Kaalplukteams doen Staatskas rinkelen

Misdaad loonde al veertig miljoen gulden minder sinds de oprichting van de Bureaus Financiële Ondersteuning. Door dezer dagen verruimde bevoegdheden kunnen de "kaalplukteams' nog meer succes boeken. Tenzij de Fiod roet in het eten gooit.

Politie-adjudant H.W. Buil en zijn Arnhemse "kaalplukteam' achtervolgen criminelen zelfs tot n de gevangenis. In een huis van bewaring troffen ze een "cliënt' die zijn cel had ingericht met spullen ter waarde van 26.000 gulden - geld afkomstig uit criminaliteit. “Dat hoort niet”, zegt Buil, “dus hebben we die cel kaalgemaakt. En dan moet je eens kijken wat een status zo'n bolleboos verliest als hem een poot is uitgerukt. Dat is waar we naar toe moeten.”

In enkele zinnen geeft Buil, chef van het Bureau Financiële Ondersteuning - zoals een kaalplukteam officieel heet - de essentie van zijn werk weer: misdaad mag niet lonen. Door criminaliteit verkregen bezit moet worden afgepakt.

Sinds op 1 april 1989 het eerste BFO werd opgericht, is hun aantal gegroeid tot acht. Volgens de jongste statistiek leverden hun inspanningen tot 1 augustus 1991 zo'n 40 miljoen gulden op. Dat betrof door de rechter in beslag genomen en verbeurd verklaard geld en goed, door de fiscus opgelegde navorderingen en boetes en door bedrijfsverenigingen teruggeëiste uitkeringen. De kaalplukteams zijn de eerste winstgevende bedrijven binnen de Nederlandse politie, merkte een BFO-chef al eens op.

Kaalplukteams zijn effectief. Daarom komen er meer, met ruimere bevoegdheden. Deze week stemde de Kamer in met een wetsvoorstel dat de mogelijkheden om zware criminelen hun financiële gewin - en hun werkkapitaal - te ontnemen aanzienlijk uitbreidt. Belangrijkste punt daarin is dat Justitie al "conservatoir beslag' kan leggen op het vermogen van een crimineel voordat hij is veroordeeld. Dat voorkomt dat de buit wordt verdonkeremaand hangende het onderzoek naar zijn inkomen. Tegelijk zijn voorbereidingen gaande om het aantal kaalplukteams uit te breiden tot zestien á negentien, afhankelijk van de behoefte in de 25 politieregio's.

Behalve in kringen van criminelen is eigenlijk alleen bij de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (Fiod) kritiek te beluisteren op de BFO's:ze zouden niet nodig zijn. “In feite voegen ze niets toe aan dat wat de Fiod en de reguliere politie nu reeds samen kunnen doen”, zegt drs. A.B.R. Franssen, het hoofd van de fiscale recherche van de Fiod.

Maar juist het ontbreken van adequate samenwerking, ondanks de mogelijkheid daartoe, was enkele jaren geleden reden tot de instelling van het Bureau Financiële Ondersteuning. “Vroeger zat de politie achter daders aan en nooit achter baten”, signaleert S. van de Geer, namens Justitie betrokken bij de BFO's. En de fiscus zat wel achter de baten aan - want crimineel inkomen is ook belastbaar - maar inkomsten uit criminaliteit worden nu eenmaal zelden netjes opgegeven. Evenmin weet de belastingdienst precies wie crimineel is en extra controle behoeft.

Een Bureau Financiële Ondersteuning wordt gevormd door politiemensen en ambtenaren met kennis van financiën, meestal belastingfunctionarissen. Een team bestaat in principe uit een chef, een administratief medewerker, twee politierechercheurs en twee financiële deskundigen. Afhankelijk van de regio waarin het team opereert, kan de bemanning groter zijn.

BFO's doen geen zelfstandig onderzoek, maar ondersteunen rechercheteams. Hun opsporingsmethode maakt medewerking of bekentenissen van een verdachte - die bij voorkeur onwetend moet blijven van het onderzoek - overbodig. Het zwaartepunt ligt op de minutieuze studie van papieren, computerprogramma's en archieven, die bij huiszoeking in beslag kunnen zijn genomen. “Ik heb het idee dat wij soms beter op de hoogte zijn van de boekhouding van de arrestant dan de man zelf”, aldus Van de Geer.

Pag.12: Samenwerking met Fiod stroever

Volgens de Arnhemse BFO-chef Buil bestaat het werk eenvoudig uit “een goede voorbereiding en de oogjes openhouden”. Dat loont, zo illustreert het onderzoek dat zijn ploeg deed bij de Turks-Koerdische hoofdverdachte in een heroïnezaak. Niet alleen vonden ze een half miljoen gulden onder het bed, maar ook een snipper van een bankafschrift van een rekening in België. “Daar haalden we zomaar twee miljoen gulden binnen.” En dat spoor leidde naar Istanboel, waar de afgereisde BFO'ers nog wat banktegoeden aantroffen en een hotel dat de verdachte voor drie, vier miljoen gulden liet bouwen.

Van de Geer: “Korte tijd later kregen we lucht van een constructie om te doen alsof het hotel niet van de verdachte was, maar opgezet met familievermogen. Daar hebben we doorheen geprikt. Toen op de zitting inderdaad nog een of andere oud-oom uit Duitsland met dat verhaal over familievermogen kwam, heeft de officier hem laten aanhouden voor meineed. De volgende dag gaf hij toe dat hem was gevraagd even dat verhaaltje te komen houden.”

Van de Geer van Justitie wijst er overigens op dat het BFO-systeem zeker niet uitsluitend drugscriminelen op de korrel neemt. Het is gericht tegen allerlei zware criminaliteit die veel geld oplevert. “Dus ook, bijvoorbeeld, tegen het illegaal dumpen van afvalstoffen.”

Hoe effectief de samenwerking in de Bureaus Financiële Ondersteuning tussen politie, ressorterend onder Binnenlandse Zaken en Justitie, en Fiod, vallend onder Financiën, ook mag zijn, het genoegen is niet geheel wederzijds. Het hoofd van de fiscale recherche van de Fiod, drs. Franssen, verkondigde vorige maand dat de BFO's binnen vijf jaar moeten worden opgeheven.

Franssen deed zijn opmerkelijke uitspraak tijdens een symposium over bijzondere opsporingsdiensten. Hij was daartoe geprikkeld door de stelling dat dit soort diensten - zoals de Economische Controledienst van Economische Zaken, de Algemene Inspectiedienst van het ministerie van landbouw en de Fiod - als zelfstandige organisatie zouden moeten verdwijnen. “Ik ben een Fiod-man en vanuit die achtergrond geef ik tegengas”, motiveert Franssen zijn aanval op de BFO's.

Bij Binnenlandse Zaken en Justitie wekten Franssens uitlatingen verbazing. “Het standpunt roept plotseling vraagtekens op over de bereidheid van de Fiod tot samenwerken”, zegt H. Stroeve van Binnenlandse Zaken.

Praktijkman Buil daarentegen lijkt minder verrast over de weerstand van de Fiod-topambtenaar. Hij bemerkte al langer dat de samenwerking met de Fiod, waarvan de BFO's hun meeste financiële deskundigheid betrekken, stroever verliep. Een klacht daarover stuurde hij deze week naar een interdepartementale commissie van Financiën, Justitie en Binnenlandse Zaken. “De integratie van Fiod-mensen in de BFO's heb ik altijd beschouwd als de kroon op de samenwerking die al jarenlang bestond. Maar nu maken ze het hun eigen mensen zo onaantrekkelijk mogelijk om te functioneren in een BFO”, zegt Buil.

Zijn verwijt betreft de onduidelijke rechtspositie van de BFO-medewerkers die onder de Fiod ressorteren. Sinds de reorganisatie van de Fiod, anderhalf jaar geleden, is het voor Fiod-functionarissen merkbaar minder attractief geworden om lid te worden van een BFO.

Over de rechtspositie van de twee financiële deskundigen die Buils eigen BFO-team van de Fiod heeft betrokken, waren afspraken gemaakt met de directie van de belastingdienst Arnhem. Daardoor kon Buil alle mensen in zijn team, ondanks hun formeel afwijkende rechtspositie, gelijk behandelen. Maar nu, na de veranderingen bij de Fiod, moet Buil hinderlijk vaak overleggen met de centrale Fiod-leiding. Wil hij bijvoorbeeld overwerk uitbetalen omdat compensatie in vrije tijd niet haalbaar is, dan “moet hij op de knieën voor Haarlem”.

En dat is niet het enige, klaagt de BFO-chef. De garantie dat Fiod-mensen op hun oude stek kunnen terugkeren als ze stoppen met het BFO-werk, bestaat ook niet meer. Nu geldt een regeling dat ze ook elders herplaatst kunnen worden, zij het binnen anderhalf uur reisafstand. “In anderhalf uur rij je heel Nederland door”, zegt Buil schamper. “Dergelijke regels zijn er de oorzaak van dat de hoogstgekwalificeerde mensen niet meer geïnteresseerd zijn in de BFO's.” Het gevolg is dat nu allerlei goedwillende, maar aanmerkelijk lager gekwalificeerde belastingmedewerkers solliciteren. En een zware crimineel laten verhoren door mensen zonder enige ervaring daarmee - Buil moet er niet aan denken.

Fiod-ambtenaar Franssen neemt de verwijten van Buil met een korrel zout. Volgens hem laat de belastingdienst nog steeds "zeer bekwame krachten' naar de BFO's gaan. “Wij geven bijvoorbeeld geen groen licht aan mensen die opsporingsaffiniteit missen.” En bovendien zou een BFO-chef zich de aanstelling van incompetente Fiod-medewerkers mogen aanrekenen. Hij selecteert hen immers zelf, samen met een teamleider van de Fiod.

Directeur mr. J. Lunneker van de Fiod constateert wel dat de interesse onder Fiod-rechercheurs om naar de politie te gaan niet erg groot is. “Een meerderheid vindt het toch gezelliger, leuker en interessanter om bij de Fiod te zijn. Daar zijn ze bezig met zaken op een financieel niveau dat ze bij BFO's in veel mindere mate tegenkomen.”

Van de Geer van Justitie constateert dezelfde geringe interesse van Fiod-mensen voor "politiewerk'. Hij sluit zich evenwel aan bij de verklaring van Buil: de schuld ligt bij de vage rechtspositie. Meer duidelijkheid kan volgens hem weer leiden tot een stijgend aanbod van geschikte Fiod-kandidaten.

De prof op de som kan binnenkort worden genomen. Gistermiddag bereikten de ministeries van binnenlandse zaken, justitie en financiën een akkoord over een convenant dat de detachering van Fiod-mensen bij BFO's regelt. Bij het overleg daarover was de Fiod overigens niet betrokken.

Meer zekerheid voor de bij BFO's gedetacheerde Fiod-rechercheurs kan de individuele animo voor de kaalplukteams bevorderen, maar zij neemt zeker niet de vrees van de Fiod-leiding voor het voortbestaan van de dienst weg. Die angst is echter misplaatst, beklemtoont Buil. “Hoe zouden de BFO's kunnen concurreren? Als de overheid mogelijkheden schept om crimineel vermogen te ontnemen, dan blijft het heffen van belasting nog steeds een rol spelen. Ik wil de Fiod wel helpen door gegevens aan te leveren.”