De sandaal die eigenlijk schoen wil zijn

Een van de meest te versmaden onderdelen van het mannelijk lichaam is de voet. Daar zijn ook mannen het over eens. Mannenvoeten zijn meestal groot (boven maat 42) en breed, de tenen knoestig en behaard, de nagels hard en verkalkt. Bovendien hebben mannen meer last van zweetvoeten dan vrouwen.

Vanwege het onaantrekkelijk uiterlijk van de voet en uit angst voor decorumverlies, hebben mannen massaal van de sandaal als schoeisel afgezien. Een open hiel of (nog erger) blote tenen? Mannen van tegenwoordig gruwen ervan. Toch was de sandaal bij veel volkeren in de oudheid niet alleen erg geliefd, maar ook een statussymbool. Egyptenaren, Hebreeën, Kopten, Grieken, Romeinen en Etrusken droegen sandalen in de meest gevarieerde vormen: van eenvoudige rieten teenslippers met bandje om de enkels, tot aan ingenieuze, tot onder de knie reikende vlechtwerken van leer. Van Pythagoras is bekend dat hij simpele sandalen van boombast droeg. Maar de Griekse helden over wie Homeros schreef, liepen op schitterend bewerkte zachtleren exemplaren; en de Griekse goden droegen nòg fraaiere, met vleugeltjes aan weerskanten.

Dit is verleden tijd. Mannen drukken hun mannelijkheid niet langer uit met sandalen maar met stoere stappers van taai leer met dikke stiksels, (metalen) beslag op neuzen en hakken, niet-functionele gespen en soms zelfs sporen. Voor de naar meer elegantie zwemende man bestaan er de op klassieke leest geschoeide moccassins, brogues, loafers en molières. De enige concessie die dergelijke schoenen aan zomerse temperaturen doen, is dat ze uitgevoerd kunnen worden in geperforeerd of gevlochten leer.

Herensandalen zijn nauwelijks meer te koop. “Het zijn allemaal Palladiums waar ze om vragen,” vertellen verkopers van Sacha, Cinderella en Shoebaloo. “En dus verkopen we geen sandalen.” Ook de Bijenkorf heeft deze zomer geen herensandalen in voorraad - zelfs geen espadrilles - en bij Pisa ontbreken sandalen in de schappen vanwege "problemen met de levering'.

Bij minder modieuze schoenenzaken als Zwartjes en Van Bommel zijn wel sandalen te vinden: meerdere modellen die in grofweg twee categorieën uiteenvallen. De "gezondheidssandalen' met kurken zool en voorgevormd voetbed, en de 'vermomde sandalen' - vaak van Italiaanse of Franse snit. De categorie gezondheidssandalen - Birckenstocks, Mefisto's - met lichte sleehak en brede riemen dwars over de voet hebben een lange levensduur en schijnen onovertrefbaar wat loopcomfort betreft. Nadeel is hun plompheid en geitewollensokken-imago. Grote voeten in deze schoenen ogen als brede eendepoten. Zweterige tenen wapperen ongestoord in de vrije lucht. Voor een beetje op pronkzucht gestelde man vallen deze sandalen af.

Hij zoekt zijn heil bij de "vermomde sandaal', de sandaal die eigenlijk schoen wil zijn. Deze op een smalle leest gemaakte sandaal mist het loopcomfort van de iets stevigere schoen, maar ademt in tijden van warmte beter door. De sandaal is bij de wreef opengewerkt, maar doet verder weinig onder voor de klassieke herenschoen. De hiel is dicht, de neus is spits, de tenen zijn verborgen onder een rooster van reepjes leer. Frivool is de sandaal niet, eerder conformistisch. 'Ik ben een durfal,' zegt de drager van deze sandaal, 'want ik laat een blote wreef zien.' Maar veel moed is daarvoor niet nodig. De 'He-man' onder de sandalen moet nog geboren worden.