Rotterdamse korpschef laakt "hap-snap-beleid' Justitie; Cellentekort ontmoedigt politie

ROTTERDAM, 4 JUNI. De Rotterdamse rechercheur weet allang dat de dief die hij oppakt sneller thuis is dan hijzelf. Korpschef R.H. Hessing ziet het met lede ogen aan. De Rotterdammer doet alleen nog aangifte van een autokraak voor de verzekering en niet opdat het recht zal zegevieren, want hij weet dat de helft van alle verdachten in zijn regio wordt heengezonden wegens een tekort aan cellen.

“De geloofwaardigheid van het hele strafrechtssysteem staat ter discussie”, zegt Hessing, die niet onder de indruk is van de vijf extra cellen die Rotterdam eerder deze week kreeg toegewezen. “Hap-snap-beleid”, noemt hij het, want deze cellen waren oorspronkelijk bestemd voor onwillige boetebetalers. “Justitie vult een gat met een gat op. Bovendien hebben we minimaal vijftig extra cellen nodig.”

Vijfentwintig jaar geleden werden voor het eerst fietsendieven voortijdig naar huis gestuurd, herinnert Hessing zich nog. Een schande, want in die tijd kon zelfs een stroper in Apeldoorn nog een jaar gevangenisstraf krijgen. Toen in de jaren tachtig een periode aanbrak waarin justitie autokrakers naar huis stuurde, werd het menens. Door normvervaging, gewenning en verharding kijkt een autobezitter al niet meer op als zijn radio voor de vijfde keer is gestolen, soms door dezelfde persoon.

“Ik heb hier een recente video-opname waarop een man is te zien die een overval pleegt met een enorm wapen in zijn hand. Hij werd in april vrijgelaten. Een paar dagen later werd hij opnieuw aangehouden wegens bedreiging met een pistool, en weer vrijgelaten. Dat kun je de burger niet meer uitleggen. De geloofwaardigheid van de pakkans is er niet meer. De autokraker wordt op straat herkend, maar er gebeurt niets. Van veel ernstige feiten wordt al geen aangifte meer gedaan, zodat we niet eens weten wàt er allemaal gebeurt.”

Hessing ziet dagelijks voorbeelden van afnemende motivatie in zijn korps, en bij daders een toenemende onverschilligheid over hun aanhouding. De politie geeft de bestrijding en de voorkoming van inbraak, autodiefstal en roofovervallen voorrang, met respectabele resultaten voor wie alleen kijkt naar de toegenomen kans dat de daders worden gepakt. “We hebben een speciaal project tegen autokraken in de binnenstad. Er wordt veel geld in gestoken, er worden overuren gemaakt. Je kunt je afvragen of het nog zin heeft urenlang achter iemand aan te lopen. Want zodra je hem pakt, weet je zeker dat je hem een uur later weer lachend tegenkomt. En hij weet dat ook.”

Niet alleen de politie ondervindt gevolgen van het tekort aan cellen, ook justitie zakt de moed weleens in de schoenen, zegt Hessing. “Het openbaar ministerie is zwaar onderbemand en volstrekt niet in staat verdachten op een slagvaardige wijze te vervolgen. Bovendien beschikt het arrondissement Rotterdam over onvoldoende meervoudige kamers. Als gevolg daarvan komen ernstige feiten voor de politierechter. Voor dit soort zaken kan de politierechter nooit meer dan zes maanden geven. Inbraken of zaken waarop vier jaar gevangenisstraf staat, worden bij de politierechter afgedaan om in elk geval een stuk straf op te leggen. We moeten junks gewoon kunnen opbergen. Dat zeg ik niet als een havik, maar gewoon omdat ze moeten krijgen wat ze verdienen.”

Hessing verwijt de Haagse politiek dat de afgelopen decennia “nooit een behoorlijk samenhangend beleid is gevoerd. “Rechters, politie en het ministerie van justitie voelden zich niet verantwoordelijk als een verdachte werd weggestuurd. Het cellenbeleid is nooit planmatig aangepakt”, zegt de Rotterdamse korpschef. “Criminaliteit is de afgelopen jaren in de Haagse verkiezingsprogramma's een item geweest. Dat kun je niet afdoen door na de verkiezingen te zeggen dat de politie efficiënter moet gaan werken, en vervolgens over te gaan tot de orde van de dag. Dat heeft tot deze situatie geleid.”

“Veiligheid is niet alleen een zaak voor de politie. Als je het probleem niet op alle gebieden aanpakt, heeft ons werk echt geen zin. Dat moet op korte termijn - bijvoorbeeld met twee mensen in een cel - en structureel, zoals investeren in werkgelegenheid, onderwijs en allochtonenbeleid. En dus ook in het justitieel apparaat. Heel ordinair gezegd: er moet gewoon meer geld komen, maar niet alleen voor de politie.”

Hessing ziet geen enkel bezwaar tegen het - voorlopig - plaatsen van twee gevangenen in een cel. “Dat is niet inhumaan, zoals wel wordt beweerd. Vragen we dat ons ook af bij demente bejaarden die met hun zessen op een kamer zitten? Er zijn terreinen in de zorgsector waar we minder humaan zijn dan met arrestanten. Arrestanten zitten niet vierentwintig uur met elkaar opgesloten. De cellen in mijn vorige korps, Eindhoven, voldeden aan de eisen van de logementsverordening. Ik ben voorstander van een humaan strafbeleid, maar ik vind het vrijlaten van iemand die een strafbaar feit heeft gepleegd buitengewoon onhumaan voor de slachtoffers.”