Nationale Toneel met geladen opvoering van Iphigenia op Tauris

Voorstelling: Iphigenia op Tauris van Goethe door Het Nationale Toneel. Vertaling en regie: Ger Thijs; decor: Per Kirkeby; spel: Viviane de Muynck, André van den Heuvel, Jos Verbist, Rudolf Lucieer, Huib Rooymans. Gezien: 2/6 Koninklijke Schouwburg Den Haag. Nog te zien aldaar t/m 6/6 en 9 t/m 11/6 in Amsterdam.

Afgezien van de waanzinsscène van Orestes, is elke vorm van lichtzinnig gedrag vermeden in de door Het Nationale Toneel uitgevoerde versie van Iphigenia op Tauris. Ger Thijs, die Goethe's tekst vertaalde en regisseerde, geeft daarmee aan dat het morele verantwoordelijkheidsgevoel waarvan de personages zijn doordrongen wat hem betreft gepaard gaat met een diep geworteld besef van de ernst des levens. In dat opzicht doet deze Holland Festival-produktie in niets denken aan de voorstelling die Charlotte Kleist vorig jaar op basis van Goethe's stuk bij Theater van het Oosten ensceneerde. In die versie, ingeleid door een in roze glitterpak uitgedoste showmaster, werd de inhoud van het stuk met een knipoog gerelativeerd.

Typerend voor het verschil in opvatting van beide regisseurs is bij voorbeeld de wijze waarop Iphigenia zich presenteert. Bij Theater van het Oosten zette Camilla Braaksma haar neer als een uitdagende verschijning in een strak, zwart jurkje. In de uitvoering door Het Nationale Toneel daarentegen is Viviane de Muynck gehuld in een lange, wijde donkerblauwe jas. Al gauw blijkt dat anderen in haar omgeving ook zo gekleed gaan: in donkere regenjassen, tot aan de hals dichtgeknoopt. Alleen haar broer Orestes en neef Pylades, gespeeld door respectievelijk Jos Verbist en Rudolf Lucieer, dragen niets anders dan hun onderbroek. De twee mannen zien er bleek en kwetsbaar uit en dat zijn ze dan ook: ze zijn net aangekomen op Tauris en de regel op het eiland wil dat vreemdelingen geofferd worden door de priesteres.

Iphigenia die lang geleden door de godin Diana is gered van de offerdood en sindsdien ver van huis op Tauris het priesterambt vervult, ziet zich gesteld voor een dilemma. Moet ze in opdracht van de Taurische koning Thoas het offer voltrekken of haar hart volgen en het niet doen? Als ze hoort dat een van de twee vreemdelingen haar broer Orestes is staat haar besluit vast: ze zal haar plicht niet nakomen en met hem terug gaan naar haar vaderland. Maar onmiddellijk dient zich een nieuw dilemma aan: kan ze de koning van haar plan op de hoogte stellen of is het beter hem te bedriegen?

Viviane de Muynck toont de innerlijke tweestrijd in uitgewogen en subtiel spel - wat helaas wel eens onverstaanbaar gemompel tot gevolg heeft. Haar gewetenswroeging leidt niet tot dramatische uithalen, redelijkheid is Iphigenia's wapen. Thoas, uiteindelijk de meest beklagenswaardige figuur in het stuk, is haar slachtoffer. Als een grote sombere wolk verschijnt hij op het toneel, ten prooi aan heftige emoties, maar in de gedaante van André van den Heuvel ondergaat hij zijn nederlaag op heroïsche wijze.

Het ingehouden spel van Van den Heuvel en zijn medespelers zorgt voor een geladen sfeer waarin alle aandacht naar de tekst gaat. De enscenering van Ger Thijs is een indrukwekkende ode aan Goethe's verzen. Thijs heeft zich daarbij als regisseur terughoudend opgesteld en geen afleidende stunts uitgehaald. Alleen het decor van de Deense kunstenaar Per Kirkeby zorgt soms voor een kort oponthoud. Schoorstenen van rode baksteen rijzen op temidden van een speelvloer die bedekt is met schots en scheef liggende klinkers. Op deze ongelijke ondergrond hebben de acteurs af en toe moeite hun evenwicht te bewaren en dat veroorzaakt kleine spanningen die echter niets afdoen aan de kracht van de tekst. Integendeel, de toeschouwer houdt zijn adem in en luistert.