Filosoferen met een machinegeweer; Veertig eeuwen westerse cultuurgeschiedenis volgens Camille Paglia

Het beschavingsproces verandert de mens niet werkelijk, zegt Camille Paglia. Zodra de maatschappij uiteenvalt, hebben de demonische driften vrij spel. Dat is een stelling die fel tegengesproken moet worden, zegt Bas Heijne. Maar Paglia's bestseller Sexual Personae, waarvan deze week een Nederlandse vertaling verschijnt, verdient het niet achter de vlammende persoonlijkheid van de schrijfster te verdwijnen. Het boek moet gelezen worden. “Over veel interpretaties valt te twisten, maar als Paglia klaar is met een kunstwerk, weet je zeker dat er geen stof meer op zit.”

Camille Paglia: Het seksuele masker. Vert. Gerda Baardman, Eugène Daabekaussen, Jan Fastenau, Jacob Groot, Tilly Matres, Tjadine Stheeman. Uitg. Prometheus, 790 blz. Prijs ƒ 55,-.

Aan het einde van Les Confessions vertelt Jean-Jacques Rousseau hoe hij, eindelijk tot rust gekomen op het kleine Zwitserse eiland Saint-Pierre, vaak 's middags met een bootje het meer oproeit. Midden op het water geeft hij zich over aan de wind en de stroming. Zo nu en dan raakt hij in vervoering door zoveel ongerept natuurschoon en kan hij zich niet langer beheersen. Hij roept uit: “O natuur! O mijn moeder! U bent de enige die mij beschermt. Hier is geen geslepen en gewetenloze mens die zich tussen ons kan dringen.” Eindeloos blijft hij dobberen; het liefst zou niet meer terug aan wal gaan, hij zou willen dat het meer een oceaan was. Jean-Jacques is eindelijk thuis.

Denkt hij. De Amerikaanse cultuurcritica Camille Paglia weet wel beter; wat haar betreft is hij voorgoed de weg kwijt. De Moeder Natuur aan wie Rousseau zich vol overgave overlevert, is een zelfbedachte idylle, een produkt van zijn romantische geest. In haar roemruchte studie Sexual Personae (die deze week in vertaling verschijnt als Het seksuele masker) windt Paglia er geen doekjes om: “De natuur, die door Rousseau en Wordsworth als een goedgunstige moeder wordt verheerlijkt, is een gevaarlijke gast.”

"Natuurlijk' heeft volgens haar niets te maken met Rousseau's simplistische projectie, maar staat gelijk aan alles wat gewelddadig, barbaars, verscheurd, pijnlijk, vormeloos en smerig is. De natuur is het zompige moeras waaraan de mens zich bij zijn geboorte ontworsteld heeft, en een terugkeer betekent een onherroepelijk verlies van identiteit. Haar schoonheid toedichten, is niets anders dan een afweermechanisme tegen haar verborgen verschrikkingen: “Every time we say nature is beautiful, we are saying a prayer, fingering our worry beads.” De denkfout die ten grondslag ligt aan de romantiek van Rousseau komt voort uit de overtuiging dat de mens van nature goed is en dat de samenleving hem slecht gemaakt heeft. “Wij zijn blijven steken in de romantische cyclus die Rousseau in gang heeft gezet: liberaal idealisme dat ten onder gaat aan gewelddadigheid, barbarisme, ontgoocheling, cynisme. (-) Rousseau's engelachtige kind, gecorrumpeerd door de maatschappij, staat tegenover Freuds agressieve egomaniakale peuter - die ik overal om me heen zie en hoor. Het Roussauïsme tiert echter nog welig onder maatschappelijk werkers en opvoedingsdeskundigen, die met hun zalvende, opgewekte stemmen al te vaak piëteit en paternalisme uitstralen.”

De Sade

De filosoof die het volgens Paglia wel begrepen heeft is de markies de Sade, wiens werk Paglia beschouwt als een vernietigende kritiek op het Rousseauïstische idealisme: “Voor De Sade s seks geweld. Geweldadigheid is de ware aard van moeder Natuur.” Rousseau's pogingen om vrijheid te verkrijgen door middel van seks zijn vanaf het begin tot mislukken gedoemd. Romantiek leidt altijd tot decadentie. Seks is geen substituut voor metafysica. Paglia: “Mijn theorie is deze: als het politieke en religieuze gezag wordt ondermijnd, komt er een nieuwe hiërarchie die seks heet en zich manifesteert in het archaïserende fenomeen van sadomasochisme. Vrijheid schept nieuwe ketens. (-) Rousseau's masochistische onderwerping aan vrouwen komt voort uit zijn overidealisering van natuur en gevoel. Terwijl hij honing maakt, wordt hij geprikt door zijn eigen angel.”

Au. Nietzsche filosofeerde met een hamer, voor Camille Paglia is dat wapen te weinig doeltreffend: zij doet het met een machinegeweer. Het seksuele masker is een titanische poging om zo'n veertig eeuwen westerse cultuurgeschiedenis te herschrijven, van de Egyptenaren tot aan het Fin de Siècle, een onderneming die door haar omvang en reikwijdte pre-modernistische tijden in herinnering brengt, doet denken aan Darwin, Nietzsche, Frazer, Freud.

Paglia ontkent het anachronistische, negentiende-eeuwse karakter van haar boek niet, ze legt er zelfs de nadruk op. Haar voorwoord begint oorlogszuchtig: “In Het seksuele masker wil ik de eenheid en de continuïteit van de westerse cultuur aantonen - iets wat sedert de Eerste Wereldoorlog weinig geloof heeft gevonden. Met dit boek aanvaard ik de traditionele westerse canon en verwerp ik het modernistische idee dat de cultuur in betekenisloze elementen uiteen is gevallen.” Haar motivatie komt voort uit onvrede: grote hervormingsbewegingen - socialisme, idealistisch-liberalisme, feminisme - die zijn voortgekomen uit het romantisch idealisme van Rousseau, bevinden zich volgens haar op een doodlopende weg, omdat ze de ware aard van de mens en de natuur ontkennen; ze worden dan ook steeds gedwongen allerlei onaangename waarheden te ontkennen of weg te moffelen.

Oude denkbeelden

In haar antwoord grijpt Paglia terug op oude denkbeelden die de meeste cultuurfilosofen tegenwoordig verworpen of aangepast hebben. Ze stelt de natuur lijnrecht tegenover de cultuur: de mens is zijn hele leven bezig te ontsnappen aan die vormeloze, vloeiende chaos, een vlucht die tot mislukken gedoemd is; bij zijn dood gaat hij opnieuw op in de ongedifferentieerde massa. Die vluchtpoging vormt de bloedrode draad die door haar boek loopt; de westerse cultuur is volgens haar vanaf het eerste begin een strijdperk geweest, waarin een hevig gevecht gaande is tussen de demonische krachten van de natuur (het dionysische oftewel chtonische element) en cultuur (het apollinische element). Beschaving is een bolwerk tegen de vernietigende krachten van de natuur. Wanneer de maatschappij haar greep laat verslappen, zijn geweld en wreedheid het onvermijdelijke gevolg.

De twee tegengestelde elementen, chtonisch en apollinisch, treffen elkaar op het gebied van de seks: “De heidense rituele identiteit van seks en geweld is het belangrijkste wapen van de massamedia tegen het zelfgenoegzame Rousseauïsme van de moderne humanisten.” Paglia's Frazeriaanse redenaties schieten op dat punt door in heftig Freudiaanse: de man die ontsnapt aan het mysterie van de baarmoeder, blijft zijn hele leven vervuld van angst voor alles wat hij met de vagina associeert. Bang voor het verborgene, de spelonk die hem dreigt op te slokken, zoekt hij zijn toevlucht tot uiterlijke vormen: de machtige vrouw absorbeert, de zwakke man projecteert. Het resultaat van die projectie is kunst en wetenschap - en geweld van de man jegens de vrouw die het mysterie van de natuur in zich draagt. Zo is het altijd geweest en dat zal altijd zo blijven, stelt Paglia, christendom of geen christendom, cliché of geen cliché. Voor haar bestaat er een verband tussen William Blake's sadistische The Mental Traveller als cultuuruiting en Jumpin' Jack Flash van de Rolling Stones. Madonna, haar persoonlijke heldin, is onze nieuwe Hoer van Babylon. Cultuur als slagveld: seks is overal, grote literatuur bevat altijd pornografie. Mannen en vrouwen zullen nooit gelijkwaardig zijn: “Politieke gelijkheid is alleen in politieke termen mogelijk. Tegenover het archetypische is dat begrip machteloos. Pas als je de fantasie vermoordt, lobotomie toepast en iedereen castreert en opereert zullen de seksen hetzelfde zijn. Tot dat moment moeten we leven en dromen in de demonische turbulentie van de natuur.”

Kinderporno

Het seksuele masker is een boek met een geschiedenis. Paglia, een leerlinge van Harold Bloom, heeft eindeloos met haar levenswerk lopen leuren alvorens een welwillende redacteur van de Yale University Press twee jaar geleden besloot het uit te geven. In gevestigde academische kringen werd er luid en nadrukkelijk de neus voor opgehaald, maar de respons in literaire kringen was zo groot dat Het seksuele masker in Amerika binnen korte tijd uitgroeide tot een fenomeen. Binnen een jaar heeft Paglia zich ontwikkeld tot een nationale figuur, die bij iedere uitbarsting van mediahysterie, zoals bij de hoorzittingen rondom de benoeming van opperrechter Thomas, om haar mening wordt gevraagd. Ze heeft de strijd aangebonden met het academisch feminisme, dat ze afschildert als een soort onverdraagzame Moonie-beweging. Haar no-nonsense meningen over hedendaagse hete hangijzers als date-rape en verkrachting in het algemeen, gaan recht in tegen de geaccepteerde opinies van de liberale goegemeente. Maar pogingen van haar vijanden om haar af te schilderen als strovrouw van het nieuwe conservatisme mislukken; Paglia laat geen gelegenheid ongebruikt om het establishment tegen zich in het harnas te jagen: “Er is voor iedereen iets in mijn boek om beledigd over te zijn. Ik ben vóór abortus, ik ben vóór de legalisering van drugs, vóór pornografie, kinderpornografie, snuff-films. En ik ga daarmee door totdat Gloria Steinem het uitschreeuwt.”

Twee jaar na verschijning hobbelt Sexual Personae wat verloren achter de vlammende persoonlijkheid van Paglia zelf aan. In talkshows en interviews worden dezelfde schokkende uitspraken en citaten opgelepeld ("Er is geen vrouwelijke Mozart omdat er geen vrouwelijke Jack the Ripper is') en Paglia mag keer op keer de verdorde universitaire feministenkliek neermaaien, die het door hun benepenheid en dogmatisme plotseling bij iedereen (ook hier in Nederland) verbruid schijnt te hebben. De "harde waarheden' die Paglia in een verbaal spervuur op de media loslaat, beginnen haar boek zelf meer en meer aan het zicht te onttrekken. Besprekingen van Sexual Personae gaan over Paglia als Nieuwe Vrouw die zo leuk provoceert, onder het dodelijke motto "eindelijk gebeurt er weer eens wat' en laten duidelijk zien dat de recensenten niet verder dan bladzijde 50 hebben gelezen. Wie op die stukken afgaat, krijgt de indruk met een kortstondig fenomeen van doen te hebben, de zoveelste aflevering van de eindeloze media-soap "Waarom begrijpen mannen en vrouwen elkaar toch maar steeds niet?', die ons inmiddels al zulke filosofische en cultuurcritische meesterwerken als De mythe van de schoonheid, Je begrijpt me gewoon niet en Dat bedoelde ik niet heeft opgeleverd.

Is Het seksuele masker zo'n modieus boek? Absoluut niet. Het is een fascinerende, verbeten (zeg maar monomane) studie van zo'n zevenhonderd bladzijden over de onderstromen van de westerse cultuur, aan de hand van een reusachtig aantal kunstvoorwerpen, gedichten en romans. Paglia onderwerpt de kopstukken van de westerse cultuur - Homerus, Vergilius, Donatello, Michelangelo, Da Vinci, Shakespeare, Spenser, Blake, Wordsworth, Coleridge, Whitman, Poe, Wilde, enzovoort, enzovoort - stuk voor stuk aan haar denkbeelden over seks, cultuur en natuur. Het eerste wat je daarbij opvalt, is dat Paglia een briljant literair critica is; haar zorgvuldige lezingen van academisch doodgeslagen werken als Spensers Fairie Queene en Shakespeare's As You Like It en Antony and Cleopatra zijn verrassend. Je zou kunnen zeggen dat Paglia's idiosyncratische visie deze teksten nieuw maakt; je wordt gedwongen tot lezing en herlezing. Bij voorbeeld: Euripides' Bacchanten wordt door haar geïnterpreteerd als een dionysische kritiek van Aeschylus' apollinische Oresteia; Coleridge wordt door haar gezien als de man die het demonische in de natuur, weggemoffeld door zijn vriend Wordsworth in gedichten als The Prelude, onwillekeurig naar voren haalt in het vampiergedicht Christabel; de teruggetrokken, maagdelijke Emily Dickinson wordt door haar tekstueel ontmaskerd als een monster van perversiteit, de Madame de Sade van Amherst. En zo verder. Veel interpretaties zijn betwistbaar, maar als Paglia klaar is met een kunstwerk, weet je zeker dat er geen stof meer op zit.

Absurdisme

In haar pogingen het demonische, de onderdrukking, de transformatie of de erkenning ervan, te ontdekken in de door haar geanalyseerde werken, schiet Paglia soms door in absurdisme (“De natuur maakt euneuchen van ons allemaal”), een al te grote nadrukkelijkheid (“Seks is poëzie. Poëzie is seks”) of onbegrijpelijkheid (de seksuele personae waarvan sommige kunstenaars zich bedienen ondergaan in haar interpretatie van een en hetzelfde werk soms een niet te tellen aantal literair-wetenschappelijke geslachtsveranderingen, waarbij de ene hermafrodiet de andere transseksueel opvolgt). Aan de andere kant zorgt haar associatievermogen voor werkelijk nieuwe inzichten, die het lezen van Het seksuele masker tot een rit in een culturele achtbaan maakt. Paglia ziet een verband tussen de langgerekte, androgyn gedraaide hals van Michelangelo's Giuliano de' Medici, die van Lord Byron op zijn portret en van Elvis Presley. De moderne massacultuur wordt door haar zonder verontschuldigingen omarmd (een aangekondigd tweede deel zal de heidense motieven in de rockmuziek blootleggen) en ze citeert even gemakkelijk een Hollywood-melodrama als een decadent gedicht (wanneer ze de passage uit De Sade aanhaalt waarin een kring van nonnen elkaar met dildo's bewerkt, roept ze uit: “A hundred nuns linked by dildo's! The style of Busby Berkeley or the Radio City Rockettes.”).

Overal vindt Paglia aanwijzingen die haar stellingen over het verdrongen demonische in de natuur bevestigen, in de kattenverering in het Oude Egypte, in fist-fucking, in homoporno, in SM-rituelen, in het Italiaanse katholicisme, in nachtclubtravestieten en filmgodinnen. Het klakkeloos interpreteren van fenomenen in de massacultuur is vaak ergerniswekkend, een altijd-prijs-grabbelton (het lijkt wel alsof ieder huppelpasje van Prince cultuur-filosofisch geduid wordt), maar Paglia paart het aan eruditie en een groot kritisch vermogen. Je zou Het seksuele masker kunnen zien als een manmoedige poging de massacultuur met zijn ikonen en personalities te incorporeren in een consistente kritiek van de westerse cultuur (het woord "manmoedig' zal Paglia overigens niet als seksistisch ervaren: “de apollinische lijn van westerse rationaliteit heeft de moderne agressieve vrouw voortgebracht, die kan denken als een man en aanstootgevende boeken kan schrijven”; Paglia moet flink puzzelen om vrouwen als zijzelf in haar kosmos onder te brengen).

Feministen

Zoals te verwachten viel hebben verschillende academische feministen smalend gedaan over Het seksuele masker toen het verscheen; de reactie van critici wanneer ze onwillig zijn zich in een nieuw boek te verdiepen. Het seksuele masker verdient een betere, meer doorwrochte kritiek. Paglia is verweten dat ze zich baseert op achterhaalde bronnen en met lang geleden verworpen stereotiepen aan komt zetten: haar in zoveel woorden gestelde ambitie om de Frazer van The Golden Bough met Freud te combineren, kan gemakkelijk gezien worden als een poging de telefoon uit de vinden in het tijdperk van de fax. Je kunt ook stellen dat haar beeld van de levenschenkende én vernietigende natuur even geconstrueerd en onwerkelijk is als Rousseau's natuur-idylle. Aangezien ook door haar de natuur alleen waar te nemen is door het westerse oog en te beschrijven in beelden en woorden, is ook haar beeld van de natuur, dat slijmerige, zuigende moeras dat ze om de zoveel bladzijden opvoert, een projectie van de geest.

Het fenomenale succes van Het seksuele masker is ongetwijfeld te danken aan het feit dat het boek grote en lastige vragen probeert te beantwoorden die het feminisme jarenlang ontkend heeft of op een onbevredigende manier gesteld (waarin overigens ook een evolutie heeft plaatsgevonden; zie bij voorbeeld Elaine Showalters feministische studie Sexual Anarchy, waarin zonder dogmatisme naar analogieën wordt gezocht tussen het Fin de Siècle en de jaren negentig van deze eeuw); de monolitische natuur waaraan Paglia de mensheid onderwerpt, krijgt echter gaandeweg de bedreigende allure van de oud-testamentische god. Door de natuur als absolute werkelijkheid te stellen, impliceert ze het bestaan van een groot aantal rigide wetten die iedere verandering uitsluiten; het conservatieve van Het seksuele masker schuilt dus niet in bekrompen opvattingen van de schrijfster (die zichzelf overigens feministe in hart en nieren noemt), maar in het tot in het absurde doorgevoerde en als realisme vermomde anti-idealisme. De natuur is een vast gegeven, stelt Paglia keer op keer, daar helpt geen kunst of cultuur aan. Alle wetenschap bij elkaar kan nog geen bliksemschicht tegenhouden, zegt ze ergens. Dat staat nog te bezien.

Volgens Paglia verandert het beschavingsproces de mens niet werkelijk; zodra de maatschappij uiteenvalt, hebben de demonische driften vrij spel. Dat is een stelling die felle tegenspraak verdient. Er is wel degelijk een verschil tussen een Romeins gladiatorengevecht en een voetbalwedstrijd (zelfs wanneer je er de hooligans bij betrekt). Dat er geen vrouwelijke Mozart is geweest, lijkt me niet te betwisten, maar wel dat er nooit een vrouwelijke Mozart zal zijn (dat wil zeggen, als er überhaupt nog een Mozart komt). Door de nadruk te leggen op de beperkingen en blinde vlekken van het Rousseauïstische idealisme, zijn de verdiensten ervan nog niet ongedaan gemaakt.

“Het feminisme heeft een revolutie nodig”, heeft Paglia gezegd, “dus hier ben ik.” Van de waarheid van het eerste deel van die zin ben ik overtuigd, van die van het tweede deel ben ik helemaal niet zeker. De waarde van Het seksuele masker zal in de loop van de tijd duidelijk moeten worden; het eventuele revolutionaire karakter ervan hangt af van de mate waarin het ons denken daadwerkelijk beïnvloedt en het is nog veel te vroeg om daar iets over te beweren. Het is in ieder geval wel een boek dat gelezen moet worden, besproken en tegengesproken en ook aangevallen. Het is veel te goed, veel te eigenzinnig en veel te mooi geschreven om alleen als stof voor het gesprek van de dag te dienen.

Ergens in Het seksuele masker stelt Paglia dat niemand Freud heeft kunnen opvolgen omdat men hem altijd verkeerd heeft beoordeeld, namelijk als een wetenschapper en niet als schrijver. Hetzelfde geldt denk ik voor Paglia zelf. Het verbaast me dan ook niet dat het boek zo enthousiast ontvangen werd in de Amerikaanse literaire wereld: het spreekt in de eerste plaats tot de verbeelding.