Gardiners "Cos' in het Concertgebouw nu al hoogtepunt Festival

Holland Festival: opera Cos fan tutte van Mozart. Door: The English Baroque Soloists en The Monteverdi Choir o.l.v. John Eloit Gardiner, met Rosa Mannion, Amanda Roocroft, Rodney Gilfry, Eirian James, Claudio Nicolai en Rainer Trost. Gehoord: 4/6, Concertgebouw, Amsterdam.

Het eerste echte concert van het Holland Festival van dit jaar, de semi-scènische Cos fan tutte gisteravond in het Concertgebouw, kan nu al als een van de hoogtepunten van het festival worden beschouwd. Als andere musici bij benadering de kwaliteit leveren die dirigent John Eliot Gardiner en de zijnen lieten horen, kan festivaldirecteur Van Vlijmen tevreden zijn. De enige kritiek zou kunnen zijn, dat alles vrijwel perfect was, bijna te mooi. Maar wie zal daarmee zitten?

In de vierde Mozart-opera waarmee Gardiner in het Holland Festival optreedt (na La Clemenza en Idomeneo in 1990 en Die Entführung in 1991), is het semi-scènische karakter van de voorstelling nog verder uitgewerkt. Er wordt meer geacteerd, royaler omgesprongen met requisieten en kostuums, en subtieler gebruik gemaakt van de symmetrische bouw van trappen en deurtjes rondom het podium, dat zich opnieuw tussen het orkest en het orgel bevindt. Het is altijd even wennen, maar wanneer het oor zich eenmaal heeft ingesteld op de akoestiek, en het oog de visueel niet optimale positie van het podium heeft geaccepteerd, kan deze uitvoering concurreren met een volwaardige voorstelling in een schouwburg.

Niet iedere operacomponist zou zo'n uitvoering kunnen verdragen, maar voor Mozart, die alle regie-aanwijzingen in zijn muziek liet klinken, is dat geen probleem. Het is wel prettig om niet gehinderd te worden door toneeltechniek of opdringerige regisseurs. Zo'n uitgeklede regie laat Mozarts vertellende muziek in zijn puurste vorm horen en biedt ruimte aan het acteertalent van de zangers, waarbij vooral Claudio Nicolai (Don Alfonso) en Rosa Mannion (Dorabella) opvielen.

Gardiner heeft gekozen voor een milde, lichte en zangerige orkestklank. Het komische karakter van het verhaal over de overspelige zusjes wordt benadrukt door de eenvoud van het muzikale betoog en de perfecte timing. De stemmen van Dorabella en Fiordiligi vertonen een zekere gelijkenis. Ze zingen zelfs een regeltje uit elkaars aria, om nog eens te benadrukken dat alle vrouwen nou eenmaal onverbeterlijk zijn. Rodney Gilfry (Guglielmo) en Rainer Trost (Ferrando) klinken als echte branieschoppers.

Of Gardiner, die volgend jaar toe is aan Figaro, opnieuw door Van Vlijmen wordt uitgenodigd, is helaas de vraag. Na tien voorstellingen van deze Mozart-opera in het Muziektheater (Nikolaus Harnoncourt en het Concertgebouworkest in mei '93), is Van Vlijmen bang dat Gardiner als mosterd na de maaltijd komt. Maar het publiek heeft vast niet al die tien Figaro's gezien. En wat is er interessanter dan in een korte tijd twee van de belangrijkste Mozart-dirigenten met twee voortreffelijke orkesten in hetzelfde werk met elkaar te kunnen vergelijken?