Franse toeschouwers verjongen de ziel van een fossiele sport; Leconte een eenzame cowboy voor wie zijn racket een pistool is

PARIJS, 4 JUNI. Applaus bij tennis klonk ooit als een mild regenbuitje in de lente. Enthousiasme vol onderdrukte bewondering. Gisteren op het court central van Roland Garros was het een opeenvolging van onweersbuien, die boven het park cirkelde. Henri Leconte speelde een heroïsche kwartfinale tegen de Zweed Niklas Kulti en de chauvinistische Fransen op de tribunes zorgden tussen elke slagenwisseling voor een muur van geluid. “Het publiek heeft me de energie gegeven om terug te komen na mijn 2-0 achterstand. Dat was fantastisch”, bedankte Leconte zijn aanhang na het bereiken van de halve eindstrijd.

Tennispubliek heeft lang uitgeblonken in respect voor tegenstanders. Een goed afgestelde applaus-meter zou wellicht kunnen vaststellen wie de favoriet van de meerderheid was, veel verder ging het toch niet. Zeker niet bij individuele toernooien, wel bij teamwedstrijden zoals de strijd om de Davis Cup waarbij twee landen tegenover elkaar staan en een ander mechanisme in werking treedt. Toch heeft ook daarbij het besef dat tennis een concentratiesport is lang de overhand gehad en was één verzoek van de umpire voldoende om absolute stilte te bereiken. Vlak voor de service nog een opmerking schreeuwen was een doodzonde, emoties tonen tijdens de game ongehoord.

Dat principe heeft geen stand kunnen houden. Niet alleen evolueerde het gedrag van de tennistoeschouwer mee met de algehele normverandering, door de popularisering van de sport is ook het publiek gemêleerder geworden en is het aantal bezoekers dat zonder tennisachtergrond naar de tribunes toog toegenomen. De toegenomen enthousiaste uitingen hebben de sport, die door zijn vastgeroeste tradities het fossiele stadium leek te bereiken, een jongere ziel gegeven maar bovendien opgezadeld met een probleem.

De Franse scheidsrechter Bruno Rebeuh, voor wie de ontmoeting John McEnroe-Niklas Kulti vorige week zijn duizendste wedstrijd was, bekende in het Franse sportblad l'Equipe het er bijzonder moeilijk mee te hebben. “De invloed op de scheidsrechter kan groot zijn. Vooral tijdens de Davis Cup. Het publiek onder controle houden is het moeilijkste voor een arbiter. De problemen die je met een speler hebt zijn daarbij vergeleken niets. Er ligt een wereld van verschil tussen het in de hand houden van één man op de baan of vijftienduizend op de tribune. Het publiek is het gevaarlijkste. Het kan een wedstrijd helemaal uit balans brengen.”

Wanneer een speler toeschouwers door zijn houding aanzet zich zo uitgelaten te gedragen kan hij ervoor gestraft worden, maar hij kan bezwaarlijk worden aangepakt wegens zijn populariteit. Veel meer dan een min of meer dwingend Silence s'il vous plat te laten horen, kan de umpire vanaf zijn hoge zitplaats niet ondernemen.

Roland Garros heeft er een hersenbreker bijgekregen nu Leconte is doorgedrongen tot de halve finale. Het luidruchtige fanatisme van de Franse tennistoeschouwer ligt nog vers in het geheugen. Tijdens de finale om de Davis Cup tegen de Verenigde Staten, vorig jaar december, werd het stadion in Lyon bijkans afgebroken door de aanhang, daartoe opgezweept door onder andere non playing captain Yannick Noah. Op Roland Garros weet de 28-jarige Leconte zich nu gesteund door vijftienduizend fans, die het handjevol supporters van de tegenstander niet alleen overstemmen maar bovendien uitfluiten.

Leconte heeft iets losgemaakt in de Fransen op het moment dat hij via niet al te lastige tegenstanders (de qualifier Massimo Cierro, Jim Grabb en de matig acterende Michael Stich) tot de kwartfinales doordrong. Daarin speelde hij gisteren overigens meesterlijk. De bal was zijn grootste vriend, die met liefde vanaf zijn racket telkens opnieuw precies de baan wilde volgen die Henri ervoor in gedachten had. En zelfs de lijnen leken zijn slagen aan te trekken. Want als Leconte een goede dag heeft mag hij misschien nog wel eens een verbijsterende misslag hebben, doorgaans tovert hij de prachtigste patronen op het gravel. “Hij bedenkt slagen die niet bestaan”, zei Becker ooit over hem. Kulti, in 1989 's werelds beste junior die in dat jaar bij die categorie Wimbledon en de open Australische kampioenschappen won en tevens finalist op de US Open was, kon geen zege toevoegen aan zijn opmerkelijke reeks waarin hij John McEnroe en Michael Chang uit het toernooi sloeg. Hij zette Leconte weliswaar eerst op 2-0 achterstand: 7-6 (10-8) en 6-3, maar raakte daarna van slag en won geen set meer. Met driemaal 6-3 was Leconte superieur.

Frankrijk ligt dan ook aan zijn voeten. De ochtendbladen bleken vanochtend nog nauwelijks nieuwe superlatieven te hebben gevonden nadat ze hem eerder al hadden beschreven als “een eenzame cowboy voor wie zijn racket een pistool is” (l'Equipe) of gewoon als Jeanne d'Arc (Le Figaro). Na zulke kwalificaties kwam men nu al snel terecht in het bovennatuurlijke. “Het is toverkunst”, kopte l'Equipe in chocoladeletters. Een euforie die zich makkelijk laat verklaren, want na de Davis-Cupzege staan de sponsors weer in de rij en heeft hij de sportieve vraatzucht van een achttienjarige. Niets is er dan nog te merken van de drie rug- en twee knie-operaties, veertien zware enkelblessures, scheiding en geldproblemen die zijn carrière zo beïnvloed hebben. Als 200ste op de wereldranglijst kwam hij op een wildcard de open Franse kampioenschappen binnen. Als held of martelaar gaat hij eruit.

Gisteravond was hij blij dat de vijfsetter tegen Kulti nog voor de invallende duisternis - kunstlicht is op de beroemdste tennisbaan van la Ville Lumière taboe - kon afwerken. De persconferentie mocht maar heel kort duren, want Leconte moest meteen op de massagetafel. “En die rustdag morgen kan ik ook heel goed gebruiken.” Vrijdag wacht de halve finale tegen de winnaar van de wel wegens de duisternis uitgestelde partij Petr Korda-Andrei Tsjerkasov.

Maar of daarbij de winnaar van dit Grand-Slamtoernooi zit is zeer de vraag. Die komt waarschijnlijk uit de ontmoeting van de Amerikaan Jim Courier, titelverdediger, en diens landgenoot Andre Agassi, die al tweemaal in de finale (1990 tegen Andres Gomez, 1991 tegen Courier) stond op Roland Garros maar er steeds niet in slaagde te winnen. Agassi viel vorig jaar na Parijs ver terug, daalde zelfs naar een zeventiende plaats op de wereldranglijst, maar vond net op tijd de juiste vorm. Met slechts één toernooizege dit jaar (Atlanta) op zijn naam kwam hij aan de start van de open Franse kampioenschappen. Zijn lastigste tegenstander daarin was gisteren landgenoot Pete Sampras, die alleen in de eerste set (7-6) tegenstand kon bieden maar daarna geen bal meer fatsoenlijk raakte: 6-2, 6-1. “Ik denk dat Pete mentaal nog niet sterk genoeg is om twee weken goed te spelen op gravel”, zei Agassi.

Mepper Courier leek het in de derde set - na eenvoudige 6-2 en 6-1 setoverwinningen - even lastig te krijgen tegen Kroaat Goran Ivanisevic, maar liet het niet te veel uit de hand lopen. Het was de enige set die de Amerikaan tot nog toe in dit toernooi verspeelde. Daarom was het niet verwonderlijk dat Agassi zijn partij van morgen tegen Courier “de finale” noemde.

Foto: De vreugde ontlaadt zich bij Henri Leconte na zijn overwinning in vijf sets tegen de Zweed Kulti. (Foto Reuter)