CPB: herziening sociale zekerheid is onvermijdelijk

DEN HAAG, 5 JUNI. Een grondige herziening van de sociale zekerheid is onvermijdelijk. Als die uitblijft en bovendien de groei van de wereldeconomie stagneert, keert na 2000 de wal het schip. In de jaren daarna zullen de sociale uitkeringen dan alsnog drastisch worden verlaagd.

Dit blijkt uit een nog geheime studie van het Centraal Planbureau waarin de toekomst van Nederland tot het jaar 2015 wordt verkend. Net als in "Scanning the future', waarin het CPB de wereldwijde toekomst tot 2015 verkende, worden in het rapport voor Nederland verschillende "realistische' scenario's gepresenteerd.

In het somberste scenario, "Global Shift', blijft het effect van de kabinetsplannen met WAO en ziektewet beperkt, omdat werkgevers en werknemers aanvullende uitkeringen afspreken en omdat het begrip 'passende arbeid' in de praktijk weinig oplevert. Arbeidsmarktprogramma's lopen vast door de stagnerende groei van de werkgelegenheid. Omdat ook de bezuinigingen bij de overheid uitblijven, loopt de collectieve lastendruk op van 52 procent in 1990 tot 62 procent in 2005 (enkele procentpunten meer dan in 1982).

Tegen 2005 telt Nederland meer dan twee miljoen arbeidsongeschikten en werklozen. Dat veroorzaakt een schokeffect en de WAO-, ziektewet- en werkloosheidsuitkeringen worden verlaagd van 70 naar 60 procent van het laatstverdiende loon. Drastische ingrepen in de collectieve sector zorgen nu voor een economisch herstel.

Hiertegenover stelt het CPB een veel rooskleuriger scenario, "Balanced Growth'. Nu wordt de verzorgingsstaat omgebouwd tot een waarborgstaat. Inidividualisering is nu het sleutelwoord. Door forse bezuinigingen bij de overheid (defensie, openbaar bestuur, subsidies), afschaffing van tal van belastingvoordelen (hypotheekrente-aftrek) en een drastische beperking van de WAO- en ziektewet-uitkeringen (nog slechts twee jaar 70 procent van het laatstverdiende loon) komt geld vrij voor de geleidelijke invoering van een basisinkomen voor iedereen. Het basisinkomen vervangt de uitkeringen en stimuleert mensen met een uitkering te gaan werken: ze hoeven niet eerst hun uitkering in te leveren. Het niveau van het basisinkomen bedraagt na 2000 echter slechts de helft van het minimumloon, dat overigens formeel wordt afgeschaft.

Pag.14: Bij hoge uitkeringen blijft groei mogelijk

Dank zij de forse economische en inkomensgroei kan worden bereikt dat de koopkracht van het basisinkomen in 2015 gelijk is aan die van alleenstaanden op het sociale minimum in 1990. Het reële nationale inkomen is tegen die tijd meer dan verdubbeld; de collectieve lastendruk wordt gereduceerd tot 40 procent.

De gunstige uitkomsten van Balanced Growth worden sterk beïnvloed door de veel sterkere groei van de wereldhandel. Die groeide in 1974-1990 met 4,5 procent per jaar, en in Balanced Growth in 1991-2015 met 6,4 procent. In het sombere scenario Global Shift blijft de groei beperkt tot 3,8 procent.

Het derde CPB-scenario, European Renaissance, bewandelt sociaal en economisch een tussenweg, met bijpassende resultaten. In dit scenario blijven de uitkeringen grosso modo op peil, maar heeft het volume- en arbeidsmarktbeleid, anders dan in Global Shift, wèl succes.

In de drie scenario's die het Centraal Planbureau schetst - Global Shift, Balanced Growth en European Renaissance - wordt in European Renaissance in grote lijnen vastgehouden aan de Europese traditie van een relatief hoog niveau van sociale uitkeringen. Dank zij meer dwang tot scholing en tot het opdoen van werkervaring stromen echter veel meer uitkeringsgerechtigden door naar de arbeidsmarkt dan in Global Shift.

Terwijl in Global Shift de Europese eenwording stagneert en er een Europa van twee snelheden ontstaat, en de "Eurosclerose' niet wezenlijk afneemt, worden de voorstellen van het Witboek uit 1985 in European Renaissance voortvarend uitgevoerd. In 2000 is de Europese Monetaire Unie een feit en zijn ook de Efta-landen volwaardig EG-lid. Diverse Oosteuropese landen bereiden zich voor op een volwaardig lidmaatschap op termijn.

De Rijksoverheid in Nederland slankt door overheveling van taken naar Brussel en naar lokale overheden en instanties behoorlijk af. Omdat de werkloosheid en de arbeidsongeschiktheid, vooral onder laaggeschoolden, in het begin hoog zijn wordt voor werklozen tot 30 jaar een "sluitende aanpak' (werk in plaats van uitkering) ingevoerd. De huidige voornemens inzake WAO, Ziektewet en passende arbeid worden succesvol ingevoerd, en de integratie van uitkeringsinstanties en arbeidsbemiddeling verloopt al even gunstig.

Anders dan in het rooskleurige scenario Balanced Growth krijgen niet-werkende partners in European Renaissance geen uitkeringsrecht. Het niveau van de uitkeringen is echter aanzienlijk hoger dan het basisinkomen in Balanced Growth. Wel worden in European Renaissance de meeste uitkeringen (uitgezonderd de AOW) worden losgekoppeld van de contractlonen: ze nemen jaarlijks met een kwart procent minder toe.

Terwijl in Global Shift het aantal arbeidsongeschikten na de eeuwwisseling tijdelijk oploopt tot 1,25 miljoen, en in Balanced Growth dat aantal in 2015 is gedaald tot 600.000 (er zijn er nu 900.000), zijn er in European Renaissance in 2015 nog 750.000 arbeidsongeschikten. Het financiële beslag van ziekte-, werkloosheid- en arbeidsongeschiktheidsregelingen daalt van 10 procent van het nationale inkomen in 1990 tot minder dan 5 procent in 2015. Daar staat een stijging van de kosten van AOW en gezondheidszorg (er komt een brede, verplichte basisverzekering die 95 procent van de zorgvoorzieningen omvat) tegenover. Al met al liggen de collectieve lasten, uitgedrukt als percentage van het nationale inkomen, in 2015 slechts enkele procentpunten lager dan in 1990.

Opvallend is dat de Nederlandse emissies van CO2 in het scenario met de grootste economische groei, Balanced Growth, tussen 1990 en 2015 wèl kunnen dalen (min 9 procent), terwijl ze in Global Shift, waar de groei het laagst is, juist stijgen (plus 9 procent). Het CPB veronderstelt dat het maken van internationale overeenkomsten in een wereld van stabiele groei eenvoudiger is. In Balanced Growth komt dan ook tegen 2000 een regulerende energiebelasting van 20 dollar per vat tot stand.