Denen leren hun politici een lesje

KOPENHAGEN, 4 JUNI. De uitslag van het referendum eergisteren is in Denemarken ontvangen als een overwinning van het volk op zijn politici. Die verkeren dan ook in crisisstemming. Maar politieke consequenties trekken zij niet: er is nu “geen tijd voor binnenlandse politiek”.

Het leek gisteren een normale dag in Kopenhagen, behalve dan in Christiansborg, het Deense Binnenhof. De stemming op straat, waar zich alleen in de nacht direct na de uitslag enkele feestvierders hadden laten zien, was na een aantal willekeurige gesprekken samen te vatten als: wij hebben de politici eens laten voelen wie het laatste woord heeft.

Dit gevoel van triomf was uiteraard vooral te bespeuren bij mensen die dinsdag nee tegen het Verdrag van Maastricht hebben gestemd. Denen die voor deelname aan de monetaire en politieke unie zijn toonden zich gefrustreerd over het kleine verschil bij de uitslag - een verschil van minder dan 50.000 stemmen. Bij hen groeit het verlangen naar een nieuw referendum, dat misschien ooit - na toetreding van de andere Noordse landen - zal plaatshebben.

De Denen profiteren sinds 1973 van de economische voordelen van het EG-lidmaatschap, zonder iets te voelen voor verdere politieke integratie. En zo willen ze het graag houden. Van opwinding of zorg over de stortvloed van reacties uit de rest van Europa was in de stad weinig te merken.

In de regeringsgebouwen wel. Daar overlegde premier Poul Schlüter eerst met zijn kabinet, en later ook met de leiders van alle partijen. De sociaal-democraten, de grootste partij maar al tien jaar in oppositie, kregen van regeringszijde de verantwoordelijkheid voor de uitslag in de schoenen geschoven. Terwijl negen van de tien kiezers van de Conservatieven en de Liberalen trouw volgens de partijlijn voor "Maastricht' hebben gestemd, hebben de sociaal-democraten maar veertig procent van hun aanhang in de goede richting weten te dirigeren, analyseerde de Conservatieve premier. En de Liberale minister van buitenlandse zaken, Uffe Ellemann-Jensen, zei dat hij het referendum liever had uitgesteld als hij tevoren had geweten dat “één partij” niet volledig aan de campagne zou kunnen meedoen.

De premier en de minister van buitenlandse zaken doelden op de interne problemen van de sociaal-democraten, die zich zeer onlangs door een wisseling van leider hebben heengesleept, en die zich lange tijd verdeeld toonden over "Maastricht'.

Poul Nyrup Rasmussen, de nieuwe leider, erkende dat zijn partij volledig verantwoordelijk is voor het feit dat meer dan de helft van zijn traditionele aanhangers het verdrag tegen de partijlijn in hebben verworpen. Hij meende dat de werklozen, de vrouwen en gemarginaliseerde groepen in de samenleving een waarschuwingssignaal naar het parlement hebben gestuurd. “Ik interpreteer het als een uiting van angst voor het Europa van de sterke man. De mensen voelen zich onzeker en ontworteld.” En die boodschap was kennelijk aangekomen, want Rasmussen kondigde aan: “Ik ben er zeker van dat wij sociaal-democraten nu heel zorgvuldig ons beleid ten aanzien van Europa zullen overdenken”.

De oppositieleider stelde de gistermiddag bijeengekomen politici ook voor om politieke consequenties uit het gebeurde te trekken. “We kunnen na zo'n duidelijk signaal van de kiezers niet gewoon doorgaan.” Rasmussen betoogde dat het "nee' tegen "Maastricht' ook een "nee' tegen het huidige parlement betekende. Dat heeft het verdrag immers met overgrote meerderheid aanvaard.

Maar zijn wens om verkiezingen uit te schrijven werd door alle andere partijen afgewezen, op de kleine socialistische na. “De nee-uitslag zal geen binnenlandse gevolgen hebben”, verzekerde Schlüter na afloop van het overleg. Ellemann-Jensen, die eerder op de dag de uitslag nog een uiting noemde van de vertrouwenscrisis tussen bevolking en politici, vulde aan: “Denemarken heeft dit jaar geen tijd meer voor binnenlandse politiek”.

De enige uitkomst van het spoedberaad was dus dat minister Ellemann-Jensen moet redden wat er te redden valt van de Deense positie in de EG. Hij begint zijn werk vandaag in Oslo tijdens de ingelaste vergadering van de Raad van Ministers. En de anders zo zelfverzekerde Deen, sinds het vertrek van Genscher de langstzittende minister in de Raad, zal zich daar deemoedig opstellen. Op heel veel vragen betreffende de toekomst van zijn land - zoals die of Denemarken volgend jaar volgens schema het EG-voorzitterschap overneemt - antwoordde Ellemann-Jensen gisteren: “Dat hangt af van de anderen, dat hangt af van de anderen. Het probleem dat door het "nee' is opgeworpen wordt niet hier behandeld, maar in Brussel”.