Ai en Gao lopen in de Kalverstraat

Volgens Leon de Winter mogen alleen joden jodenmoppen vertellen. Wat mogen halve joden? Halve joden mogen jodenmoppen slechts voor de helft vertellen. Maar welke helft? Het begin of het eind? Een lastig probleem, waarover ik nog eens uitsluitsel hoop te krijgen.

Op het gevaar af dat ik voor een halve antisemiet word uitgemaakt, ga ik nu een hele jodenmop vertellen. Het is een mop die ik twee jaar geleden ook al op deze plaats heb verteld, maar toen dacht ik dat het alleen maar een mop was. Nu weet ik dat de mop werkelijkheid kan worden. Lees door, en u begrijpt spoedig wat ik bedoel.

Maar eerst de mop. De mop speelt in China ten tijde van de machtsstrijd tussen Chiang Kai-shek en Mao Zedong. Een peloton Amerikaanse vrijwilligers vecht mee aan de kant van Chiang. Onder hen bevindt zich een joodse jongen uit New York, die wij voor de afwisseling Nathan zullen noemen. Het is pésach-avond en soldaat Nathan heeft het contact met zijn groep verloren. Nathan is verdwaald en moederziel alleen loopt hij door het Chinese landschap.

Dan passeert Nathan een pagode, waaruit allerlei gezangen klinken die hem bekend voorkomen. Nathan kijkt naar binnen en ziet dat de pagode is ingericht als sjoel! Maar de gelovigen zijn allemaal Chinezen. Zelfs de rebbe, bezig de Thora te lezen, draagt een vlecht. Nathan gaat naar binnen. Hij zingt mee en spoedig voelt hij zich volkomen thuis. Na afloop van de dienst stapt Nathan op de rebbe toe om hem te bedanken. Als Nathan zijn verhaal heeft gedaan, kijkt de rebbe hem oprecht verbaasd aan en zegt: “U joods? Werkelijk? U ziet er anders helemaal niet joods uit!”

Ik dacht dat dit niet meer was dan een mop, maar in het blad Discovery stond vorige maand een reportage over een enclave van 200 Chinese joden in Kaifeng, een plaatsje ten zuidwesten van Peking. De foto's bij dit stuk zijn fascinerend. Inderdaad, het zijn joden. Zij dragen keppeltjes, de rabbijn heeft een baard en houdt de Thora in de hand, maar voor de rest zien zij eruit als volbloed Chinezen. In de loop der eeuwen zijn zij door gemengde huwelijken totaal van uiterlijk veranderd, maar dank zij al die Chinese Jiddische mamma's zijn zij joods gebleven.

De Chinese joden heten: Ai, Gao, Jin, Tsji, Isaac, Chiang, Zho en Li. De familie Li levert doorgaans de opperrabbijn, vermoedelijk omdat haar naam teruggaat naar Liewei, waarin wij weer het oud-testamentische Levi herkennen. De Chinese joden eten geen varkensvlees, al begrijpen zij niet precies waarom. Het varken is voor de Chinezen beslist geen onrein dier en als het aan de joden van Kaifeng ligt, wordt het Chinese varken als een aparte, kosjere soort erkend.

Door een komisch misverstand is de geschiedenis van de joden in Kaifeng voor een deel vastgelegd. In 1605 ontmoette de joodse mandarijn Ai Tien de missionaris Matteo Ricci. Omdat Ricci Hebreeuws kende, dacht Ai Tien dat hij met een geloofsgenoot te maken had. De vier apostelen waar Ricci over vertelde, interpreteerde Ai Tien als de aartsvaders Abraham, Isaak, Jacob en Ezrah. Jezus, zo dacht Ai Tien, moest de zoon van Rebecca zijn.

Als een rechtgeaarde jezuïet deed Ricci aan Rome onmiddellijk verslag van zijn bevindingen. De paus gaf hem de opdracht voorzichtig na te gaan of er in de Chinese variant van de Thora misschien melding werd gemaakt van Jezus als de Messias. Maar dat bleek niet het geval. De Chinezen zagen meer in Confucius dan in Christus.

Nu de liberalisatie langzaam op gang komt, treedt het jodendom in China weer aan de oppervlakte. Chinezen reizen naar New York om judaica te bestuderen en het Hebreeuws te leren. Anderzijds gaan joden naar Kaifeng om daar met de kinderen Barmitswa te vieren. Voor de reisbureaus is een nieuwe markt geopend. Zo is iedereen op zoek naar wat in het moderne jargon "de eigen identiteit' heet.

Zelf verbaas ik mij nergens meer over. Als morgen in het diepste oerwoud van Nieuw Guinea een enclave wordt ontdekt van joden met blonde haren en blauwe ogen, geloof ik dat bericht onmiddellijk. Maar laat niemand ooit nog zeggen dat je een jood kunt herkennen aan zijn uiterlijk.