Institutionele beleggers willen meer liquide beurs

AMSTERDAM, 5 JUNI. Institutionele beleggers (pensioenfondsen, verzekeraars) willen dat de Amsterdamse effectenbeurs haast maakt met een aanpassing van de handelssystematiek, waardoor de beurs beter kan concurreren met het buitenland en de markt meer liquide wordt. De grote beleggers en het beursbestuur hebben deze week in een volgens betrokkenen “historische” bijeenkomst besloten een regelmatig overleg over de toekomst van de beurs te starten.

Dat is uit betrouwbare bronnen binnen de Amsterdamse effectenbeurs vernomen. Het is de eerste keer dat de beurs de institutionele beleggers heeft uitgenodigd voor een dergelijk strikt besloten overleg. Afgesproken is dat beurs en institutionele beleggers voortaan “zeer regelmatig” bij elkaar zullen komen.

Het is opmerkelijk dat de pensioenfondsen nu ook direct deelnemen aan de discussie over de toekomst van de Amsterdamse effectenbeurs. Tot nu toe beperkte deze discussie zich tot banken, commissionairs, hoeklieden en beursbestuur, die allen lid zijn van de Vereniging voor de Effectenhandel.

“Die naar binnen gerichte "gilde' structuur wordt nu open gebroken” aldus drs. D. Snijders, directeur van het Philips Pensioenfonds. Snijders beklemtoontdat de grote beleggers zich niet bemoeien met de interne maatregelen die de beurs neemt. “Het gaat er wat ons betreft om dat de beurs zo snel mogelijk het nodige doet zodat ze een goedkoper en beter produkt levert.”

Snijders juicht het toe dat de beurs is begonnen met het invoeren van de aanbevelingen van de Commissie Aandelenhandel. Deze maatregelen moeten de markt doorzichtiger maken en de regelgeving voor grote professionele effectentransacties versoepelen.

Het gaat de instituten niet alleen om de kosten maar ook om de kwaliteit, de "clearing & settlement' en voldoende kapitaalkrachtige partijen die ook zelf effectenposities willen innemen. Snijders: “Als gevolg van de integratie van de nationale kapitaalmarkten in Europa is het niet meer vanzelfsprekend dat wij via de Amsterdamse beurs beleggen. Wij zullen dan ook geen krokodilletranen plengen bij een eventueel verscheiden van de Amsterdamse beurs, wanneer dat zou gebeuren doordat Amsterdam te duur is. We zijn wel zo chauvinistisch te hopen dat Amsterdam in de vaart der volkeren mee zou kunnen met een concurrerend produkt.”

De instituten zien veel in het onderzoek van de beurs, uitgevoerd door het bureau McKinsey, dat nog dit jaar moet leiden tot een splitsing van de beurshandel in een gedeelte voor grote ("wholesale') en kleine ("retail') transacties. Daarmee zou het verder weglekken van de aandelenhandel naar de schermenbeurs SEAQ International in Londen een halt toegeroepen moeten worden.

Onderdeel van deze splitsing van de beurs zou moeten zijn dat hoekmansbedrijven hun vermogenspositie versterken door samenwerking met bij voorbeeld een grote bank. Daardoor zouden ze ruimere posities kunnen innemen bij grote effectentransacties. Op de beursvloer circuleert al weken het gerucht dat de directies van de grootste hoekmansbedrijven - Van der Moolen, AOT - hun bedrijven "in de etalage' hebben gezet.

De statuten van de beurs verbieden nu nog de overname van een hoekmansbedrijf door een bank. Volgens ingewijden zal de beurs hierover op zijn vroegst na het verschijnen van het rapport van McKinsey - waarschijnlijk in oktober - met een voorstel komen, waarna de beursleden in de ledenvergadering moeten beslissen.

Volgens Snijders sluist het Philips Pensioenfonds 10 tot 15 procent van de aandelentransacties die normaal gesproken via de Amsterdamse beurs zouden lopen naar Londen. “Ik denk dat het heel moeilijk voor de beurs wordt dat aandeel naar Amsterdam terug te halen.” De bemiddeling bij aandelentransacties is vaak een kwestie van persoonlijke contacten, en de Nederlandse instituten beschikken voor de "Londen-route' over een groot aantal vertrouwde relaties.

De institutionele beleggers hekelen daarnaast het gegeven dat de beurshandel op de Amsterdamse effectenbeurs wordt gedomineerd door "moloch' ABN Amro. Samen met dochters als Pierson, Mees en Hope en Theodoor Gilissen neemt ABN Amro bijna veertig procent van de beursomzet voor zijn rekening.