Gymnasium (1)

De tijd dat de voortreffelijkheden van de klassieke vorming konden worden bezongen is voorbij. Ooit bestond de mythe dat het zelf kunnen lezen van de klassieke auteurs in Grieks en Latijn jongeren het besef van hogere morele waarden zou bijbrengen en hun culturele vorming zou garanderen. Omdat uit de inhoud van die antieke teksten ""de geestelijke superioriteit van de oude Grieken'' en ""de karaktervastheid van de robuuste maar eerlijke Romeinen'' zou blijken.

De oud-gymnasiasten onder de lezers herinneren zich deze prietpraat en variaties daarop vast nog wel. Navolging van ""deze grote voorbeelden van de Europese Cultuur'' zou bijgevolg leiden tot een intellectueel en moreel surplus van de leerlingen in vergelijking met het klootjesvolk.

De recente vlucht van classici aan de universiteiten in de tijdgebonden trend van de taalwetenschap heeft niet kunnen verhinderen dat het aantal aanmeldingen van eerstejaars voor klassieke taal- en letterkunde in het laatste decennium tot een dieptepunt is gedaald.

Dat ligt niet aan die jonge volwassenen die een andere studie prefereren. Ook niet aan die ¢4 25 classici in de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen die in de illusie leven dat zij zich in de jaren dat hun wil wet was met objectieve wetenschapsbeoefening bezighielden.

Nee, het ligt aan het verschuivende wereldbeeld van de maatschappelijke elite. Die gelooft niet meer zo in de geestelijke, morele of militaire superioriteit van het ene boven het andere volk als werkbare categorie in een wereld waarin mondiaal gezien de politieke leiders er alles aan gelegen is militaire machtsconflicten tot een minimum te beperken. Flexibiliteit, compromisbereidheid, politiek denken op lange termijn, handhaving van het economisch evenwicht, het nastreven van sociale stabiliteit, het vermogen tot creatieve oplossingen zijn zo de deugden waarnaar de vraag nog steeds toeneemt.

Het is dan ook bijna roerend om te lezen (W&O, 27-5) dat classici op gymnasia het monteren van stopcontact en stekker aan hun pupillen bijbrengen of uitjes naar fabrieken organiseren opdat hun leerlingen meer respect krijgen ""voor het werk van arbeiders''.

Ronduit beschamend is het daarentegen te moeten lezen dat de voorzitter van de Vereniging van Classici in Nederland (een hoofddocent oude geschiedenis aan een universiteit), anno 1992 nog steeds een achterhaalde gemeenplaats kan debiteren als: ""Fysici hebben nogal eens de neiging te denken dat hun wetenschapsbeeld hét wetenschapsbeeld is.''

Terwijl nu uitgerekend bij deze groep geleerden Twijfel (met een hoofdletter) hun wereldbeeld beheerst en de kern van hun wetenschapsbeeld vormt. Bovendien spelen fysici nog wel eens piano, lezen literatuur, kopen kunst, kortom maken geen deel uit van de Vereniging van Geestelijke Kleine Middenstanders in Nederland.

Is er dan helemaal geen toekomst voor het gymnasium weggelegd? Natuurlijk wel. Als de oudercommissies van de Nederlandse elite even wat beter op willen letten met welk wereldbeeld hun kinderen op school de facto nog steeds worden geïndoctrineerd, verandert er heus wel wat. Of die antieke teksten daarbij al dan niet in de oorspronkelijke talen worden gelezen is niet het meest relevant. Anders merken die kinderen pas na hun examen in hun diplomatieke loopbaan dat er het een en ander bijgesteld moet worden.