Lubbers wil uitspraak Denemarken over EG "niet dramatiseren'

MAASTRICHT, 5 JUNI. De uitslag van het Deense referendum moet niet worden gedramatiseerd, vindt premier Lubbers. Alle andere lidstaten hebben goede redenen het proces dat tot goedkeuring van het verdrag van Maastricht moet leiden, door te zetten. “Het heeft geen zin nu bij de Deense pakken te gaan neerzitten. Maar tegelijkertijd geeft de uitslag wel aanleiding om een algemeen gevoel van onbehagen bij de burgers in ons deel van Europa te constateren”, aldus de premier.

Lubbers, die gisteren zijn eerste reactie op het Deense referendum gaf tijdens een toespraak voor de jaarvergadering van het christelijk werkgeversverbond, NCW, ziet als een mogelijke verklaring voor het onbehagen een veranderende houding van burgers tegenover hun regering: “Door het einde van het communisme is de vijand en de behoefte aan veiligheid verdwenen. Daardoor vervalt ook een deel van de legitimatie van een regering, die niet meer die kracht en sterke organisatie hoeft uit te stralen.” Het onbehagen wordt volgens Lubbers nog versterkt door “het succes van de overgang naar een Europa zonder grenzen” en “de problemen van immigratie en de stromen asielzoekers.”

De premier ziet ook een samenhang met het verminderde alledaagse veiligheidsgevoel van de burger als gevolg van stijgende criminaliteit. “Gevoegd bij een iets stroever lopende economie schept dat een extra klimaat van onbehagen. Bij alle vlaggen en feestvertoon moeten we ons realiseren dat de uitdaging voor de politiek ook zwaarder is geworden.” Regeringen moeten dan ook snel de indruk wegnemen dat de bureaucratie alleen maar toeneemt als het verdrag van Maastricht wordt uitgevoerd: “Het doel van dat verdrag is juist de politiek weer dichter bij de mensen te brengen.” Daarom moet volgens Lubbers ook haast gemaakt worden met het decentraliseren van bevoegdheden en het inschakelen van sociale organisaties bij beslissingen die hen raken.

Ook het bestrijden van criminaliteit moet voorrang krijgen, vindt hij: “We zijn toe aan een omslag in het denken over de bestrijding van de kleine en de grote criminaliteit, die van een andere orde is dan vroeger: welke instrumenten gaan we hanteren en hoeveel middelen stellen we beschikbaar? Ook bij het denken over fraude vindt een dergelijke cultuuromslag plaats. De burger moet zich straks weer veilig voelen, maar degene die profiteert van de gemeenschap moet zich onzeker gaan voelen.”