Protest

“Terug in de kerk erboven, gadegeslagen door starre Byzantijnse heiligen, blijft ze denken aan . . .”

Een verhaal van Hélène Nolthenius. Steeds moet ik terug naar het begin van de zin, de alinea. Dat ligt aan de regen; het regent al twee uur, het regent al twee uur dat het giet en in deze regen zit een blauwe kiekendief op eieren.

Ze lagen aan het eind van onze omzwerving door de Muy. Het begon donker te worden. Peter van der Wolf worstelde zich door een scherm van woeste stekelstruiken, in korte broek nota bene. Uiteindelijk bereikten we een ongelooflijk van de wereld afgescheiden ruimte.

Vijf bescheiden witte eieren, open en bloot op de grond, onder de hemel. Ze voelden warm en één ervan was al aangepikt, je kon het jong horen bewegen, nog hooguit twee dagen had het nodig om geboren te worden.

Een blauwe kiek, wijfje, cirkelde ondertussen dunnetjes protesterend boven ons hoofd. Een onthutsend geluid eigenlijk - zo bang, zo hulpeloos, in combinatie met zo groot, zo sierlijk. (Voor de goede orde: Peter bewaakt de Muy, het is zijn táák dergelijke nesten op te sporen.)

Dat was gisteren. Nu deze wolkbreuk, uitgelezen kans voor vroeg naar bed. “Terug in de kerk erboven . . .” Er valt een donderslag, de regen neemt nog toe. Ik richt mij rechtstreeks tot de mogelijke aanstichter van dit alles: “Jaja, nou weten we het wel, hou nou maar op”.