Kabinet wilde rust brengen in zorgsector

DEN HAAG, 5 JUNI. Het kabinet is dan toch gezwicht met het besluit de loonsverhoging in de zorgsector te financieren uit de algemene middelen. De betrokken bewindslieden hebben echter sterk overwogen om niet toe te geven aan de druk van werkgevers en bonden de kas van het pensioenfonds PGGM ongemoeid te laten.

Een belangrijke overweging voor het kabinet om vast te houden aan verlaging van de pensioenpremies was de stille hoop dat werkgevers en bonden bij een afnemende actiebereidheid in de zomermaanden alsnog door de knieën zouden gaan, aldus kringen rondom het kabinet. Het belang van rust in de gezondheidszorg kreeg ten slotte prioriteit, ondanks grote bezwaren van minister Kok (financiën) tegen financiering van een loonsverhoging uit de algemene middelen. “Maar daar wordt hij ook voor betaald”, aldus een betrokken top-ambtenaar.

Volgens het kabinet was premieverlaging mogelijk omdat de PGGM over flinke vermogensoverschotten zou beschikken in vergelijking tot de toekomstige verplichtingen. Door de premies te verlagen zou de koopkracht stijgen van mensen die werken in de gezondheidszorg. De betrokken partijen en de PGGM zijn daar mordicus tegen. Omdat geen zicht was op beëindiging van het CAO-conflict terwijl de acties al ruim vijf weken duren, besloot het kabinet af te zien van een greep in de PGGM-kas.

Maandagmiddag rapporteerde H. Pont, directeur-generaal management en personeelszaken op Binnenlandse Zaken, aan premier Lubbers en minister Kok dat de impasse in het conflict absoluut was. De oud-FNV-voorzitter en oud-vice-voorzitter van de AbvaKabo trok die conclusie na verkennende besprekingen met de AbvaKabo, de Nederlandse Zorgfederatie en de PGGM.

Dinsdagavond hakten de meest betrokken bewindslieden de knoop door. Het kabinet zou - tenminste voorlopig - afblijven van de pensioenpremies. Daarmee heeft het kabinet een extra financieel probleem van een half miljard gulden per jaar, aldus minister De Vries (sociale zaken) gisteren. In de ministerraad wordt vanochtend naar dekking gezocht. De Vries sprak van mogelijke premieverhogingen en ombuigingen.

Het aanbod van De Vries en Simons (gezondheidszorg) betekent tevens dat minder geld uit de algemene middelen overblijft voor minister Ritzen (onderwijs) om de salarisachterstand in het onderwijs weg te werken. Op diverse plekken in het land zijn stakingsacties tegen deze achterstand van gemiddeld tien procent ten opzichte van de overige ambtenaren. Ritzen en zijn staatssecretaris Wallage hebben, net als de onderwijsbonden, steeds gezegd dat het wegwerken van de salarisachterstand waarvoor de komende jaren zo'n 1,3 miljard nodig is, niet uit de eigen begroting van Onderwijs valt te financieren.

Hoewel het kabinet nu de kas van de PGGM niet wil aanspreken, heeft het de reserves van het pensioenfonds niet uit het oog verloren. Overreserves wil het kabinet nu afromen via de “koninklijke weg”, zoals De Vries het gisteren omschreef. Dat kan als het wetsvoorstel Brede Herwaardering is aangenomen. Gisteren hebben de bewindslieden van financiën de nota naar aanleiding van het eindverslag naar de Tweede Kamer gestuurd en de verwachting is dat de wet in het najaar in de Kamer wordt behandeld. Deze wet geeft pensioenfondsen vijf jaar de tijd om vermogensoverschotten weg te werken; daarna wordt een belasting geheven van 40 procent totdat het overschot is verdwenen. Pensioenfondsen zullen het niet zo ver laten komen en tussentijds de premies verlagen. PGGM-directeur D. de Beus zei gisteren bij de presentatie van het jaarverslag van het fonds deze maatregel “veel fairder” te vinden dan de druk om PGGM-geld te gebruiken om de zorg-CAO's te financieren. “Er zijn nu geen normen voor wat een overreserve is. Als er een wet is, zijn die normen er wel en kunnen we aantonen dat het niet waar is dat wij overreserves hebben.”

Het kabinet kan de vijfhonderd miljoen gulden per jaar op verschillende manieren naar de zorgsector sluizen. De twee meest voor de hand liggende zijn via de verhoging van de rijksbijdrage aan het AWBZ-fonds en via een verhoging van de procentuele AWBZ-premie. Uit het AWBZ-fonds is vorig jaar 16,3 miljard gulden uitgekeerd. De rijksbijdrage bedroeg 206 miljoen gulden. Om 500 miljoen extra geheel uit een premieverhoging te kunnen betalen, zou deze met ongeveer 0,2 procentpunt omhoog moeten. Als deze verhoging geheel voor rekening komt van het werkgeversdeel van de premie, kost dit het Rijk als werkgever 70 miljoen gulden per jaar. Wordt de premieverhoging gelijkelijk verdeeld over het werkgevers- en het werknemersdeel, dan moet het Rijk 35 miljoen per jaar bijdragen. Uiteraard is het ook mogelijk een deel van de benodigde 500 miljoen te financieren uit premieverhoging en de rest via een verhoging van de rijksbijdrage.

Het is duidelijk dat de 500 miljoen 's jaars van het kabinet niet genoeg is om aan de eisen van de vakbonden tegemoet te komen. Die kosten ongeveer het dubbele. Aanvullende ruimte is te vinden in een verlaging van de PGGM-premie met een procentpunt per 1 januari 1993. Directeur De Beus achtte die verlaging gisteren wel waarschijnlijk, mits de beleggingsrendementen van het fonds zich gunstig blijven ontwikkelen. Een procentpunt verlaging van de pensioenpremie levert echter slechts een kleine 0,5 procent loonruimte op. Dat komt onder meer doordat men slechts over een deel van het inkomen pensioenpremie betaalt en doordat werknemers pas op hun 25-ste toetreden tot het pensioenfonds.

Verder is er ruimte te vinden in een verlaging van de ziektewetpremie. Omdat het ziekteverzuim na jarenlange stijging structureel daalt sinds 1990, kan ook die premie iets omlaag. Dit jaar bedraagt de voorlopige premie 7,2 procent, tegen 8,0 procent in 1991. Op 24 juni wordt waarschijnlijk besloten de premie verder te verlagen, volgens een schatting van de bedrijfsvereniging BVG met 0,3 à 0,5 procentpunt. Op basis van het ziekteverzuim alleen zou de premie verder kunnen dalen, maar de stijgende kosten van zwangerschaps- en bevallingsverlof verhinderen dit.

Alle betrokken partijen zien wel wat in een tweejarige CAO omdat men dan volgend jaar ten minste is verzekerd van rust in deze sector. Voor de vakbond van verpleegkundigen en ziekenverzorgenden, NU'91, is het van wezenlijk belang dat iets extra's gedaan wordt aan de positie van deze beroepsgroepen. De AbvaKabo stelde vorige week voor hun volgend jaar bovenop een algemene salarisverhoging van vier procent, nog eens vijf procent erbij te geven. NU'91-onderhandelaar W. Reitsma noemde dat “een belangrijke schuif in onze richting”, maar over de precieze vormgeving van die stap zullen volgens hem nog ingewikkelde discussies nodig zijn. Ondanks de irritatie die de AbvaKabo bij de christelijke bond CFO wekte door deze bond niet vooraf te kennen in het plan voor een tweejarige CAO, kan de CFO zich “in hoofdlijnen” wel vinden in het plan, aldus een woordvoerder van die bond.