Mitterrand neemt gok met referendum

PARIJS, 4 JUNI. Jacques Delors, de voorzitter van de Europese Commissie, heeft zware dagen achter de rug. Verwierp dinsdag een kleine meerderheid van Denen het Verdrag van Maastricht, gisteren bezorgde president Mitterrand hem kippevel door aan te kondigen dat ook de Fransen zich in een referendum mogen uitspreken voor of tegen ratificatie van de Maastrichtse akkoorden. Met een gezicht als een oorwurm verscheen de voorzitter van de Europese Commissie gisteren voor de camera's om te laten weten dat dit een “nieuwe slag” betekent voor de Europese samenwerking.

Ook in Frankrijk zelf kwam de aankondiging van het referendum min of meer als een donderslag bij heldere hemel. Hoewel president Mitterrand de afgelopen maanden verscheidene malen had gezinspeeld op de mogelijkheid "Maastricht' tot onderwerp van een volksstemming te maken, leek hij daarmee slechts verwarring te willen zaaien. Zo zei Mitterrand in april nog, op de vraag of een referendum in het verschiet lag, dat hij niet inzag waarom hij de zaken ingewikkelder zou maken dan zij al waren. Alleen bij een impasse in de parlementaire discussie over de kwestie zou hij de zaak voorleggen aan het volk.

Die dringende reden was er op dit moment niet. Immers, de Nationale Vergadering (de Tweede Kamer) was begin mei zonder veel problemen akkoord gegaan met de grondwetswijziging die nodig is voor ratificatie van de Akkoorden van Maastricht. En ook in de Senaat, die dinsdag aan een driedaagse zitting over hetzelfde onderwerp was begonnen, leek, op de gebruikelijke verbale steekpartijen na, weinig aan de hand.

Totdat de Denen dinsdagavond laat, toen de uitslag van het referendum doordrong tot het Palais du Luxembourg, voor hevige commotie zorgden onder de senatoren. De discussie werd op aandrang van de communisten en de conservatieve RPR - de belangrijkste tegenstanders van "Maastricht' - stopgezet, want verder praten over de Akkoorden van Maastricht had geen zin zolang niemand meer wist waarover eigenlijk nog werd gedebatteerd, meenden vooral de tegenstanders van ratificatie.

Minister Dumas van buitenlandse zaken deed nog een voorzichtige poging de Senaat op andere gedachten te brengen door te stellen dat men niet bijeen was “om over Kopenhagen te praten, maar over Parijs”, maar het mocht niet baten. In de wandelgangen waren de RPR-senatoren reeds druk bezig elkaar geluk te wensen met “de wijsheid van het dappere Deense volk”. Het Deense nee werd zelfs betiteld als “een goddelijke verrassing” en een RPR-afgevaardigde wees er fijntjes op dat “Maastricht niet ver van Waterloo ligt”.

President Mitterrand intussen zat met een probleem. Als de Senaat voet bij stuk zou houden en zou blijven weigeren om verder te praten over de grondwetswijziging, zouden zijn plannen om de binnen de oppositie bestaande verdeeldheid over "Maastricht' verder aan te wakkeren ernstige vertraging oplopen. Want wat de EG ook besluit te doen met het dissidente Denemarken, de uitvoering ervan vergt tijd. En verdeeldheid kan president Mitterrand, die zijn populariteit en die van zijn partij met de dag ziet slinken, maar al te goed gebruiken in de parlementsverkiezingen over elf maanden. Vertraging niet.

Excuses voor zijn "coup de théâtre' had Mitterrand genoeg. Zo biedt de Franse grondwet het staatshoofd verscheidene mogelijkheden om een referendum uit te schrijven, bijvoorbeeld na goedkeuring van een grondwetswijziging door zowel de Nationale Vergadering als de Senaat (artikel 89). Maar waarschijnlijk gingen de gedachten van Mitterrand - bijgenaamd "Dieu le roi' - meer uit naar artikel 11, dat de president de mogelijkheid biedt om een wetsvoorstel aangaande de “organisatie van de regeringsmacht” zonder goedkeuring van het parlement in een referendum voor te leggen aan het volk.

Dat dit laatste een regelrechte uitdaging betekent van zijn politieke tegenstanders komt eigenlijk iedereen goed uit, vooral de RPR van Jacques Chirac die herhaaldelijk heeft aangedrongen op een referendum. Niet eens zozeer om de Akkoorden van Maastricht te dwarsbomen - de RPR is intern zeer verdeeld over de kwestie - alswel om Mitterrand een loer te draaien. Want wat zou er mooier zijn dan een president die zich gedraagt als keurvorst van Europa en zich vervolgens verslikt in zijn eigen referendum?

Natuurlijk is Mitterrand zich bewust van het risico van een referendum, maar hij heeft een rotsvast vertrouwen in de traditionele Europa-gezindheid van de Fransen. Een gezindheid die gisteren nog eens werd aangetoond door een inderhaast uitgevoerde enquête, waaruit bleek dat 69 procent van de Fransen op dit moment "ja' zou zeggen in een referendum. Mitterrand kan het zich dus permitteren om over zijn eigen persoon zinnen te declameren als: “Ik, die de historische kans heb om van de Fransen, daar ben ik zeker van, hun goedkeuring te krijgen voor dit grootse akkoord”. Het dagblad Libération sprak vanmorgen over “het pokerspelletje van de president”.

De doorsnee-Fransman blijft tamelijk onbewogen onder dergelijk verbaal vertoon. “Mitterrand vergeet dat het referendum of niemand interesseert en er dus niemand naar de stembus komt, of een enorm debat zal losmaken dat niet over Maastricht zal gaan maar over deze president en zijn regering”, aldus een van hen.

Misschien had Mitterrand, voor hij besloot tot het referendum, nog even moeten denken aan zijn illustere voorganger De Gaulle. Deze schreef in april 1969 een referendum uit over de regionalisatie en een wijziging van de rol van de Senaat. Wat een verplichte buiging had moeten worden voor De Generaal, werd een onverwachte "staatsgreep' van de Fransen tegen hun president. En tevens het einde van het hoofdstuk-De Gaulle.

Foto: Charles Pasqua (rechts), leider van de Franse oppositiegroepering RPR, neemt het woord in een debat in de Senaat nadat president Mitterrand een referendum over "Maastricht' had aangekondigd. (Foto Reuter)