Ont-Niken

De één pakt je vast, de ander trekt je dure gympen uit en als je geluk hebt, loop je geen lichamelijk letsel op. "Ont-Niken' heet dat in NRC Handelsblad van 2 juni. “Het is nog geen plaag, maar wel ernstig”, is de reactie van de Rotterdamse politie. Het is even schrikken, zo'n bericht, net als van het in de pers gemelde feit dat, blijkens onderzoek in Groningen, de meerderheid van de jongeren niet meer zonder mes de disco ingaat. Helaas worden dergelijke fenomenen als incident afgedaan. Vroeger waren er toch ook "enge grote jongens'?

In welke categorie misdaadstatistiek wordt dit soort gedrag geregistreerd? Zolang je niet al te erg wordt afgerost in elk geval niet onder de geweldsdelicten, hoewel je ervan kunt uitgaan dat bij het slachtoffer op z'n minst sprake is van een traumatische ervaring. Wat dan? Vermogensdelict, kleine criminaliteit of vandalisme?

Dat het misschien erger is dan we (willen) weten, mag blijken uit de volgende gegevens, afkomstig uit het Scholierenonderzoek 1990, dat het NIBUD in samenwerking met de universiteiten van Rotterdam en Leiden onder vijftienduizend jongeren hield. Vijftien procent van de jongens tussen de 13 en 19 jaar is betrokken bij vechtpartijen tijdens sportwedstrijden (waar ze zelf aan meedoen), achttien procent is betrokken bij vechtpartijen bij het uitgaan. Twaalf procent van de jongens heeft wel eens iemand verwond, vijf procent heeft een wapen daadwerkelijk gebruikt. Dit zijn harde gegevens over de groep die wij als de "normale' gemiddelde scholier uit het voortgezet onderwijs zien.

Het griezelige is dat we ons niet constructief bezighouden met dergelijk gedrag en de gegevens daarover. Bekladden van een gebouw of (nog erder) bekrassen van een auto wordt immers als een groter vergrijp beschouwd en met meer inzet vervolgd dan het lichamelijk of geestelijk geweld dat jongeren elkaar aandoen. Graffiti-vrij zijn heeft in veel gemeenten een hogere prioriteit dan geestelijk welzijn.