Denemarken en EG

Bij de uitslag van het Deense referendum moet wel worden bedacht dat dit geen betrekking heeft op "de EG', dus op de drie nu bestaande Europese gemeenschappen EGKS, EEG en EGA, maar op een nog op te richten Europese Unie (EPU en EMU).

De EG gaat gewoon door, met de voltooiing van de interne markt per 31 december 1992 - zij het dat deze streefdatum om andere redenen niet zal worden gehaald en de EG het jaar 1993 dus zal ingaan met een onvoltooide interne markt. En met de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte (EER) van de twaalf EG-lidstaten plus de zeven staten van de Europese Vrijhandels Associatie EVA - zij het dat ook dat verdrag nog moet worden geratificeerd.

Evenmin komt de uitbreiding van de EG in gevaar. Ten eerste zullen kandidaat-leden makkelijker kunnen voldoen aan de eisen voor toetreding tot deze EG dan aan die voor een Europese Unie. En ten tweede toont het Deense voorbeeld aan, dat een kleine staat ook na toetreding tot de EG nog niet is uitgeleverd aan de ambities van de grotere staten. Juist dit kan ook Noorwegen (en vervolgens IJsland) doen besluiten, te opteren voor het EG-lidmaatschap. Het Deense referendum van 2 juni 1992 kan zo een stap zijn naar een Europa van de kleine staten. Dat is een Nederlands belang, want ook Nederland is een kleine staat.