campagnevoorzitters krijgen ongeveer 1 miljoen dollar de man.

De 47-jarige Jordan en de 48-jarige Rollins zijn buitenbeentjes in Washington. Zij hebben voor wederzijdse politieke tegenstanders gewerkt en dat is typerend voor de coalitie achter Perot. “We kunnen het wel eens worden over kernvraagstukken. Als het begrotingstekort niet kleiner wordt, kunnen we niets doen”, merkte Jordan daarover gisteren op tijdens een tv-programma. Hij had Perot zelf gebeld, nadat hij hem op een CNN-talkshow van Larry King had gezien. Kennelijk werd dat programma op een weinig verbreid net massaal bekeken, want alle medewerkers van Perot zeggen dat diens optreden in de show van Larry King hen inspireerde.

Hamilton Jordan wist in 1976 als 31-jarige politieke wizz kid de zuidelijke gouverneur Jimmy Carter van totale onbekendheid naar een verkiezingsoverwinning te stuwen. Hij is een briljant strateeg. Hij werd chef-staf in het Witte Huis voor Carter, maar door zijn arrogantie maakte hij zich gehaat bij de Congresleden van zijn eigen partij. Na een echtscheiding raakte Jordan in Washington in opspraak door zijn botte gedrag tegenover vrouwen.

Ed Rollins was in zijn laatste functie verantwoordelijk voor de Republikeinse verkiezingsstrategie voor het Congres en uitte in die functie kritiek op president Bush, zodat hij uiteindelijk moest vertrekken. Voor president Reagan werkte hij in twee verkiezingscampagnes en in het Witte Huis. Zijn vrouw heeft uit loyaliteit ontslag genomen als medewerkster van president Bush.

Intussen lijkt de Amerikaanse verkiezingsstrijd steeds meer op een wedloop tussen Perot en Bush, Bill Clinton bungelt achteraan. Clinton probeerde zich deze week te profileren door te verklaren dat het begrotingstekort niet zonder forse belastingverhogingen voor topinkomens en voor bedrijven zou kunnen worden bestreden.

Perot heeft nog geen belastingverhogingen durven aankondigen. Wel heeft hij duidelijke standpunten over overheidshulp aan bedrijven en protectionisme. Door Perot kunnen protectionisme en misschien isolationisme als verkiezingsvraagstukken actueler worden. Perot toont aan dat er grote bereidheid is onder Amerikanen om onder krachtige leiding alles aan te pakken, zolang het niet meer van het zelfde is.

In dat verband is ook de sterke opkomst van vrouwen in de politiek interessant. Diane Feinstein won in Californië de Democratische voorverkiezingen voor de Senaat met de advertentieregel: “Weet u dat wij meer betalen voor de verdediging van Duitsland dan de Duitsers zelf?” Naast Feinstein hebben veel andere vrouwen bij verrassing de voorverkiezingen voor het Congres gewonnen. Afgevaardigde Barbara Boxer won de voorverkiezingen voor een andere Californische Senaatszetel, hoewel ze 143 keer rood stond bij de bank van het Huis van Afgevaardigden en zij in de beter gefinancierde Mel Levine een formidabele tegenstander had.

In de voorverkiezingen van Illinois won de onbekende zwarte vrouw Helen Moseley Brown tegen een zittende Democratische senator, die zijn herverkiezing in zijn zak leek te hebben. De populariteit van vrouwen hangt samen met het gedrag van de uitsluitend mannelijke senatoren bij de hoorzittingen over seksuele intimidatie door de tot opperrechter te benoemen Clarence Thomas. In totaal zijn er na de voorverkiezingen 17 vrouwelijke kandidaten overgebleven die meedingen naar zetels in de 98 mannen en twee vrouwen tellende Senaat. De opkomst van succesvolle en talentvolle vrouwelijke kandidaten is een van de politieke stormen die dit jaar door Amerika kunnen waaien. Dit wordt overigens getemperd door de gemiddelde voorverkiezingsopkomst van 17 procent van de kiesgerechtigde Amerikanen.