Bescherming beursfondsen geen reden voor lage koersen

AMSTERDAM, 5 JUNI. De beschermingsconstructies waarmee Nederlandse bedrijven vijandige overnames trachten af te weren zijn niet de belangrijkste reden voor de lage koers/winstverhouding van de Nederlandse beursfondsen vergeleken met buitenlandse aandelen.

Veel belangrijker zijn een ongunstig belastingregime, de kleine omvang van de verhandelde fondsen en een zuinige dividendpolitiek van Nederlandse bedrijven. Dat blijkt uit een onderzoek dat de Universiteit van Amsterdam (UvA) in opdracht van Amsterdam Financial Centre heeft uitgevoerd. De koers/winstverhouding, een maatstaf voor de belangstelling van beleggers voor een aandeel, is gelijk aan de koers van het beursfonds gedeeld door de winst per aandeel.

Tegenstanders van beschermingsconstructies, zoals de Vereniging van Effectenbezitters (VEB), roepen al jaren dat de vaak forse juridische bescherming van Nederlandse beursfondsen oorzaak is van structureel te lage beurskoersen op de Amsterdamse beurs. Het onderzoek van de UvA zet grote vraagtekens bij de bewering dat de beschermingsconstructies van Nederlandse bedrijven sterker zijn dan elders in Europa. In het onderzoek werden vijfig fondsen, genoteerd op vijf grote Europese effectenbeurzen (Londen, Frankfurt, Parijs, Zürich en Amsterdam), onder de loep genomen.