Forten van waterlinie nu ecologische lustoorden

UTRECHT, 4 JUNI. Terwijl het ministerie van defensie zich beraadt op de ene inkrimping na de andere, komt de Nieuwe Hollandse Waterlinie weer tot leven. Vandaag opent de Utrechtse commissaris van de koningin, P.A.C. Beelaerts van Blokland, een toeristische fietsroute die van Nieuwersluis tot Culemborg langs zevenentwintig forten voert.

Het totale tracé van de route bedraagt 150 kilometer. Bij Abcoude is een verbinding met een soortgelijke route langs de Stelling van Amsterdam. Al fietsend kan de toerist zich een beeld vormen van een merkwaardige activiteit die onze voorouders eeuwenlang bedreven: vechtend tegen het water land veroveren, en tegelijkertijd aan plannen werken om het land onder water te zetten.

Het verdedigingsconcept van een waterlinie werd in de zestiende eeuw ontwikkeld door prins Maurits tijdens de strijd tegen de Spanjaarden. In het rampjaar 1672 kwam de vuurproef. De Oude Hollandse Waterlinie, die via Woerden en Schoonhoven liep, ten westen van het radeloze en dus onberekenbare Utrecht, hield krakend stand tegen het Franse geweld. Pas in 1815 besloot koning Willem I tot de bouw van een waterlinie langs de oostkant van Utrecht. De oude linie verloor daarna haar functie en verdween grotendeels.

Tussen de Lek en de toenmalige Zuiderzee kon een gebied van drie tot vijf kilometer breedte onder water worden gezet, waardoor het ontoegankelijk werd voor voer- en vaartuigen. Om het hoogteverschil te overwinnen werden vijf inundatiekommen aangelegd, die met dijken van elkaar werden gescheiden. Op de zwakke plekken verrezen forten.

De linie is voor een deel overbodig geworden toen in 1885, vijf jaar na de bouw van het laatste fort, de brisantgranaat werd uitgevonden. Maar pas na de Tweede Wereldoorlog, toen de Duitsers weinig hinder ondervonden van de ondergelopen gebieden, gaf Defensie de linie prijs. Veel forten zijn sindsdien nauwelijks van uiterlijk veranderd. De jarenlange ”bescherming' door defensie heeft van sommige vestingwerken een ecologisch lustoord gemaakt.

Een voorbeeld is het Fort bij Rijnauwen, dat ten oosten van Utrecht ligt en met zijn 31 hectare het grootste vestingwerk van Nederland is. Onderzoek heeft uitgewezen dat hier twintig procent van de gehele Nederlandse flora is vertegenwoordigd, vijf maal het landelijk gemiddelde. Naast een uitzonderlijk rijke vogelstand gebruikt een groepje reeën het fort als uitvalsbasis en overwinteren er enkele honderden vleermuizen. Buiten het rustseizoen is Rijnauwen voor het publiek alleen toegankelijk onder begeleiding van een gids. Het is de bedoeling dat dat zo blijft.

In fort Hoofddijk bevindt zich de botanische tuin van de Utrechtse universiteit, met de grootste orchideeënverzameling ter wereld. Naar verwachting komen daar over enige tijd 100.000 bezoekers per jaar.

Rijnauwen en de Stelling van Amsterdam staan op de monumentenlijst, maar bij de Nieuwe Hollandse Waterlinie is dat niet gelukt. Het versnipperde eigendom van de forten vormt een beletsel voor een samenhangende aanpak. Een groot deel is nog in handen van het Rijk. Twee jaar geleden hebben de provincies Noord-Holland en Utrecht de rijksoverheid verzocht om de forten voor een symbolisch bedrag over te dragen, maar onlangs kregen zij nul op het rekest. Inmiddels studeert het ministerie van WVC met de Rijksplanologische Dienst op een bestuurlijke en ruimtelijke constructie voor de hele linie.

De routefietser kan ook een beeld krijgen van de invloed die de linie op het landschap heeft uitgeoefend. Tal van sluizen en dijken zijn nog herkenbaar. Er is zelfs een plan om een gebied te inunderen, hetgeen ook gunstig zou zijn voor het waterpeil.

De gepensioneerde TNO-medewerker dr. D. Leegwater, is al lange tijd gegrepen door de waterlinie en lid van de studiecommissie van de stichting Menno van Coehoorn, die zich beijvert voor de instandhouding van oude vestingwerken. “Het meest fascinerende aan de Nieuwe Hollandse Waterlinie is dat haar militaire functie zeer twijfelachtig was. De ecologische waarde is veel groter dan de militaire waarde ooit is geweest.”