Kind

Kind betekent twee dingen.

Een kind is: een mens die wat klein is uitgevallen, omdat hij nog moet groeien. Je ziet direct wie een kind is. Een kind weet zelf onophoudelijk dat hij of zij een kind is. Dit kind is een jongen of een meisje.

Een kind is ook: het tegenovergestelde van een vader of moeder. Ieder mens is een kind. Maar je denkt er niet altijd aan. Dit kind is een zoon of een dochter. Als je koningin Beatrix ziet, denk je niet direct: dat is een kind. Toch is zij de dochter van prinses Juliana. In sprookjes is een prinses de dochter van de koningin. In Nederland is de koningin de dochter van een prinses.

Een klein kind (twee losse woorden) is een kind dat zelfs voor een kind nogal klein is uitgevallen, omdat het nog heel jong is, of omdat het niet hard is gegroeid.

Een kleinkind (één woord, met nadruk op klein) is: het tegenovergestelde van een grootouder; het kind van een kind.

Als je in het Engels het woord kind (spreek uit: kaaind) ziet, dan betekent het: soort of vriendelijk. Als je op de televisie hoort Bert is kind of kind, dan staat er in het Nederlands onder: Bert is nogal vriendelijk.