Europa krijgt wat het verdient

Met het Deense "neen' tegen het Verdrag van Maastricht heeft Europa precies gekregen wat het verdient. Het resultaat van meer dan twee jaar onderhandelen is ongedaan gemaakt door een kleine meerderheid in één van de kleinste lidstaten. Dat is een slag in het gezicht van het politieke establishment. Niet alleen in Denemarken, maar in heel Europa.

Dat de schok zo groot is, moet worden toegeschreven aan het overdreven belang dat aan Maastricht is gehecht. Met terugslagen is geen rekening gehouden. Terwijl die toch inherent zijn aan het Europese integratieproces. Het verzet tegen Maastricht leek een achterhoedegevecht, maar sinds deze week vormen de tegenstanders de avant-garde.

In het Verdrag van Maastricht is geprobeerd de eenwording van Europa onomkeerbaar te maken. Zo'n eendimensionale opzet moet wel fout gaan. Echte staatslieden doen alsof zij de Europese eenheid willen, maar dan wel voor de verre toekomst zodat zij zich steeds achter nationale stellingen kunnen terugtrekken. De bestemming van een verenigd Europa ligt altijd achter de horizon. Nooit in het hier en nu. Het is een utopie, maar in het gesloten circuit van staatslieden, journalisten en Euro-wetenschappers is men gaan geloven dat de Europese Unie nog vóór het magische jaar 2000 kon worden voltooid. Niet Margaret Thatcher, maar de Deense kiezers hebben hen uit die droom gehaald.

Het Deense nee verlangt overigens méér en niet minder Euro-theater. Om uit de impasse te komen moet opnieuw een beroep worden gedaan op de inventiviteit van de Brusselse eurocratie. Er moet precies dàt gebeuren waarin Europa goed is. Plannen maken, uitzonderingsclausules bedenken, eindeloos vergaderen en de bezwering uitspreken dat de integratie een historisch proces van zeer lange adem is dat niet te stoppen valt.

Er is geen reden tot paniek. De Europese staten kunnen op de vertrouwde voet verder en hoeven zich niet aan een groter geheel ondergeschikt te maken. Nu Maastricht formeel van tafel is, blijft Europa in het plannenstadium en daarvoor mogen de plannenmakers de Denen dankbaar zijn. De Europese geest mag dan niet tegen de realiteit van het hier en nu zijn bestand, hij laat zich evenmin door een stel Denen uitdrijven.

De reacties in de rest van Europa op de Deense uitslag geven blijk van de arrogantie waartegen de Denen zich hebben verzet. Met het idee om dan maar met elf landen zonder de Denen door te gaan overtreedt men de eigen spelregels. En het idee om het referendum nog eens over te doen bevestigt de indruk dat de Denen geen andere keus hadden dan "ja' te zeggen. Er wordt gezegd dat de Denen zich door sentimenten hebben laten leiden, waarbij automatisch wordt aangenomen dat alleen de voorstanders de rationaliteit in pacht hebben. Van de Denen kan echter niet worden beweerd dat zij een heetgebakerd volk zijn dat met de rug naar de toekomst staat en aan archaïsche gebruiken wil vasthouden. De Denen beantwoorden precies aan het beeld dat de Europese Commissie voor de hele Gemeenschap in petto heeft. De Denen houden zelfs van regels, maar geven de voorkeur aan een eigen keurslijf boven dat van Brussel.

Denen zijn geen Grieken die wegens hun economische prestaties nog vorige week door Commissie-voorzitter Delors bestraffend en vanaf Brusselse hoogte werden toegesproken. Zelfgenoegzaamheid mag de Deense bevolking dan niet vreemd zijn, zij was wel goed over Maastricht geïnformeerd. Men heeft zich niet laten intimideren door de voorstanders van Europa die economische rampspoed voorspelden als Denemarken niet tot ratificering zou overgaan. Alsof landen als Noorwegen, Zweden en Zwitserland die nooit EG-lid waren tot de bedelstaf zijn veroordeeld.

De Deense bevolking bleek bovendien in staat onderscheid te maken tussen het economische karakter dat de EG tot nu toe heeft gehad en waarmee men instemde met het politieke karakter dat de EG gaat krijgen als de Europese Unie te dicht bij komt. Dergelijke subtiliteiten zijn aan ons Nederlanders niet besteed.

Hoewel de Denen nooit een grote Euro-liefde aan de dag hebben gelegd en de uitslag van het referendum in de eerste plaats verrassend is voor mensen die nooit op de kleintjes letten, is het afvallen van Denemarken wel een bedreiging voor het welslagen van de Emu, die tot een gemeenschappelijke Europese munt moet leiden. Voor deelname aan die munt gelden zware economische criteria waaraan op dit moment slechts drie landen voldoen. Frankrijk, dat ook een referendum over Maastricht gaat houden waarmee president Mitterrand een groot politiek risico neemt, Luxemburg dat geen eigen munt heeft en dus eigenlijk niet meetelt, en Denemarken dat de Emu uit vrije wil aan zich voorbij heeft laten gaan.

Het zou de Franse uitzondering bevestigen wanneer Frankrijk als enige tot de Europese munt zou overgaan. Maar om van een gemeenschappelijk project te kunnen spreken zijn er meer partijen nodig. Niet het economisch floreren van Europa staat bij de Emu voorop, maar het Franse streven naar controle over de D-mark, iets dat steeds meer mensen in Duitsland begint te hinderen.

Met Denemarken gaat voor de Emu één van de weinige economisch gezonde landen verloren, wat de animo bij de Duitsers om hun harde D-mark in te ruilen voor een minder harde Ecu niet zal vergroten. Daarbij komt dat het Deense nee werd ingegeven door de angst voor een oppermachtig Duitsland. Dat geeft de Duitse tegenstanders van de Europese munt een prachtig argument in handen. Het vasthouden aan de D-mark kan ineens als middel worden voorgesteld om de sluimerende germanofobie bij de buurstaten weg te nemen.

Wellicht valt Maastricht met allerlei kunstgrepen te redden, maar kunstgrepen zijn riskant als het om fundamentele zaken gaat. Een Europese monetaire unie waarvoor vertrouwen nodig is van de internationale financiële wereld en waarvan het vooraf absoluut zeker moet zijn dat zij zal doorgaan, leent zich niet voor het geschipper waarmee Europa zich gewoon draaiende houdt. Het Deense nee geeft niet alleen de grenzen van de Europese integratie aan, maar doordat nu zonder veel schade een pas op de plaats kan worden gemaakt wordt Europa ook behoed voor een weg waarvan geen terugkeer mogelijk is. In een democratisch Europa is het laatste woord aan nationale staten. Op dit moment is Denemarken het gidslid van Europa.