Kiezers wenden zich van Likud af door economie; Woedende werklozen vragen zich af waarom zoveel miljarden in de bezette gebieden worden geïnvesteerd

TEL AVIV, 4 JUNI. Palestijnse messentrekkers en Israelische luchtaanvallen tegen Hezbollah in Libanon leiden voorlopig nog in de Israelische verkiezingscampagne de aandacht af van het zwakke economische beleid van de Likud-regering van eerste minister Yitschak Shamir.

Voordat de kiezers op 23 juni a.s. naar de stembus gaan kan er nog zoveel Palestijns en joods bloed vloeien dat iedere voorspelling betreffende de invloed van de hoge werkloosheid op de verkiezingsuitslag zinloos is. De kiezers denken in zo'n sfeer gauw aan andere dingen.

Maar Likud moet het met een voor de laatste twintig jaar recordwerkloosheid van 11,5 procent onder de Israeliers en 39 procent onder de immigranten uit het uiteengevallen Sovjet-rijk tegen de Arbeidspartij van Yitschak Rabin opnemen.

Indien de stemming in dit land niet zo heftig door de veiligheidsproblematiek in beroering zou kunnen worden gebracht, zouden deze cijfers op zichzelf al voldoende zijn om het Likud-hoofdkwartier in Tel-Aviv erg zenuwachtig te maken. Na het grandioos falen van de opiniepeilingen in het rustige en evenwichtige Engeland is het zeker in Israel gedurfd om af te gaan op de voorsprong die de Arbeidspartij op Likud in de peilingen heeft genomen.

Er waait echter een duidelijke aan economische en sociale factoren toe te schrijven anti-Likud wind over het land. Nogal veel Israeliërs krijgen in de gaten dat de Likud-ideologie niet voldoende werkgelegenheid en persoonlijke veiligheid heeft opgeleverd. Vooral in de ontwikkelingsteden in de Negev-woestijn en in Galilea, waar de werkloosheid het nijpendst is, groeit de afkeer van Likud. In deze bolwerken van Likud worden de leiders van deze sedert 1977 regerende partij door woedende werklozen geconfronteerd met de vraag waarom miljarden guldens in de bezette gebieden worden geïnvesteerd alsof “wij helemaal niet meer bestaan”. Er zijn opiniepeilingen in omloop die de Arbeidspartij in de ontwikkelingsteden een voorsprong van tien procent op Likud geven.

Indien daarin geen verandering komt ziet het er naar uit dat Likud voor zijn kostbare Erets-Israel-ideologie, de kolonisatie-politiek in de sedert 1967 bezette Arabische gebieden, in de stembus flink zal worden afgestraft. De munitie daarvoor is aangedragen door Jacob Frenkel, de in internationale economische kringen hoog aangeslagen directeur van Israels centrale bank. In een vorige week uitgebracht rapport nam hij, zonder hem overigens bij name te noemen, de minister van bouwnijverheid, Ariel Sharon, in het bijzonder op de korrel. Op het hoofdkwartier van de Arbeidspartij werd dit rapport met gejuich ontvangen.

Volgens dit rapport heeft Israel ten koste van werkgelegenheid en produktie overbesteed in de bouw. Hij doelde in de allereerste plaats op de bouw in de bezette gebieden waar volgens de “Vrede Nu-beweging” in 1991 voor een bedrag van 1,8 miljard gulden werd geïnvesteerd. Maar ook in Israel binnen de grenzen van juni 1967 is zoveel en zo snel gebouwd dat er ondanks de immigratie sprake is van een overschot van duizenden flats.

Bijna 3 procent van de groei van het bruto nationale produkt van 5,9 procent in 1991 wordt door de centrale bank van Israel op rekening van deze bouwkoorts geschreven. De kritiek van Frenkels rapport richt zich o.a. op het feit dat tienduizenden flats zijn verrezen in steden die de nieuwkomers uit het uiteengevallen Sovjet-rijk geen werk kunnen verschaffen. Israels centrale bank is van oordeel dat er sprake is van een onevenwichtig economisch beleid met meer oog voor onderdak dan werkgelegenheid. Frenkels rapport heeft minister Sharon tot razernij gebracht. “Wat willen ze van mij. Als ik bouw voor de massa-immigratie is het niet goed en als ik het niet doe is ook niet goed. Ik ben er trots op dat alle 400.000 immigranten die zijn gekomen een dak boven hun hoofd hebben, of het nu een permanente of tijdelijke oplossing is”, beet hij terug. Het afremmen van de bouwexplosie in 1991 zal uiteraard de groei van het BNP in 1992 negatief beinvloeden.

Het te veel negeren van diepte-investeringen in de industrie en infrastructuur, o.a. het schrikbarend overbelaste wegennet, heeft reeds tot een opmerkelijke vermindering van de joodse immigratie uit het vroegere Sovjet-imperium geleid. Honderdduizenden potentiële immigranten zien wegens de werkloosheid van emigratie af. Zij blijven in de vele republieken van het uiteengevallen Sovjet-rijk nog de kat uit de boom kijken.

De centrale bank van Israel stelt de regering Shamir voor deze teleurstellende gang van zaken rechtstreeks verantwoordelijk. Voor zo'n ideologische zionistische regering is dat een blamage en schadelijk in de verkiezingsstrijd. In de Israelische pers zijn artikelen verschenen waarin het officieel betreuren van het teruglopen van de massa-immigratie van 180.000 in 1991 tot wellicht nauwelijks 100.000 in 1992 als krokodilletranen wordt afgedaan.

Likud zou er volgens deze these nog slechter voorstaan indien de massa-immigratie op het hoge peil van de afgelopen jaren zou zijn gebleven. Sinds 1989 zijn tegen de 400.000 Russische joden naar “het beloofde land” gekomen. Misschien zou Israels economie er nu al merkbaar beter hebben voorgestaan als eerste minister Yitschak Shamir de Amerikaanse bankkredietgarantie van 10 miljard dollar niet door zijn vingers had laten glippen. Hij kon het om ideologische redenen niet opbrengen te buigen voor de eis van president George Bush de bouw in nederzettingen in de bezette gebieden te bevriezen voor het verkrijgen van dat enorme bedrag.

Shamir gaf er de voorkeur aan de prijs van afkoeling van de Israelische economie te betalen. Het economische effect van deze politiek zal volgens Israels vooraanstaande economen het land in 1993 al in een ernstige economische crisis storten. Met name het scheppen van werkgelegenheid voor de hoog gekwalificeerde immigranten uit het vroegere Sovjet-rijk heeft door het missen van de Amerikaanse kredietgarantie een flinke klap opgelopen. Mocht de Arbeidspartij de algemene verkiezingen winnen dan stelt Yitschak Rabin zich als eerste minister als topprioriteit de Amerikaanse bankkredietgarantie alsnog in de wacht te slepen. Hij is bereid daarvoor de bouw in de “politieke nederzettingen” te bevriezen.

In de verkiezingscampagne speelt deze discussie over nederzettingenpolitiek tegenover economische groei nog geen voorname rol. Het Israelische volk wordt nu in de eerste plaats getraumatiseerd door de veiligheidsproblematiek. De toekomst van de bezette gebieden, de daarmee verbonden Palestijnse problematiek en de persoonlijkheden van de hoofdrolspelers domineren nog de campagne voor wat misschien wel de belangrijkste verkiezingen uit Israels geschiedenis kunnen worden genoemd.

Foto: Arabische bouwvakkers aan het werk op de door Israel bezette Jordaanoever (Foto EPA)