De man die met Mussert sprak

In de lounge van het Amsterdamse Classic Hotel spreek ik met Barrie Stavis (86), de toneelschrijver wiens drama's in vijfentwintig landen worden opgevoerd, maar die in Nederland een onbekende is. “Daar zal, bij mijn leven, niet veel aan veranderen, denk ik”, zegt hij.

Hij behandelt liefst de grote, universele thema's, rondom aardasbewegende giganten als Simon Bolivar en Galileo Galileï. Zijn visie op de Italiaanse geleerde is “verre superieur aan het toneelstuk van Brecht”, is de mening van The Crown Guide tot World's Great Plays. Stavis, voor het eerst in vijftig jaar weer in Amsterdam, heeft zich onmiddellijk in ons veelkleurige theatergebeuren gestort. Gisteravond bezocht hij Gyses en zijn Ring, zonder er een woord van te begrijpen en vanavond gaat hij naar de try out van Happy Endings in het jeugdtheater De Krakeling, zonder de illusie te hebben ook daar veel van te zullen verstaan. Hindert niets. “Ik herken de innerlijke dynamiek van een toneelstuk”, zegt Barrie (call me Barrie) Stavis. “De honderdvijftig toneelstukken van het internationale repertoire ken ik uit mijn hoofd, net zoals elke goede dirigent moeiteloos de honderdvijftig belangrijkste partituren beheerst.” Hij is net terug uit St. Petersburg, waar zijn stuk The House of Shadows in première is gegaan. Het bevat reminicensies aan de Spaanse Burgeroorlog, die hij voor het weekblad De Groene Amsterdammer heeft verslagen, hetzelfde weekblad waarvoor hij in oktober 1937 de NSB-leider Anton Mussert heeft geïnterviewd.

Dat interview was ik, al bladerende in de oude leggers, wel eens tegengekomen. Maar dat de interviewer still going strong is, leek mij een klein mirakel, waarvan ik persoonlijk getuige wilde zijn.

Ik mag even zijn even bejaarde als staalharde spierbundels betasten. Die man wordt honderdzes.

Stavis had in de jaren dertig, vertelt hij, contacten met mensen van De Stijl, de groep rondom Theo van Doesburg. Het was Van Doesburgs vrouw Nellie die hem in Parijs had opgezocht met het verzoek om die Mussert eindelijk eens een paar kritische vragen te stellen. Mussert zag niet veel in de judeo-liberale pers en manifesteerde zich voornamelijk in zijn eigen Volk en Vaderland. Een interview-aanvrage van een Amerikaanse journalist, zo werd verondersteld, zou wellicht zijn ijdelheid strelen. De speculatie was juist. Barrie Stavis mocht komen. Zulks geschiedde. “Van de inhoud van het gesprek herinner ik mij eigenlijk, na al die jaren, niets meer”, zegt hij. “Het had in Utrecht plaats, geloof ik, waar Mussert zijn hoofdkwartier had. Engels sprak hij niet, zodat Nellie van Doesburg tolkte. Sprak die man eigenlijk wel Duits? Hij was een kleine, puddingvormige man, geassisteerd door een vent met een revolver op z'n heup. En er hingen portretten van Hitler en Mussolini aan de muur. Maar wat hij allemaal heeft gezegd, nee, dat weet ik niet meer.”

Dus vertaal ik voor hem de meest relevante passages uit het vraaggesprek. Over de katholieken die het lidmaatschap van de NSB verboden was, op straffe van de onthouding der sacramenten. En over de joden die best lid van de NSB mochten worden, onder de enigszins groteske voorwaarde dat zij zich tot de NSB-beginselen bekeerden.

“Hebt u Katholieken in uw organisatie”, vroeg ik.

Hij straalde: “Natuurlijk”.

“Welk percentage van de NSB-leden is Katholiek?”

Ditmaal wat kortaf: “Dat weet ik niet precies!”

“Nederland is voor 37 procent Katholiek. Is het percentage in de NSB ongeveer hetzelfde?”

Nu bepaald vijandig: “Daar vragen wij nooit naar”.

“Wat zal uw houding zijn tegenover de Katholieken, die aller eerst trouw zijn aan de Kerk van Rome, of die hun trouw verdeelen tusschen de NSB en Rome?”

“Wij interesseren ons niet voor religie. Wij zijn een nationale partij. Iedereen kan lid worden. Zelfs Joden - dat wil zeggen van het goede soort Joden. Als hij niet tegen de NSB is, is hij een goede Jood.”

“Ik veronderstel dus dat u Joodsche NSB-leden hebt? Hoeveel ongeveer?”

“Dat weet ik niet zeker. Ik heb de precieze cijfers niet bij de hand” (een oogenblik tevoren had hij mij nog verzekerd, dat er nooit gevraagd werd naar den godsdienst der partijleden).

“Die vragen van mij waren zo kwaad nog niet, als ik dat zo hoor”, zegt Barrie Stavis tevreden, vijfenvijftig jaar na dato.

Na afloop van het officiële interview praatten de beide mannen nog even na. Stavis, op de hoogte van het feit van Musserts hebbelijkheid om elke onwelkome publikatie over hem onmiddellijk als leugenachtig en verzonnen te bestempelen, zocht naar een methode om de authenticiteit van zijn vraaggesprek aan te kunnen tonen. Op Musserts bureau lag een kaartje van de firma W. Schlemper uit Düsseldorf, waar de NSB-chef de munitie betrok die hij nodig had voor zijn liefhebberij, het pistoolschieten. Bereidwillig signeerde Mussert het stukje karton, compleet met plaats en datum ("Utrecht, 6 October 1937, Mussert'). “En dat was voor mij niet alleen een mooi souvenir”, zegt Stavis, “maar het was tevens het bewijs dat hij mij wel degelijk te woord heeft gestaan. Nellie van Doesburg is later nog speciaal naar Parijs gekomen om me te bedanken voor de dienst die ik het Nederlandse volk heb bewezen. Graag gedaan. Mijn hemel, het is allemaal al een mensenleven geleden. Een klein wonder dat ik, op mijn leeftijd, nog steeds zo goed bij mijn verstand ben.”