Welsprekendheid

Als wiskundige heb ik me geërgerd aan het betoog "Wiskundige welsprekendheid' van K. van Berkel.

Welsprekend is hij zeker, maar van wiskunde heeft hij geen benul. Toch ziet hij er geen been in om onder de kop "wetenschap' de lezer zijn beeld van de wiskunde voor te schotelen. Na eerst op uiterst vermakelijke wijze de vloer te hebben geveegd met de oude retorica, stelt hij de vraag of wiskunde wellicht een "andere retorica' is. Of wellicht niet zozeer een "weten' maar een "stijl van denken'. Dat zou hij wel willen. De werkelijkheid is zoveel interessanter.

Dat we een raket op de maan kunnen doen landen, komt echt niet door een paradigma, zoals Van Berkel lijkt te denken. De raket trekt zich van onze consensus namelijk niets aan. De bijdrage van Newton is ook niet dat hij zo goed polemiseerde. Zonder Newtons wetten van de zwaartekracht zouden we niet weten hoe we onderweg bij moeten sturen. Weten, ja.

Van Berkels artikel helpt niet om de kloof tussen de alpha's en de beta's te overbruggen. Inderdaad, ook wiskundigen zijn mensen. Ze gebruiken een taal, en van retorica zijn ze ook niet vies. Maar voor een begrip van de mathematisering van ons wereldbeeld moet men toch ook wel oog hebben voor de inhoud van het wiskundig weten of de mysterieus grote trefkans van de wiskundige methode.