Duitse politici slaat de schrik om het hart

BONN, 4 JUNI. Zijn alle binnenlands-politieke risico's die kanselier Helmut Kohl in december 1991 op de EG-top van Maastricht heeft genomen straks tòch voor niets geweest? Heeft een meerderheid van maar 46.000 Denen per referendum nu de politieke integratie van de Europese Gemeenschap met zo'n 340 miljoen inwoners in groot gevaar gebracht? En daarmee óók een officieus doel van de Maastrichtse verdragen: de definitieve "inbedding' van het verenigde Duitsland én de bezegeling van de Frans-Duitse relatie, straks, onder het dak van de Europese Politieke Unie?

Het referendum-nieuws uit Kopenhagen is bij de politici in Bonn als een bom ingeslagen. Weliswaar werd de schrik zo goed mogelijk verborgen in een gemeenschappelijke Frans-Duitse verklaring waarover Kohl en president François Mitterrand dinsdagnacht direct al telefonisch hadden overlegd. Daarin heette het dat het Europese integratieproces, de inhoud én het beoogde tijdpad van de verdragen van Maastricht, desnoods zonder Denemarken moet worden voortgezet.

Klaus Kinkel (FDP), de nieuwe minister van buitenlandse zaken, hield vol dat de uitslag van het Deense referendum “teleurstellend” was maar toch weer “niet moet worden gedramatiseerd”. We doen de deur voor Kopenhagen niet dicht, maar van heronderhandelingen kan geen sprake zijn, die zijn nodig noch gewenst, zei hij volgens een snel gecomponeerd Brussels refrein.

Maar nadat in de loop van woensdag bleek dat Londen voor de ratificatie meer tijd gaat (moet) nemen en Mitterrand de EPU- en EMU-verdragen nu toch in een volksstemming wil laten goedkeuren, en daarmee "Europa' wil gebruiken om zijn in eigen land aangeslagen politieke positie te versterken, begon de angst in Bonn goed om zich heen te grijpen. Want dat het Europese debat in Duitsland na het Deense referendum nog veel heviger gaat worden, lijkt vast te staan.

De concessies die Kohl, minister Theo Waigel (CSU, financiën) en Kinkels voorganger Genscher in Maastricht hebben gedaan, vooral op het stuk van de democratie (de onverminderd geringe bevoegdheden van het Europarlement) en het "offeren' van de beminde stabiele D-mark, zijn de afgelopen maanden in Duitsland zwaar gekritiseerd.

Er spoelt sinds december een golf van tamelijk nieuw zelfbeklag door het rijkste land van Europa, een golf die samenloopt met zoiets als een crisis van de politieke en maatschappelijke instituties. Die crisis is niet exclusief, maar de zorgelijke beleving ervan heeft een eigen Duitse grondigheid. En, niets ten nadele van het Deense referendum, maar als het nieuwe Duitsland straks zonder stevige band met West-Europa zijn houding zou moeten gaan bepalen, bijvoorbeeld jegens Oost-Europa, dan zou heel Europa er een ernstig probleem bij hebben.

De Deense bezwaren tegen de ambtelijke EG-autocratie in Brussel, het verlies aan eigen nationale identiteit in een verder geïntegreerd Europa, de bezwaren tegen "het onbekende' en een ondoorzichtig-technocratische bestuursstructuur in de EG sluiten atmosferisch goed aan bij de onlust in de Duitse bevolking over "Maastricht'. Voor veel Duitsers, en voor veel Duitse media, betekenen de afkortingen EPU en EMU immers vooral méér nieuwe onzekerheid naast het zo onverwacht dure en verwarrende geluk van de nationale eenwording.

Op het eerste Duitse televisienet werd het nu "gewone' Bondsdaglid Hans-Dietrich Genscher gisteravond gevraagd wat hij van de toestand vond. Situaties als deze zijn in de EG vaker voorgekomen, bijvoorbeeld bij het sluiten van de verdragen van Rome, bij de invoering van het Europese monetaire stelsel. Ook de Denen moeten begrijpen dat zij naast de Europese lusten de nationale lasten niet eenzijdig kunnen afwijzen, zei hij. Maar wat hij toen nog niet wist was dat hetzelfde televisienet een telefonische bliksemenquête had georganiseerd waarin van zo'n 70.000 respondenten 81 procent nee zei tegen de Maastrichtse verdragen (veelbetekenende vraagstelling: bent u voor of tegen de toekomstige afschaffing van de D-mark, zoals het EMU-verdrag voorziet?).

De Duitse coalitiepartijen én de top van de oppositionele SPD zijn het eens met het regeringsstandpunt dat het Europese integratieproces niet mag worden vertraagd. Maar dat de SPD verdeeld is en het gezag van de partijleiding maar beperkt bleek ook uit reacties, bijvoorbeeld van de Bondsdagleden Wieczorek en Roth, dat er nu een goede gelegenheid is om opnieuw te gaan onderhandelen over reparatie van het “onaanvaardbare democratische tekort” in de EG.

De Deense bevolking heeft per referendum een uitspraak gedaan. Maar zij kon geen mandaat geven aan de gekozen politici om met die uitspraak ook iets te doen. Wat de Deense referendum-meerderheid precies wil of bedoelt is moeilijk uit te maken. Die spanning heerst eigenlijk ook in landen waar geen directe volksuitspraak wordt gevraagd, zoals onder meer in Duitsland, waar een deel van de bevolking haar gemandateerde politici ook niet meer zó vertrouwt. Wat dat betreft geeft de "Deense' EG-crisis óók met recht een bredere Europese crisis weer, met een flinke kloof tussen "de politiek' en de burgers als gemeenschappelijk kenmerk. De Amerikaanse president, Bush, en zijn Democratische uitdager, Clinton, kunnen er over meepraten als zij aan de snel rijzende ster van de Texaanse miljardair-hadjememaar Ross Perot denken.

Het CDU-Bondsdaglid Karl Lamers, iemand die doorgaans maar een kleine rol speelt voor de machtsverhoudingen in Kohls partij maar wel een interessante analyticus is, zei het gisteren zó: “Het stemgedrag van de Deense burgers is de uitdrukking van een stemming die in veel Europese landen bestaat. Het is een diffuus mengsel van angsten uit verschillende bronnen die hun oorsprong hebben in de ontwikkelingspatronen van moderne samenlevingen. Die patronen hebben niets met Europa te maken, maar worden Europees geprojecteerd omdat de EG probeert een antwoord te geven op de daarmee samenhangende problemen”.

“De onlust richt zich tegen de nationale politici die steeds minder capabel zijn om zulke problemen in een nationaal kader op te lossen terwijl Europa daartoe nog niet in staat is. De Europese samenlevingen zitten in een overgangstijd tussen "niet meer' en "nog niet'. In zulke crisistijden is de reactie om zich terug te trekken in een slakkenhuis normaal. Dat kan men bestempelen als een regressief nationalisme, maar daarmee worden de problemen onoplosbaar. Voor de politieke leiding in andere Europese landen moet de uitslag van het Deense referendum daarom een uitdaging zijn om meer overtuigingskracht te laten zien”, aldus Lamers. Waarmee Kohl een aansporing kreeg om niet alleen zelf een Europese Duitser te zijn maar de Duitse kiezers ook tot een meer Europese houding te brengen.