Meerderheid Nederlanders voorstander referendum over "Maastricht'

DEN HAAG, 4 JUNI. Een meerderheid van de Nederlandse bevolking is voorstander van een referendum over de verdergaande Europese eenwording. Dit blijkt uit een representatieve steekproef die gisteren in opdracht van NRC Handelsblad is gehouden door bureau Inter/View. In totaal werden 504 mensen ondervraagd.

Bijna 58 procent zegt dat de Nederlandse bevolking door middel van een referendum moet kunnen beslissen over de oprichting van een Europese monetaire en politieke unie, zoals eind vorig jaar door de EG-lidstaten is afgesproken in het Verdrag van Maastricht. Ruim 30 procent vindt dat het parlement daarover moet beslissen. Twaalf procent heeft er geen oordeel over. In een reactie gaven de fractievoorzitters van PvdA en D66, Wöltgens en Van Mierlo - beiden voorstander van invoering van de mogelijkheid van een referendum -, te kennen verheugd te zijn over deze uitkomst. Fractievoorzitter Brinkman van het CDA en VVD-Tweede-Kamerlid Wiebenga lieten weten niets te zien in een dergelijk referendum.

Eergisteren wees in Denemarken een kleine meerderheid van de bevolking per referendum het Verdrag van Maastricht af. Kort daarop besloot de Franse regering ook in Frankrijk een volksstemming over de politieke en monetaire unie te laten houden.

Uit de enquête blijkt verder dat in Nederland bijna de helft van de bevolking (49,5 procent) bij zo'n beslissend referendum "ja' zal zeggen tegen "Maastricht'. Achttieneneenhalf procent zegt tegen te zullen stemmen en 32 procent weet het niet of heeft geen oordeel. Opmerkelijk is dat van de hoog opgeleiden 60,5 procent zegt voor te stemmen, terwijl van de laag opgeleiden slechts 36,7 procent "ja' zal zeggen. Dit lage percentage hangt samen met het grote deel van de laag opgeleiden dat zegt het niet te weten: meer dan 45 procent. Van de hoog opgeleiden ligt dat percentage op achttien. Uit de enquête blijkt ook dat de CDA-kiezers sterkere voorstanders zijn van "Maastricht' dan PvdA-stemmers: ruim 60 procent van de CDA-aanhang tegen bijna 53 procent van de PvdA-kiezers zal bij een referendum "ja' stemmen. Van de aanhang van andere partijen is dat iets minder dan 51 procent.

De steun voor verdere Europese eenwording komt ook tot uiting in het feit dat bijna 60 procent van de ondervraagden zei in te stemmen met overdracht van bevoegdheden inzake het milieubeleid van het Nederlandse parlement aan het Europese parlement. Ruim 52 procent ziet geen bezwaar in de overdracht van bevoegdheden op het gebied van de defensie-politiek. Ruim 47 procent is het eens met een dergelijke overdracht van bevoegdheden op het gebied van de buitenlandse politiek. Sociale zekerheid wenst men echter in eigen beheer te houden: slechts 27 procent is op dat gebied bereid tot overdracht van bevoegdheden aan het Europese parlement.

Mannen zijn grotere voorstanders van de eenwording dan vrouwen. Ruim 55 procent van de mannen zal bij een referendum "ja' zeggen tegen "Maastricht' tegen 43 procent van de vrouwen. Maar er zijn ook meer mannen tegen het verdrag dan vrouwen: 22,6 tegen 14,5 zal "nee' zeggen. De grotere terughoudendheid van vrouwen blijkt ook het grote percentage dat zegt geen oordeel te hebben over het verdrag of het niet te weten: 42 procent. Geen oordeel hebben slechts 21 procent van de mannen.

Grafiek 1: Zoals u wellicht weet, heeft de bevolking van Denemarken zich gisteren in een referendum uitgesproken tgen het verdrag van Maastricht. In dit verdrag wordt de oprichting van een Europese Monetaire en Politieke Unie geregeld. Stel dat er in Nederland zo'n referendum gehouden zou worden, zou u dan voor of tegen het verdrag van Maastricht stemmen?

Grafiek 2: Vindt u dat de Nederlandse bevolking ook door middel van een referendum over dit onderwerp moet kunnen beslissen of vindt u dat het parlement die beslissing moet nemen?