Grote partijen zien weinig in referendum over "Europa'

DEN HAAG, 4 JUNI. De grote politieke partijen voelen er weinig voor om een referendum te organiseren over het akkoord van Maastricht en de Europese eenwording. “Daar zijn wij niet voor”, aldus een woordvoerder van het CDA. “Dat zijn geen zaken om simpel "ja of nee' op te zeggen. Het zijn ingewikkelde zaken waarvoor het parlement de afweging maakt”.

De PvdA is alleen voor een bindend referendum. “Ik ben verheugd over deze uitslag”, aldus PvdA-fractieleider M. Wöltgens. “Het toont aan dat kiezers invloed op het beleid willen”. Hij is echter tegen een consultatief referendum omdat “de burgers dan niet het gevoel hebben dat hun stem ook echt meetelt”.

De VVD is tegen een referendum. “Deze uitslag verbaast mij niet want veel kiezers zien het referendum als instituut wel zitten”, aldus het Kamerlid J.C. Wiebenga. “Wij zijn in het algemeen tegen het referendum, ook in dit geval”. D66, de partij die de grote pleitbezorger van het referendum is, voelt er weinig voor specifiek over Maastricht een referendum te houden. “Toch is het opmerkelijk dat zich een meerderheid voor Maastricht aftekent, en de mensen óók een referendum willen”, aldus een woordvoerder van D66. “De kiezers willen iets wat ons politiek stelsel nu mist. Ze willen invloed op belangrijke beslissingen middels een referendum.”

De leider van de GPV-fractie, G. Schutte, is aangenaam verrast dat 58 procent een referendum wil over Maastricht en hij wijst erop dat de Kamer vorig jaar een fout maakte toen de commissie-Deetman over staatkundige vernieuwing geen opdracht gaf een onderzoek te doen naar het bindend referendum. “Dat was een zeer onjuiste beslissing”, aldus Schutte. Hij is tegen een consultatief referendum. “Dat vind ik een onding, omdat je de bevolking dan bijvoorbeeld eerst "nee' laat zeggen en vervolgens als parlement kunt zeggen: we doen het tóch. Dat moeten we niet hebben”. Naar zijn mening moet de grondwet worden gewijzigd om een correctief referendum mogelijk te maken. Overigens zal hij als kamerlid tegen het Verdrag van Maastricht stemmen.

Staatssecretaris P. Dankert noemt de uitslag van de enquete “niet slecht”. In een referendum ziet hij echter niets omdat dit met de huidige grondwet niet mogelijk is. “Die cijfers (49,5 procent voor, 18,5 procent tegen) zijn zelfs nog beter dan wat ik over Frankrijk las.” Dat er zoveel mensen zijn die geen mening hebben, verbaast Dankert niet. “Het is een gecompliceerde zaak en er is weinig gedetailleerd over gediscussieerd in Nederland”. Volgens hem is het moeilijk een “redelijke basis van geinformeerdheid” te verschaffen: dat kan alleen wanneer er een soort nationaal debat ontstaat, waarin de media een heel belangrijke rol spelen. “Wellicht is dat het positieve van de uitslag in Denemarken dat daardoor wellicht ook in Nederland meer discussie op gang komt over de vraag wat wij willen met de verdere Europese integratie”.

Prof A. Postma, CDA-senator en hoogleraar staatsrecht in Groningen vindt dat in het parlement “serieus moet worden nagedacht” over de mogelijkheid van een consultatief referendum over "Maastricht', “juist omdat in Nederland door de bevolking tot nu toe niet diepgaand is gediscussieerd over de overdracht van soevereiniteit die ook in het verdrag van Maastricht op veel terreinen plaatsvindt”.

Eigenlijk is in de Tweede en Eerste Kamer evenmin een diepgaande discussie over deze zaak gehouden. “Ik denk dat maar heel weinig Kamerleden het verdrag van Maastricht hebben gelezen, terwijl hier bijvoorbeeld ook op de terreinen cultuur en onderwijs soevereiniteit wordt overgedragen naar Europa. Weliswaar niet veel, maar tóch.”