Hockeyelftal steunt volledig op de oude garde

AMSTELVEEN, 4 JUNI. De Nederlandse hockeyers zullen straks in Barcelona met een van de oudste ploegen uit de historie om de olympische medailles strijden. Oranje, dat gisteravond in het BMW-toernooi een 4-3 zege op Groot-Brittannië behaalde, heeft liefst vier dertigers rondlopen: Diepeveen, Van Grimbergen, Kooijman en Leistra. Het zal bondscoach Hans Jorritsma een zorg zijn. Hij is vol lof over zijn veteranen. Jorritsma constateert zelfs dat de 35-jarige Cees Jan Diepeveen “misschien wel” aan de beste periode van zijn carrière bezig is. “Hij is echt top, fantastisch.”

Jorritsma zegt dat hij na zijn terugkeer noodgedwongen een beroep op de "oudjes' heeft moeten doen. Hij wijst erop dat Jong Oranje bij het jeugd-WK van 1990 in Maleisië slechts op de zevende plaats eindigde. “Je kan dus van een magere lichting spreken. En dat merk ik nu”, aldus de bondscoach. Duitsland werd destijds wereldkampioen bij de junioren en van dat gouden team maken nu acht spelers deel uit van de A-selectie. Bij Nederland zijn van "Maleisië' slechts drie man doorgestroomd, keeper Looije, Van Pelt en Poortenaar.

Jorritsma mist in Nederland met name talentvolle aanvallers. Daarom kwam hij na het wegvallen van de geblesseerde Van 't Hek bij Maarten van Grimbergen terecht. De 32-jarige aanvoerder van Klein Zwitserland nam vijf jaar geleden afscheid van de nationale ploeg, maar desondanks past hij zich ogenschijnlijk moeiteloos aan het niveau aan. Vreemd vindt Jorritsma dat niet. “Maarten is technisch heel sterk.” Van Grimbergen heeft bovendien altijd een uitstekende conditie gehad. Samen met Diepeveen loopt hij tijdens de trainingstesten bij Oranje voorop. De razendsnelle Van Grimbergen scoorde afgelopen weekeinde in een van de twee interlands tegen India en ook gisteravond weer een keer tegen de Britten. Een tevreden Jorritsma: “We hebben weer een centrumspits die scoort.”

Hendrik-Jan Kooijman, ook 32 jaar, was de laatste veteraan die door Jorritsma werd teruggevraagd. Hij draaide een niet bepaald goed seizoen bij Bloemendaal. Dat beaamt de speler zelf. Hij bleek zijn sport nauwelijks met zijn werk als chirurg te kunnen combineren. Kooijman, gisteravond afwezig wegens een artsencongres, wil tot en met de Olympische Spelen nog één keer voluit gaan. Die belofte was voor Jorritsma genoeg. “Kooijman is altijd een goede toernooispeler geweest. Voor het WK van '90 hoorde ik ook al dat ik hem niet moest selecteren.” Heel belangrijk voor de Amsterdamse trainer zijn Kooijmans kwaliteiten en routine als stickstopper bij de strafcorner. “Dat weegt zwaar, ja”, aldus Jorritsma. “Kooijman en Bovelander vormen een wat dat betreft koningskoppel.”

Tegen Groot-Brittannië had Bovelander met de corner zijn draai duidelijk nog niet gevonden. Eén keer scoorde Parlevliet uit een rebound. Volgens Jorritsma heeft Bovelander de afgelopen periode wegens een vervelende dijbeenblessure niet genoeg kunnen trainen. Dat komt, aldus Jorritsma, dus wel goed. Nederland had gisteren zijn belangrijkste wapen niet eens nodig om te winnen. Afgezien van Van Grimbergen maakten Weterings (schitterend schot in de bovenhoek) en Brinkman velddoelpunten. Mede daarom was Jorritsma na afloop van de aardige wedstrijd optimistisch. Tegenstander Groot-Brittannië, de olympische kampioen van '88, speelde gisteravond frisser en aanvallender dan in voorgaande jaren, maar de ploeg lijkt desondanks niet een van de kanshebbers voor de topposities.

Ook de drie tegentreffers - twee strafcorners en een strafbal - konden Jorritsma niet verontrusten. Hij was zelfs zeer tevreden over zijn defensie. Begrijpelijk, want er is bij Oranje sprake van een echte "nood-achterhoede'. Vrijwel alle goede spelers in Nederland worden vroeg of laat tot middenvelders omgebouwd en daarom heeft Jorritsma nu een basiselftal zonder echte verdedigers. “De spelers die bij de clubs in de achterhoede staan zijn gewoon niet goed genoeg voor het Nederlands elftal”, is het harde oordeel van Jorritsma. Drie echte verdedigers vielen in de loop van de voorbereiding van de nationale selectie af, Moolenburgh van Bloemendaal en de talenten Donk en Gehner van landskampioen HDM.

Jorritsma liet afgelopen weekeinde Pieter van Ede en Leo Klein Gebbink voor het eerst in hun loopbaan in de achterhoede spelen. Hij was aangenaam verrast door het resultaat. Klein Gebbink heeft nu al een vaste plaats als linksachter veroverd en Van Ede is samen met de bijna van een enkelblessure herstelde Poortenaar kandidaat voor de belangrijke postitie van voorstopper. Bovelander is de laatste man en Kooijman rechtsachter, beiden zijn ex-verdedigers, maar speelden bij hun club Bloemendaal op andere posities.

Foto: Maarten van Grimbergen na vijf jaar terug in de nationale ploeg (Foto NRC Handelsbald/Chris de Jongh)