Hij kan autorijden, hij is westers

Voordat ik op uitnodiging van de American Poets' Study Society naar Amerika vertrok om een poëziefestival bij te wonen, vernam ik twee berichten die mij danig bedrukten. Het eerste was dat de jonge Chinese dichters Meng Lang en Momo waren gearresteerd omdat ze in eigen beheer een poëzietijdschrift hadden uitgegeven. Het tweede dat mijn oude vriend, de schilder Ma Desheng, in Miami na een verkeersongeluk in het ziekenhuis terecht was gekomen, waar zijn leven aan een zijden draadje hing.

Na aankomst op Kennedy Airport in New York werden Bei Dao en ik linea recta per auto naar Bennington College gebracht, alwaar wij zouden voordragen. De auto was van een docent van het College, de dichter Shi Tao, en zijn Amerikaanse vriendin. Natuurlijk spraken we eerst over de onlusten in Amerika, maar daarna kwam het gesprek op Ma Desheng. Er was het volgende gebeurd: toen hij met zijn auto over een brug reed, was hij op een tegenligger gebotst. Zijn vriendin, die naast hem zat zonder veiligheidsriem om, was door de voorruit gevlogen en ter plekke gestorven. Ma was over zijn hele lichaam verlamd geraakt, alleen zijn hersens werkten nog. Iets tragischers kun je je niet voorstellen. Hij wist nog niet dat zijn vriendin dood was (geen van zijn vrienden had het hem verteld), zijn hele lichaam functioneerde niet meer en ondertussen moest hij zijn hersens pijnigen over de toekomst. De verzekering vergoedt de ziekenhuiskosten, maar kan een invalide niet zijn hele leven lang ondersteunen.

Met zijn vieren legden we de drie uur lange tocht af. Behalve dat we ons afvroegen wat we voor Ma Desheng konden doen, spraken we ook nog verder over de onlusten in Amerika. Waarom was er in Chicago niks gebeurd? Naar verluidt waren er door de hele stad waterleidingen gesprongen. De mensen hadden het zo druk met de overstromingen dat ze geen tijd hadden voor onlusten. Net toen we het daarover hadden, werden we ingehaald door een politieauto. Radarcontrole 74 mijl, boete 85 dollar. De reactie van Shi Tao's vriendin wekte mijn bewondering: “Ik rijd al meer dan tien jaar zonder bekeuringen en daar ben ik trots op. Dit is de eerste keer!” Vervolgens nam Shi Tao het stuur over. De combinatie van een nieuwe vriendin en een nieuwe auto (allebei sinds een maand) maakte dat hij zich opgetogen voelde. Ze zaten voortdurend te zoenen en te knuffelen. Natuurlijk brachten we elkaar tussendoor wel op de hoogte van het wel en wee van allerlei bekenden. Twee vierentwintigjarige Chinese dichters hadden zich deze lente verdronken in het meer op de campus van de Universiteit van Beijing, niets achterlatend dan een paar gedichten. En dan was er nog de dichter Fei Ye. In 1987 was hij met een Amerikaans-Chinese getrouwd en naar San Francisco verhuisd. In China was hij berucht om zijn verdorven karakter, maar hij koesterde wel een oprechte haat jegens het communistische systeem. Nog geen half jaar na zijn aankomst in Amerika stortte hij zich echter op Das Kapital en verwierp hij het misdadige kapitalisme volledig. In de herfst van 1991 probeerde hij een Amerikaans meisje te verkrachten. Toen dat niet lukte, draaide hij in zijn schaamte en woede volledig dol en bezorgde het meisje een gebroken neus. Hij werd gearresteerd en in de gevangenis geworpen. Op aandringen van de beroemde Amerikaans-Poolse dichter Milosz en anderen, bracht de rechtbank het aantal aanklachten van vijf terug tot één: seksueel geweld. Hij werd veroordeeld tot vijf jaar. Fei Ye belt tegenwoordig dikwijls zijn vrienden op, op hun kosten, en jammert dan door de telefoon: “De andere gevangenen willen me aanranden!” Sommige van zijn Chinese vrienden hebben nog medelijden met hem. Ik vraag me af hoe de familie van dat Amerikaanse meisje erover denkt.

Schelden

Terwijl we het aan ons voorbijtrekkende landschap van de staat New York bewonderden, moest ik denken aan wat een Hongkongse regisseur tijdens het Rotterdamse filmfestival tegen me gezegd had: “Het communistische systeem heeft aan de Chinezen op het vasteland de voorwaarden voor het leven in een vrije maatschappij ontnomen. Dat is de historische reden voor het feit dat jullie, eenmaal in het buitenland, voortdurend op het Westen schelden.” Er zit wel wat in. Deze generatie Chinezen is opgegroeid onder een systeem dat aanmoedigt tot haat. Vanuit die "strijdmanie' komen ze in een klap terecht in het systeem van een geautomatiseerde maatschappij, waarin de kwaliteiten, capaciteiten en reacties van ieder individu van elkaar verschillen. Ik heb een vriend, de dichter Yue Zhong, die op zijn negentiende achter elkaar acht prachtige lange gedichten op papier zette. Daarna nam hij twintig jaar lang de pen niet meer ter hand en veranderde hij in een denker. Zijn maandelijkse drankrekening bedroeg honderdvijftig yuan. Hij was de enige "geboren dichter' in China die mijn goedkeuring kon wegdragen. Na twee jaar in Amerika denkt hij met pijn in zijn hart terug aan die verspilde jaren. Zo te zien is het al te laat. Hij is een kale, bedaarde man geworden, die de hele dag boeken leest en in een Chinees restaurant werkt. Soms staat hij veertien uur per dag met opgezwollen polsen groente te snijden. Waarom gaat hij niet terug naar China? Waarom is hij eigenlijk weggegaan? Het zijn zinloze vragen. Hij heeft allang geen richting, doel of drijfveer meer.

En Shi Tao? Onze knuffelende koene chauffeur is pas voor in de dertig. In China doceerde hij, in het Engels, economie aan een universiteit. In Amerika haalde hij binnen twee jaar zijn Master of Philosophy. Vorig jaar, toen zijn Chinese vrouw hem in de steek liet, had hij even een moeilijke tijd. (Overigens is dit een veel voorkomend verschijnsel in Amerika. Talloze Chinese vrouwen die met hun man mee zijn gekomen, vinden vroeg of laat een tedere, rijke, "begrijpende' Amerikaanse jongen of grijsaard. Men zegt wel dat een Chinese vrouw in Amerika een "gewild artikel' is. Een Chinese man is niet meer dan een zielige concurrent. Bij heel wat in de steek gelaten Chinese mannen is de seksuele depressie zo groot dat ze praktisch tot het einde der dagen afhankelijk zijn van zelfbevrediging). Shi Tao heeft echter geluk gehad. Hij is de eerste Chinese schrijver-in-ballingschap die op grond van zijn capaciteiten en opleiding een universitair docentschap heeft verworven. Zijn Engels is perfect, hij gebruikt allerlei computersystemen door elkaar, hij kan autorijden, hij weet hoe hij zich moet vermaken, kortom hij is opgenomen in het Westerse systeem. De gedachte aan teruggaan komt niet meer bij hem op. Hij heeft een toekomst. Moet je hem zien; een hand aan het stuur en de andere in het blonde haar van zijn vriendin, een sigaret in zijn mond, die zij voor hem aansteekt . . .

Dit is het laatste wat ik me herinner van voordat het gebeurde; een wit luciferdoosje.

Meteen daarna begon de auto wild van links naar rechts te bewegen. Ik wilde nog zeggen dat hij op moest houden met die grapjes, toen de auto in een enorme slip terechtkwam. Hij was de macht over het stuur kwijt. Hoe lang het duurde weet ik niet. Ik weet alleen dat we rond de zestig mijl hadden gereden en dat we van geluk mochten spreken dat er geen andere auto's in de buurt waren. Toen de auto tenslotte helemaal om zijn as draaide, konden we een zucht van verlichting slaken. We zouden veilig het gras langs de weg oprollen en met een stuk of zes bulten op het hoofd verder leven.

De auto rolde niet eens om, maar bleef midden op de weg staan. Shi Tao's vriendin vluchtte naar buiten en wierp zich op het gras, waar ze onbedaarlijk begon te huilen. Op de achterbank gaven Bei Dao en ik elkaar een hand. We namen een half uurtje rust en gingen toen weer verder. Honderd meter verderop ontdekten we langs de weg een kerkhof. Twee dagen later poogde Shi Tao te verklaren waarom hij de macht over het stuur had verloren: als je met z'n vieren in zo'n Japanse auto zit, gaat hij van achteren zwabberen. Ik zei onomwonden: “Als je met je vriendin wilt flikflooien, kun je wat mij betreft beter even stoppen en de bosjes ingaan. Dan wachten wij wel tot jullie klaar zijn. Maar ik heb geen zin om op zo'n manier dood te gaan.”

Moordenaar

Wat natuurlijk veel beangstigender is dan in een klap doodgaan, is over je hele lichaam verlamd raken, terwijl je hersens nog functioneren, zoals Ma Desheng; of met al je ledematen intact, maar zonder enig bewustzijn op de wereld rondlopen, zoals Yue Zhong. Nadat we van Bennington teruggekeerd waren naar New York, hoorden we het laatste nieuws over Ma Desheng. Na vijf operaties en enige flinke doses morfine tegen de pijn, was hij begonnen te hallucineren. Tegen iedereen die hem kwam opzoeken schreeuwde hij: “Je wilt me vermoorden! Je bent een moordenaar! De communisten willen me vermoorden!”

De poëzievoordracht in New York heeft geen enkele indruk bij me achtergelaten. Ik had de hele tijd het gevoel dat als een mens zo makkelijk deze wereld kan verlaten, hij voor die tijd zo veel mogelijk moet zeggen waar het op staat. Ik wilde zeggen dat er nu Chinezen in ballingschap waren, maar nog geen ballingschapsliteratuur, dat er over twee jaar misschien zelfs geen ballingen meer waren. Maar ik zei het niet. Ik vond het niet echt de moeite waard. Ik moest denken aan een poëziefestival in Canada, waar een geëmigreerde Russische dichter op bulderende toon zijn gedichten voordroeg. Het voltallige publiek onthield slechts één regel, maar die had hij ook zeven keer herhaald: sneeuw is wit!

Twintig jaar geleden schreef Yue Zhong: sneeuw is niet wit, zij is slechts kleurloos.

Bij aankomst in San Francisco ontmoette ik een oude bekende: professor Carolyn Wakeman van de universiteit van Berkeley. Ze vertelde me dat dit de eerste keer in haar leven was dat ze zo'n ernstige politieke, economische en maatschappelijke crisis meemaakte. Ze zou graag iets willen doen voor de zwarten, bijvoorbeeld een zwart kind adopteren. Toen ik haar vertelde over ons ongeluk, reageerde ze heel kalm en wees op haar been. Twee weken daarvoor had ze dertien hechtingen opgelopen. In Amerika horen ongelukken bij het alledaagse leven.

Het zal niet lang meer duren voordat in Amerika ook wapens een deel van het alledaagse leven worden. Ik heb gehoord dat er onder de Amerikaanse bevolking van tweehonderd miljoen eveneens tweehonderd miljoen vuurwapens circuleren. Honderdvijftig duizend middelbare scholieren hebben een pistool. Op sommige scholen moet je bij de ingang langs een metaaldetector. Op straat in Berkeley zag ik dat sommige winkels nog steeds planken voor de ramen hadden. Er ging een soort berusting van de mensen uit, alsof ze er allemaal op rekenden dat de onlusten opnieuw zouden beginnen. Iemand vertelde me een paar cijfers. In de afgelopen tien jaar heeft 1% van de Amerikaanse bevolking 80% van het Amerikaanse kapitaal in handen gekregen. Over twintig jaar zal dat zijn opgelopen tot 90%. Verder heb ik daar ook voor het eerst iemand mijn gedichten horen loven met de woorden: "Prachtig! Net rock 'n roll!'

Met een groep Chinese dichters logeerden we in het huis van een Chinese schrijfster. Behalve haar computer en haar auto showde ze ons het nieuwste onderdeel van het Amerikaanse systeem: een kleine glimmende revolver. De dichter Gu Cheng trok hem meteen uit haar handen en vroeg: “Is dit een echte?” Ze antwoordde: “Natuurlijk. Er zitten vijf kogels in.” Gu Cheng hief meteen het pistool op en mikte op de bril van Bei Dao en daarna op zijn eigen hoofd. Gelukkig was ik op dat moment niet in de kamer. Toen ik binnenkwam, nam Bei Dao mij een paar keer in het vizier. De kogels waren er al uit. Daarna gingen ze met veel kabaal zitten schieten. De schrijfster haalde een zakje kogels te voorschijn en vroeg: “Zullen we er weer een paar indoen?”