Nooit meer met krukken langs de deur

“Ik wilde iets maken zonder rekening te houden met de heersende mode”, zegt Ruud Jan Kokke over zijn succesvolle "Wandelkruk TC'. Het triplex stoeltje, ontworpen voor de vermoeide museumbezoeker, won onlangs een prijs op de Contemporary Art Fair in New York.

De Wandelkruk TC van meubelontwerper Ruud Jan Kokke (1956) maakt sinds de introductie in 1990 een zegetocht door de wereld. Onlangs ontving Kokke tot zijn verrassing een fax waaruit bleek dat de kruk van triplex, die op het eerste gezicht veel weg heeft van een lampekap, op de International Contemporary Furniture Fair in New York door een jury was uitgeroepen tot een van de "outstanding products'.

“Ik wist nauwelijks dat die kruk daar stond. Alleen omdat er problemen bij het afleveren waren geweest, had ik begrepen dat de Wandelkruk daar getoond werd”, vertelt Kokke in zijn atelier vol houten stoelen en boeken met schetsen in Oosterbeek. Het huis waar hij met zijn vrouw (met eigen atelier) en twee kinderen woont, verkeert in staat van verbouwing. De zelf ontworpen "uitnodigende' deuren zijn nog niet voorzien van ruiten. Wat de prijs precies inhoudt, weet hij nog niet. Eerder kocht het Stedelijk Museum Amsterdam de 42 centimeter hoge kruk voor de vaste meubelcollectie en ook het Museum of Modern Art in New York is van plan tot aanschaf over te gaan.

Maar het eerste museum waar de Wandelkruk TC te bezichtigen viel, was Boymans-Van Beuningen. Niet als geëxposeerd object, maar als gebruiksvoorwerp. Een paar jaar geleden vertelde een kennis van Kokke die rondleidingen in het Rotterdamse museum verzorgde, dat ze bij het museum op zoek waren naar een lichtgewicht stoeltje voor oudere mensen die tijdens de rondleiding even willen zitten. Ze hadden van alles geprobeerd. Het ene stoeltje was te zwaar en het andere leverde weer gehannes op bij het in- en uitklappen.

Van dun triplex (2,1 mm) maakte Kokke een kruk die zich laat vergelijken met een ovale omgekeerde emmer met een opening in de bodem om hem te vast te houden. De een kilo wegende kruk is stapelbaar (nestbaar) zodat het hulpmiddel weinig ruimte inneemt wanneer het niet gebruikt wordt. De Wandelkruk TC - de letters TC vormen de initialen van de kennis die Kokke aan de opdracht hielp - sloeg aan. Boymans-van Beuningen bestelde een aantal draagbare krukken en die zijn nog steeds in gebruik.

Kokke liet daarop een serie van veertig stuks maken en verkocht die aan diverse meubelwinkels. (“Je moet er wel twee nemen want ze zijn stapelbaar.”) Met deze vorm van eigen initiatief had hij ervaring. In 1981 begon Kokke na drie jaar kunstacademie in Arnhem (architectonische vormgeving en vrije kunst) een timmer- en onderhoudsbedrijfje. “Ik moest ongeveer drie dagen per week werken om in mijn levensonderhoud voorzien. De rest van mijn tijd kon ik besteden aan het ontwerpen van meubelen. Vooral het architectonische van meubelen, de constructie en houtverbindingen, interesseert me.”

In 1985 ging Kokke, die toen op een zelfgebouwde woonboot (“een soort catamaran die op piepschuim dreef”) woonde, de markt op met zijn eerste ontwerp, de Kokkestoel van eiken- en essehout. Van deze eenvoudige en elegante stoel had hij zestig stuks in eigen beheer laten maken. De veerkrachtige zitting en leuning van deze rechte stoel bestaan uit dunne, dicht naast elkaar bevestigde essehouten latjes. De verkoop liep redelijk en een paar jaar later meldde zich een fabrikant die de Kokkestoel (nu: 760 gulden) en variaties op het latjesthema, zoals een leunstoel, wilde maken en verkopen.

Nu worden jaarlijks nog steeds zo'n 700 meubelen uit de Kokkeserie in Nederland en daarbuiten verkocht. Kokke hoeft ook niet meer met zijn Wandelkrukken langs de deuren te gaan: Designum laat ze nu maken en zorgt voor de distributie.

Kokke noemt zijn eerste stoelen en de Wandelkruk tijdloos. “Ik wilde iets maken zonder rekening te houden met de heersende mode. Ik vertrouwde erop dat die meubelen ooit gewaardeerd zouden worden om hun kwaliteit.”

Vorig jaar vroeg meubelfabrikant Arco hem eens iets "eigentijds' te maken. Hij toog aan het werk en tot zijn eigen verbazing kwam er een serie meubelen uit zijn handen die "modern' oogt. “Ik wist niet dat ik dat ook kon.” Ook bij deze stoelen is weer veel aandacht besteed aan de constructie: de sierlijk gebogen achterpoten zijn van een T-profiel van meubelplaat en de voorpoten zijn hoekprofielen.

Kokke ontwerpt niet alleen stoelen en tafels die op den duur in serie geproduceerd worden, maar ook unica in opdracht van particulieren, instellingen of architecten. Voor het Gemeentemuseum Arnhem maakte hij vaste vitrinekasten, voor de Amsterdamse Galerie Ra een vijf meter lange feestdis ter gelegenheid van een jubileumtentoonstelling en voor een bibliotheek boekenkasten. “Het leuke van dat soort opdrachten is dat ik meteen na het eerste gesprek de oplossing al voor me zie. Vroeger maakte ik dan nog een stapel andere ontwerpen en dan kwam ik steevast weer bij het eerste idee uit. Nu durf ik daar meteen op te vertrouwen”, zegt Kokke die beide soorten ontwerpwerk wil blijven doen.