Jean-Marc Bustamante en de cultus van het niets; De zalen blijven leeg

De beelden van de Fransman Jean-Marc Bustamante drukken helemaal niets uit. Ze zijn koel, hard en precies, net als de materialen waarvan ze zijn gemaakt: ijzer, beton en menie. Daarom passen de beelden zo goed in een witte, lege tentoonstellingsruimte als het Van Abbemuseum, waar Bustamante nu exposeert.

Jean-Marc Bustamante, recent werk. Van Abbemuseum, Bilderdijklaan 10, Eindhoven. T/m 12 juli. Di t/m zo 11-17u.

De Franse beeldhouwer Jean-Marc Bustamante (39) exposeert in het Van Abbemuseum beelden uit de afgelopen twee jaar, samen met foto's die hij tien jaar geleden maakte. In iedere zaal toont hij één of meer objecten waarmee hij, volgens het vouwblad, "schilderkunstige, sculpturale en architecturale aspecten met elkaar in dialoog brengt'. Zo'n zin werkt voor de kijker niet erg bemoedigend. Er wordt bovendien over de aard van die "dialoog' verder niets medegedeeld.

Dat zou ook moeilijk zijn, want de objecten van Bustamante onttrekken zich aan iedere interpretatie. Hoe kan daartussen dan een dialoog ontstaan? Het is de opzet van Bustamante beelden en voorwerpen te maken die, mede door de manier van opstellen, in geen enkele categorie van voorwerpen thuishoren. Ze doen op het eerste gezicht wel denken aan dingen die we kennen, maar komen uiteindelijk op geen enkele manier met de ons vertrouwde werkelijkheid overeen.

In de eerste zaal staat Site III, het meest recente werk op de tentoonstelling. Het bestaat uit een vierkante doos op een plaat die er aan drie kanten onderuit steekt, een soort podium, waarop vier witgelakte dunne balken naast elkaar liggen. Het podium is met menie oranje geschilderd, niet egaal, maar in brede, losse verfstreken. De menie wekt de indruk dat het werk nog niet af is. Site I en II zijn ook in Eindhoven te zien. Het zijn beide oranje podia, op het ene staat een vierkant wit hekje van staal, op het andere een wit hek met ronde gaten.

Er bestaat hier wat vorm betreft een relatie met minimal art. De dozen doen oppervlakkig beschouwd bij voorbeeld denken aan Donald Judd, en het vierkante hekwerk aan Sol LeWitt. Deze beelden voldoen echter niet aan de voor minimal art essentiële eis dat een beeld volkomen abstract en referentieloos dient te zijn. Daarvoor herinneren ze teveel aan objecten uit de werkelijkheid, aan podia en hekjes, of aan een toneel. Maar wat levert die herkenning verder op?

In de tweede zaal zijn de verwijzingen naar de werkelijkheid iets poëtischer, maar even ongrijpbaar. Aan de wanden hangen vijf Feuilles, metershoog en glanzend okergeel gelakt, die er door hun grote afmetingen meer uitzien als landkaarten dan als herfstbladeren. Op de grond staat een vreemde kruiwagen, een witte kunstbak gevat in een gegalvaniseerd frame, getiteld Intérieur. De kruiwagen is zo goed als onbruikbaar, want hij heeft geen wiel en in de bodem is een hartvormig gat uitgespaard.

Het is moeilijk vast te stellen wat de aard is van deze objecten. Het zijn geen meubels, het is geen decoratie. Het zijn "kunstvoorwerpen' alleen in zoverre ze geen functie hebben, wat wel een erg magere omschrijving van het begrip kunst is. Het is noch schilder- noch beeldhouwkunst. Ze roepen geen illusie op van de realiteit, ze zijn er geen afbeelding van, maar nemen wel een vaag bekende verschijningsvorm aan. Evenmin hebben ze iets van doen met het transcendentale.

Het opmerkelijke van de beelden van Bustamante is, dat ze helemaal niets uitdrukken. Ze spreken niet. Integendeel, ze zijn omgeven door een diepe stilte. Ze zijn koel, hard en precies, net als de materialen waarvan ze zijn gemaakt: ijzer, beton, hout, menie. Ieder menselijk gevoel is er vreemd aan. Het is ook niet zo dat de stilte op "diepe gronden' duidt: deze beelden hebben niets te verhullen, ze zijn zogezegd volkomen naakt.

Cactussen

Hoewel de foto's acht jaar eerder zijn ontstaan, vertonen ze veel overeenkomsten met de objecten. De naaktheid bij voorbeeld zien we terug in droge, zuidelijke landschappen met cactussen, cypressen en rotsige stenen. Bustamante noemt ze Studies voor schilderijen. Wat compositie betreft zijn ze inderdaad volgens de regelen der kunst gemaakt. De ruimte is opgebouwd met behulp van coulissen, een kronkelpad leidt de diepte in, "repoussoirs' articuleren een ritme van licht en donker. Bouwde de zeventiende-eeuwse schilder Nicolas Poussin zijn landschappen niet net zo op? Toch is er een belangrijk verschil. Op de foto's van Bustamante is alles haarscherp. Ieder takje, blaadje, kiezelsteentje is van een onwerkelijke precisie. Dit wekt verwarring: wat is veraf, wat is nabij? Je weet wel wat veraf zou móeten zijn, maar het ziet eruit alsof het nabij is. De dingen raken zo los van hun context, het gevoel voor verhouding is zoek, een schaal ontbreekt.

Bustamante fotografeert plekken waar natuur en beschaving in elkaar overgaan. Aan de rand van een pijnbomenbos wordt een betonnen flat gebouwd, een wit dorpje ligt tegen een kale berghelling aan. De huizen zijn meestal niet af; net als de met oranje menie beschilderde objecten zijn ze "in aanbouw'. Alle details zijn voor het oog van de camera van hetzelfde belang, rode aarde met cactussen, wasknijpers aan een lijn, een telefoondraad, een afgebroken tak. Het is alsof de camera de dingen heeft gehypnotiseerd door zijn genadeloze precisie. De foto toont een eeuwigdurend moment waarin - ook dit is een overeenkomst met de objecten - de absolute stilte heerst.

Tenslotte geldt ook het ontbreken van schaal en context voor de foto's evenzeer als voor de driedimensionale beelden. Waardoor worden de afmetingen van een podium bepaald wanneer zich er niets op afspeelt? De Feuilles zouden evengoed nog veel groter, of kleiner, kunnen zijn. De betonnen muurtjes bakenen niets af, de omlijstingen zijn leeg. Deze objecten kunnen nergens aan worden afgemeten. Dit maakt ze ondefinieerbaar. Het doet denken aan een statement in de catalogus van de Sonsbeek-tentoonstelling in 1986, toen Bustamante nog samenwerkte met Bernard Bazile, als het duo Bazilbustamante. Ze schreven toen dat het hen erom ging “voorwerpen te produceren die een ander inzicht geven, een andere verhouding van kijker tot kunstwerk. (-) Er valt niet meer zoveel uit te vinden of uit te drukken, het gaat er alleen nog maar om een samenhang te veranderen. De afbeelding is een materiaal als elk ander (-).”

Autonomie

De enige context voor het werk van Bustamante is een tijdelijke, namelijk de tentoonstellingsruimte. Die ruimte is in een museum als het Van Abbe neutraal en leeg, met egaal gefilterd licht en witte muren, conform de modernistische regels van de afgelopen 25 jaar. Met andere woorden, het museum biedt juist zo weinig mogelijk "context', het wil zo min mogeljk bijdragen aan betekenisvorming. Het maakt zich ondergeschikt aan de "autonomie' van het kunstwerk. Bustamante beantwoordt die neutraliteit op effectieve wijze met een kunst die even neutraal en onpersoonlijk, leeg en esthetisch is. Het is de kunst van de uitdrukkingsloosheid, van het niets. Deze nietsigheid is bij Bustamante zo totaal dat het het gevaar van gekte niet denkbeeldig is. Het feit dat er zoveel aan te pas komt om het niets vorm te geven (in de zin van materialen en de inspanning om de beelden te vervaardigen), onderstreept de absurditeit van de hele onderneming nog eens. Deze gekte wordt prachtig verbeeld in de film La Nuit van Michelangelo Antonioni uit 1960, die op verzoek van Bustamante twee keer per dag in het museum wordt vertoond.