Een kolonne koelakken; Gerard Jacobs over de Goelagarchipel

Gerard Jacobs: Reis naar de rand van de wereld. Uitg. Contact, 150 blz. Prijs ƒ 24,90.

In het voorjaar van 1979 sloeg het water van de rivier de Ob in het Siberische dorp Kolpasjevo een groot stuk van de oever af. Dat gebeurt bijna ieder jaar wel een keer, maar die aprilochtend in 1979 zal de havenmeester van Kolpasjevo nooit meer vergeten: uit het zand zag hij lijken tevoorschijn komen, mannen, vrouwen en kinderen. Ze hadden een kogelgat in hun achterhoofd, soms twee. “Ze waren zo licht als vloeipapier. Het was of ze net gestorven waren”, zou hij later vertellen. Van de KGB moesten ze de lichamen in de rivier gooien. Met de schroef van een zware sleepboot werden ze vermalen, en door de stroom stortte de oever verder in. “De lijken vielen naar beneden op het strand en in het water. Ik zag er honderden, toen duizenden. Het was een lawine. De schroef van de boot vermaalde de lijken en later lag de bodem van de rivier bezaaid met botten.”

Twaalf jaar later was het politieke tij gekeerd. Met een kleine groep Nederlandse journalisten en een aantal Russische tolken en producenten trok Gerard Jacobs in de zomer van 1991 door een land waar geen land meer achter is: het immense moeras van Siberië, "Gods onafgemaakte werk', zoals de bewoners het zelf noemen, de Goelagarchipel, de knekelvelden van Stalin waar de bevolking haar geschiedenis lijkt te zijn vergeten. Ze hadden een vrijgeleide van de KGB en een introductiebrief van de gouverneur en ze waren de eerste westerlingen voor wie steden als Jorga, Tomsk, Kolpasjevo en Voerkoeta opengingen. Eindelijk konden de havenmeester en tientallen anderen hun verhaal kwijt aan een buitenlandse journalist - en in het geval van de havenmeester kon het zelfs worden nagetrokken. Het resultaat van dit alles is een boek waarvan je, zelfs na drie jaar verhalen, verhalen en nog eens verhalen, opnieuw een nacht niet slaapt.

Ooggetuigen

Gerard Jacobs bevindingen doen denken aan de eerste berichtgeving, vlak na de oorlog, over Auschwitz en Bergen-Belsen en aan het nieuws over de Cambodjaanse "killing fields' in de jaren tachtig: eerst een vaag weten dat er in dat deel van de wereld iets helemaal niet in de haak is, dan droge feiten en cijfers, en dan pas de details en de ooggetuigen, de gebeurtenissen in hun gruwelijke onwaarschijnlijkheid, tastbaar en zichtbaar.

Jacobs tekent het verhaal op van Belina Makhajlenova, een oude vrouw uit het uiterste noorden van Siberië. In 1932 zag ze een eindeloze kolonne koelakken door haar dorpje trekken. “Ze komen in open schuiten. Ze worden op het eiland uitgeladen, als vee. Het regent. Er is niets. Geen eten, geen onderkomen.” In de daarop volgende twee maanden kwamen op het eiland drieduizend koelakken van de honger om. “Ze kregen een handvol meel, dat was alles. Ze aten het rauw op. (-) Op een nacht stopte er een konvooi in het dorp. Een jonge vrouw vroeg of wij schoeisel voor haar hadden. Ik liet haar binnen. Ik zag dat ze geen kuiten had. Die waren afgesneden. Ze zei dat ze gevallen was en te zwak was geweest om op te staan. Ze hadden haar kuiten afgesneden en opgegeten.”

Gerard Jacobs is de eerste die de verhalen van de havenmeester en van Belina Makhajlenova heeft opgetekend, en hij zal de laatste niet zijn. Soms is hij een echte Hollandse journalist: hij windt zich bladzijden lang op over het feit dat de autoriteiten allerlei feiten over de verboden stad Tomsk 7 voor hem achterhouden, maar de beschrijving van wat hij wel allemaal gezien heeft - hij was per slot de eerste Westerse journalist die er in mocht - blijft beperkt tot een paar dunne alinea's. Hij is ook een echte krantenjournalist: De Reis naar de Rand van de Wereld is meer een optelsom van geschreven diaplaatjes dan een echt boek. Er ontbreekt een duidelijk grondverhaal dat van de diverse reportage's één geheel maakt, de lezer wordt soms nodeloos in verwarring gebracht omdat een hoofdstuk als een soort terugblik is bedoeld zonder dat dat als zodanig wordt aangegeven en waarom Jacobs zijn bootreis over de Ob niet duidelijker als rode draad heeft gebruikt, is mij een raadsel.

Gerard Jacobs is geen Redmond O'Hanlon, en ook geen James Fenton. Daarvoor is hij misschien wel te weinig verteller en teveel journalist. Toch kan geen lezer zich, gaandeweg, aan de ban van Jacobs boek onttrekken, en dat heeft alles te maken met zijn stijl van schrijven: ingehouden, zorgvuldig, respectvol, nooit sensationeel en soms ronduit poëtisch. Zijn journalistiek is zo eerlijk als brood, en dat maakt dat je hem op den duur alle compositiefouten vergeeft. Niet het mooie verhaal telt voor hem, maar de waarheid van de havenmeester en van Belina Makhajlenova, en al datgene wat nog honderd malen verteld moet worden.