Jeffrey Sachs: Moskou moet vasthouden aan harde lijn

De Amerikaanse econoom Jeffrey Sachs hielp met adviezen de Poolse economie op de rails. De "vader van de schoktherapie' vindt dat Rusland dezelfde weg moet gaan. Sachs verwerpt kritiek op zijn harde lijn, al meent ook hij dat een sociaal vangnet nodig is. Een wandeling door de winkelstraten van Oost-Europa.

SINT PETERSBURG / GDANSK, 5 JUNI. De handelsgeest lijkt de inwoners van St. Petersburg te hebben bevangen sinds de prijzen begin dit jaar zijn vrijgelaten. Langs de hele Nevsky Prospekt, de beroemde hoofdstraat van Ruslands vroegere hoofdstad, zijn stalletjes verrezen, vaak niet meer dan een aangeklede tafel, waar van alles te koop wordt aangeboden: van boeken tot bloemen en van huisraad tot kinderspeelgoed. “Zij zijn het begin van de nieuwe dienstensector”, zegt Jeffrey Sachs tevreden. Hij is de Amerikaanse econoom die de Russische regering adviseert bij de overgang naar een markteconomie en hij nam kortgeleden deel aan een "Hanze-cruise' naar steden rondom de Oostzee.

“Zo is het in Polen ook begonnen”, aldus Sachs. Toen in dit land, waar hij eerder de regering van advies diende, op 1 januari 1990 de prijzen werden vrijgelaten en de liberalisering van de economie begon, greep het particulier initiatief snel om zich heen. De weg van tafel op de stoep naar een wat permanenter stalletje en vervolgens naar een kleine winkel werd vaak in ijltempo afgelegd.

In St. Petersburg is het nog niet zo ver, maar de Poolse ervaring is een model voor Rusland, zegt Sachs, die wel de vader van de "schok-therapie' wordt genoemd en wegens de door hem voorgestane harde ingrepen veel kritiek te verduren heeft. En inderdaad, net als in Poolse steden zijn de winkels in St. Petersburg behoorlijk van produkten voorzien en zijn de rijen verdwenen. “De toestand is beter dan een jaar geleden”, beaamt Irena, de lerares Engels die als gids wat bijverdient. “Toen waren de prijzen laag maar waren er geen produkten. Alles was op de bon of je moest naar de zwarte markt. Nu is er voldoende te koop in de winkels, al zijn de prijzen hoog. Maar je kunt alles tenminste krijgen.”

Vier dagen later in de Poolse driehoek Gdynia/Sopot/Gdansk herhaalt zich het tafereel. Sachs is enthousiast over wat hij ziet. “Het ziet er prachtig uit. Alle winkels zijn geprivatiseerd. Overal zie je bouwactiviteiten, mensen knappen hun huizen op, geven ze een verfje. De winkels zijn vol en het verkeer is druk. Wat een verschil met tweeëneenhalf jaar geleden, toen het er hier troosteloos uitzag.”

Hij gelooft dat Rusland en Polen de eerste stappen hebben gezet op de goede weg. Die houden volgens hem in dat er “snel een duidelijke structuur in het leven wordt geroepen - juridisch, administratief en politiek - waarbinnen een efficiënte economie zich kan ontplooien.” Dat kan alleen als hierover in de samenleving consensus bestaat en die is volgens hem in Oost-Europa voorhanden: “Iedereen wil hetzelfde hebben als in West-Europa.” Sachs' schoktherapie houdt verder in dat in korte tijd de prijzen “een reëel niveau” bereiken en dat er “een normaal monetair beleid” wordt gevoerd.

Polen heeft, aldus Sachs, in twee jaar de overgang weten te maken van een waardeloos monetair systeem naar een stabiele munt, die internationaal inwisselbaar is. Bovendien is de hyperinflatie beteugeld en zijn de exporten gestegen. “Maar”, onderstreept hij, “niemand moet illusies hebben; deze hervormingen zullen nog vele jaren in beslag nemen en omvangrijke sociale onrust veroorzaken.” Het is echter beter, zo antwoordt Sachs zijn critici, de “regels van het spel” en de instituties in één keer aan te passen dan een halfslachtig economisch kader te vormen dat constant aanpassing behoeft en daardoor, ook voor de burgers, “onvoorspelbaar is”.

Rusland heeft misschien nog wel radicalere ingrepen gepleegd dan Polen - zeker gezien de complexere situatie - en er staan nog drastische maatregelen op het programma, zegt Sachs. Zo ligt er bij het parlement een voorstel tot massa-privatisering van grote staatsbedrijven, waar het aarzelende Poolse beleid op dit punt niet bij in de schaduw kan staan.

Voor beide landen geldt echter dat zij nog lang niet uit de gevarenzone zijn. De levensomstandigheden van grote groepen mensen zijn miserabel, de werkloosheid loopt snel op - voor beide verschijnselen is volgens Sachs een sociaal vangnet nodig - en sociale onrust kan de politieke leiders slappe knieën geven en hen in de verleiding brengen het hervormingsproces te vertragen, of zelfs terug te draaien.

Zo maakte de Amerikaanse econoom zich zorgen over de politieke en economische verlamming die Polen op dit moment teistert en over de problemen waarin geestverwanten in de Russische top - zoals de ontslagen minister van energie en topfunctionarissen van de centrale bank - zijn geraakt. Maar hij blijft er vertrouwen in houden dat de roebel “over drie maanden, en misschien nog wel eerder” convertibel zal zijn.

Een zorgerlijker visie op de toestand in Rusland en Oost-Europa ontvouwde de vroegere Hongaarse premier Miklos Nemeth en huidig vice-president van de Europese Bank voor hulp aan Oost-Europa (EBRD) tijdens de Hanze-tocht - een initiatief van het Vlaamse bedrijfsleven in samenwerking met Antwerpen. Nemeth toonde zich verontrust over de onstabiele economische situatie in het Oosten als gevolg van de drie ingrijpende veranderingen die Oost-Europa en Rusland tegelijkertijd doormaken: van een totalitair politiek stelsel naar democratie; van een commando-economie naar een markteconomie; en van blokpolitiek naar nationalisme. Deze onzekere toestand kan volgens hem de rest van Europa bedreigen door het uitbreken van burgeroorlogen in het Oosten, door sociale en politieke anarchie, verpaupering en massale migratie naar het Westen. In Rusland komt daar dan nog het probleem bij van het potentieel aan kernwapens, dat moeilijk is te controleren.

De Hongaar roept op tot “een perestrojka in het Westen” die tot “de erkenning zal moeten leiden dat er geen militaire veiligheid kan zijn zonder economische veiligheid”. Het Westen moet daarom de kans aangrijpen “de ideeën waarmee het de Koude Oorlog heeft gewonnen” via hulp over te brengen.

Als het welvarende deel van Europa evenveel hulp aan het Oosten beschikbaar zou stellen zoals West-Duitsland aan de vroegere DDR heeft gedaan - vorig jaar 9000 mark per hoofd van de bevolking - dan zou het gaan om een jaarlijks bedrag van 3700 miljard mark. Dat wordt bij lange na niet gehaald. Er zijn ook geen goede projecten voor, geeft Nemeth toe.

Sachs wijst er wel op dat zonder Westerse hulp op grote schaal het hervormingsproces in Oost-Europa en in Rusland niet kan werken. De hulp moet alleen onder voorwaarden worden gegeven - dat de hervormingen doorgaan en dat het politieke systeem democratisch blijft functioneren - maar moet zo ruimhartig zijn dat die beperkingen gerechtvaardigd zijn. Nu lijkt het er volgens hem op “dat het Westen buitengewoon gecharmeerd is van het stellen van voorwaarden maar minder van de financiële verplichting die daaraan verbonden is.”

De EG zou bovendien nadrukkelijk de deur moeten openhouden voor Oost-Europa. Sachs: “Voor Oost-Europa is de EG het beloofde land, een doel waarvoor het waard is hervormingen door te voeren. Als de weg naar het Westen wordt afgesloten, zullen de politieke en economische hervormingen niet houden.”

Rusland is een ander geval en zou uitzicht geboden moeten worden op een plaats bij de G-7, de groep van belangrijkste industrielanden. “Rusland wil een supermacht zijn, een gezonde supermacht - naar wij hopen geen agressieve - en een markt-georiënteerd belangrijk land in de wereld. We moeten hen helpen dat te bereiken. We hebben er immers zelf belang bij. Voor zover ik weet is er in de twintigste eeuw nog nooit een oorlog uitgevochten tussen twee democratische landen en dit alleen al is een fundamentele reden om Rusland te helpen.”

Het belangrijkste waarvoor het Westen in Sachs' visie moet zorgen, is dat het “zelf economisch gezond en democratisch blijft en dat het de opkomst van ultra-rechts weet te voorkomen”. “Als het Westen xenofoob wordt en zich probeert af te sluiten voor het Oosten, kan het Oosten het niet klaren. Dat is de grootste bedreiging voor het hervormingsproces.”

Foto: Een Russische Hells Angel krijgt op professionele wijze een tatoeage aangebracht. Sinds kort biedt de commerciële tattoeëerder op de Moskouse markt een groot scala aan kleuren en afbeeldingen. (Foto EPA)