Met dank aan de Denen

Onrust bij de politici. Wat is er toch aan de hand met de kiezer? Als hij al gaat stemmen, een daad waartoe hij steeds minder vaak is te bewegen, is zijn gedrag volstrekt onvoorspelbaar. De boodschap van de kiezer is er vooral één van scepsis jegens zijn bestuurders. Het is een bijna mondiaal verschijnsel. In de Verenigde Staten zien de representanten van de gevestigde orde, Bush en Clinton, hun campagne voor het presidentschap ruw verstoord worden door de outsider-miljardair Ross Perot die, hoewel nog steeds niet officieel kandidaat, een ongekende populariteit geniet. Bij verkiezingen in Europa zijn het behalve de thuisblijvers, vooral de extremen die het goed doen, danwel de protestpartijen. De ideologische strijd is omgezet in een strijd tegen het establishment.

In eigen land moeten we het, bij gebrek aan echte verkiezingen, doen met enquêteresultaten. Maar ook die wijken niet af van de trend. Het vorige week gepubliceerde onderzoek van bureau Interview was desastreus voor de huidige coalitie. Behalve de PvdA staat nu ook het CDA op zwaar verlies. En vertrouwen in het kabinet heeft nog slechts een derde van de ondervraagden; een absoluut dieptepunt. Ook in Nederland is de toekomst voor de onorthodoxen, degenen die nog niet door de macht zijn besmet. In dit geval voor Hans van Mierlo, de parlementariër die er weliswaar al het langst van allemaal zit, maar niet voor niets mister paradox is.

Het jongste voorbeeld van de vreedzame revolutie van de burger is ongetwijfeld de uitslag van het referendum over de EG in Denemarken. De kiezer had 'ja' moeten zeggen, maar zei, weliswaar met een uiterst krappe meerderheid, nee en bracht daarmee heel Europa, althans de bestuurders, in paniek. Tekenend waren de reacties: vanuit de regeringscentra in de diverse hoofdsteden werd geroepen dat het integratieproces hoe dan ook door moest gaan, maar in de niet-gouvernementele commentaren was vooral veel sympathie voor de opstandige Denen te bespeuren. Toch goed dat er eens even een halt werd toegeroepen aan de Europese bureaucraten en technocraten die dachten dat het nieuwe, geïntegreerde Europa wel zonder de burgers kon worden geregeld.

De reactie van de Euro-regenten maakte nog eens precies duidelijk waarom de Denen in meerderheid tegen hebben gestemd. De officiële uitslag van het referendum was nog geen twaalf uur oud, of er waren al verklaringen uit Bonn en Parijs dat er geen weg terug was. Dat was nu juist de angst van de Denen: dat het ene Europa in de praktijk het Europa van de groten, lees Duitsland en Frankrijk zou worden.

De uitslag van het Deense referendum heeft de alom sluimerende twijfel over een volgens de Maastricht-normen geïntegreerd Europa een impuls gegeven. Dat is vervelend voor de bestuurders, maar heilzaam voor de democratie. Na de verbazing en ontgoocheling over de uitslag van het Deense referendum, volgt de jaloezie. Want wat de Denen in elk geval hebben gehad is een breed debat over Europa. Een debat dat in Nederland maar niet van de grond wil komen.

Het gaat weliswaar over het opheffen van de soevereine Staat der Nederlanden, maar de belangstelling is nihil. "Europa' betekent op dit moment toch vooral de vraag hoe Nederland het zal doen op het EK-voetbal in Zweden en niet de vraag of de monetaire dan wel buitenlandse politiek voortaan elders in Europa voor ons worden bepaald.

Interesseert het ons niet, of worden we er niet voor geïnteresseerd? Feit is dat we eigenlijk alleen nog maar nationalistisch zijn (en dan direct op het extreme af) tijdens de wedstrijd Nederland - Duitsland, hoewel ons dan ook weer niet gevraagd moet worden het volkslied mee te zingen, want de tekst daarvan is bij steeds minder mensen bekend. “De slag om de Nederlandse identiteit werd zo'n dertig jaar geleden al verloren zonder dat één politicus of minister het in de gaten had”, schrijft de hoogleraar politieke geschiedenis Hans Righart in zijn onlangs verschenen boek Het einde van Nederland?. Na het verdwijnen van Indië, de kerk, en de zuilen hebben we gewoon weinig meer om te koesteren. Nederland is van het begin af aan één van de voorvechters van dat ene, federatieve Europa geweest. Niet zo verwonderlijk, want we hadden economisch alle baat bij open grenzen.

Nog steeds is de Europese eenwording in de nationale politiek bijna een vanzelfsprekendheid. De kritische kanttekeningen zijn slechts voorbehouden aan klein rechts en klein links. Maar nu Europa meer wordt dan alleen maar het opheffen van douaneposten neemt toch de twijfel toe. Subsidiariteit is het begrip dat te pas en te onpas wordt gebruikt om aan te geven dat er voor Nederland genoeg over blijft om te regelen, maar is dat ook zo? Een kenmerk van elke bureaucratie is expansie en Brussel gedraagt zich in die zin niet anders. PvdA-fractievoorzitter Wöltgens gaf ruim anderhalf jaar geleden openlijk blijk van zijn verbazing over datgene waar de integratie, ondanks het subsidiariteitsstreven, zou kunnen leiden en vroeg zich af of het niet wat minder kon. Zijn VVD-collega Bolkestein ontpopt zich op dit punt als de Nederlandse Thatcher.

Maar er knaagt meer. Tot nu toe konden de kleine landen, dank zij Europa zo nu en dan nog eens voor groot land spelen. Nederland was als fungerend EG-voorzitter de tweede helft van vorig jaar toch even het centrum van Europa. Maar juist aan die luxe willen de grote landen een eind maken. Zeker als nog meer landen tot de EG toetreden, zullen de kleine landen niet meer kunnen meerouleren in het voorzitterschap, terwijl dan ook van het idee moet worden afgestapt dat elke lidstaat in elk geval één commissaris voor de Europese Commissie mag leveren, aldus een onlangs in Bonn gepresenteerd voorstel. Het bevestigt het beeld van het Europa der grote landen. En opnieuw is de vraag: vanwaar die Haagse stilte?

Den Haag kan als centrum van de macht geruisloos worden opgeheven omdat Europa in het Nederlandse politieke debat synoniem is van absolute desinteresse. De burger zal de politicus niet corrigeren omdat bij hem in het huidige tijdsgewricht de desinteresse reeds begint in Den Haag. Dan maar een debat forceren, het gaat per slot van rekening niet om niets. Het referendum en het daaraan voorafgaande debat in Denemarken heeft daar in elk geval gezorgd voor betrokkenheid. Dat zal ook in Frankrijk gebeuren nu president Mitterrand na de "dreun van de Denen' heeft besloten over Europa een referendum uit te schrijven.

Waarom in Nederland niet iets soortgelijks geprobeerd? Volgens het eerste rapport van de commissie Deetman die de mogelijkheden voor staatsrechtelijke vernieuwing onderzoekt, behoort een raadplegend referendum reeds nu tot de mogelijkheden, dus wie durft? Als er ergens een volksraadpleging over gehouden zou kunnen worden is het wel het voortbestaan van de eigen natie.