Theoloog Kuitert blijft "ongeneeslijk religieus'

AMSTERDAM, 4 JUNI. Al eeuwenlang doen ze het: strijden over de godsvraag of proberen om het bestaan van God religieus, filosofisch of wetenschappelijk te bewijzen. Bloedige oorlogen zijn erover gevoerd, keizerrijken vielen erdoor uiteen en dogmatische stelsels bestreden elkaar. Maar de godgeleerden kwamen er nooit uit.

Ook gisteravond niet. Toen traden in de Amsterdamse Westerkerk de gereformeerde theoloog H.M. Kuitert en de Leidse hoogleraar in de oude gechiedenis, H.S. Versnel - onder leiding van hun Kampense collega, prof. P.N. Holtrop - tegen elkaar in het krijt. Kuitert, oud-hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, was altijd al een prominente dwarsligger in zijn kerk en bestrijdt al vele jaren zowel zijn oer-orthodoxe als zijn modernistisch getinte medechristenen. In Versnel, die rond zijn dertigste het geloof verloor en in het dagblad Trouw regelmatig van leer trekt tegen traditionele christelijke geloofsopvattingen, vond hij een krachtig tegenstander. Vooral waar het ging om Kuiterts laatste boek, "Het algemeen betwijfeld christelijk geloof', waarvan vanaf februari meer dan 20.000 exemplaren zijn verkocht en dat nu al een achtste druk beleeft. De gereformeerde theoloog zou daarmee een uiterst liberaal geloofsessay hebben geschreven en heeft daarmee, zoals hij ook in eerdere publicaties altijd deed, velen hard tegen hun schenen geschopt.

Hoewel Versnel de “eerlijke-mensentaal” in Kuiterts boek waardeert, stelde hij toch dat de tijd voor een dergelijk type boek over God en geloof voorbij is. “Het gaat gewoon niet meer”, meent hij. “Wie God onder woorden en in een theologisch systeem probeert onder te brengen en daarbij een beroep doet op het gezond verstand dat altijd cultuur- en tijdgebonden is, loopt tegen de logische lamp en tegen een muur van willekeur en inconsistentie”, omdat iemand als Kuitert nu eenmaal niet twee methoden tegelijk, een wetenschappelijke en een gelovige, zou mogen hanteren.

De grote schare toehoorders in de kerk luisterde ademloos. Fel gingen de twee opposanten tegen elkaar te keer. Volgens de predikant van de Westerkerk, waarvan de restauratie onlangs voltooid is, belooft geloven juist door zo'n discussie weer spannend te worden. Professor Kuitert betoogde dat de christenheid het zich gedurende de laatste eeuw veel te gemakkelijk heeft gemaakt met haar geloof, daarbij allerlei vragen en antwoorden uit de weg is gegaan en zich aan intellectuele luiheid heeft schuldig gemaakt. Bijvoorbeeld door te veronderstellen dat geloof “van boven” komt en te vergeten dat alles wat christenen over God zeggen, niet meer dan “menselijke bedenksels” zijn. Vrijwel niemand - op de uiterste rechtervleugel van de kerken na, waar men volgens Versnel oren en ogen stijf dichthoudt voor alle realiteit - weet nog wat typisch christelijk is of wat men nog kan of moet geloven.

Desondanks poneerde Kuitert de stelling dat mensen “ongeneeslijk religieus” zijn en altijd een godsbesef in zich hebben. Vooral deze veronderstelling werd door Versnel, die erop wees dat zeker de helft van de Nederlandse bevolking niet meer godsdienstig is, krachtig bestreden. Volgens hem levert Kuitert, hoe men het ook wendt of keert, een even ontroerend als tragisch achterhoedegevecht en heeft zijn boek, hoe moedig ook, een ouderwets gereformeerd karakter. De aangevallene verdedigde zich daartegen met de mededeling dat zijn boek geen theologisch-wetenschappelijke verhandeling is, maar slechts het karakter van een persoonlijke gelovige bezinning heeft. “Ik kan niet anders”, getuigde Kuitert, “want ik heb het geloof nu eenmaal opgelopen en daarover kan ik niet spreken in termen van: twee maal twee is vier”. Zijn boek is volgens hem bedoeld voor mensen die door de bomen het bos niet meer zien en daarmee zitten. Kuitert ziet daar maar één remedie voor. Namelijk door te willen laten zien waar het in de klassieke geloofsvoorstellingen van de christelijke traditie uiteindelijk om begonnen was.