Bungalows

Achteraf blijken grote politici vaak die te zijn die met overtuiging vóór iets waren, en tegelijkertijd tegen een modieuze trend. Ik schrijf dit de dag nadat de Denen, in een referendum, zich tegen het Verdrag van Maastricht hebben uitgesproken. Daarbij denk ik niet aan Margaret Thatcher maar aan Charles de Gaulle.

Maar gisteravond heb ik zitten eten met de burgemeester van een kleine stad bij Stuttgart, die vertelde hoe moeilijk het was om zich als politicus aan mode te onttrekken, omdat een modetrend eruit ziet als de wil van de meerderheid. Politici houden van meerderheden omdat ze ervan leven. De betreffende burgemeester, die van een slok wijn hield en dus makkelijk praatte, had die functie eerder uitgeoefend in een dorp op de Schwäbische Alb. Dat was in de jaren zestig. Voor een kleine uitbreiding van het pittoreske plaatsje in een natuurgebied was een plan gemaakt met Zuidduitse vakwerkarchitectuur die paste in het sprookjesachtige beeld. Dat gemoedelijke project werd door de progressieve burgemeester weggeveegd. Hij wilde moderne bungalows met een plat dak. Die werden gebouwd; nu heeft hij er spijt van. Maar het was toen mode, zei hij, dus wat doe je dan als politicus?

Vernieuwingen zijn vaak even opwindend als zinloos. We hadden in de erfenis van Le Corbusier en Mies van der Rohe een prachtige moderne architectuur. Vervolgens hebben architecten en designers die bijna met geweld veranderd - vrolijker gemaakt. De Staatsgalerie in Stuttgart van James Stirling is een raar maar nobel gebouw. Helaas duiken in de regio Stuttgart elementen van dat museum overal op, tot in de fitnesscentra en benzinestations. Tegen dit soort verwatering moeten politici gekant zijn. Ze hebben niet alleen voor behoedzame vernieuwing te zorgen maar vooral hebben ze tradities te beschermen. Wie anders moet dat doen? Het vieze paarsblauw in de nieuwe Tweede Kamer geeft wel te denken.