Brazilië geniet van belangstelling van de wereld

RIO DE JANEIRO, 4 JUNI. Volgens het protocol moesten beide vlaggen gelijktijdig gehesen worden. Het kon verbeelding zijn, maar het leek heel even of de Braziliaanse wereldbol net iets sneller klom dan de blauwe wereldkaart van de Verenigde Naties.

Brazilië, gastheer van de gisteren in Rio geopende VN-conferentie voor milieu en ontwikkeling, speelt op zijn tijd een klein beetje op effect. Want behalve een historische dag voor de toekomst van de Aarde was het toch ook een beetje the finest hour van de Braziliaanse president Fernando Collor de Mello.

Het conferentieoord Riocentro, dat zo lang had braakgelegen en waarop zovelen gesmaald hadden, was op tijd gereedgekomen; en als de telefoons het af en toe niet deden, vloerbedekking hier en daar ontbrak, of de airconditioning op hol sloeg, dan waren dat kinderziekten waaraan het Braziliaanse organisatietalent spoedig een einde zou maken.

Het kinderkoor zong op het gazon, de gasten klapten, het leger handhaafde de orde en de ceremonie liep als een trein. De recente verdachtmakingen over corruptie en cocaïne en een dreigend impeachment waren verdampt in de ochtendzon, die nu glom in het ravenzwarte, gepommadeerde haar van de president. Bananenrepubliek? De wereld luistert naar Brazilië. Ontbossing? Satellietwaarnemingen hebben aangetoond dat Indonesië en Maleisië thans meer oerwoud kappen. Armoede? Jazeker, maar deze conferentie zal iets doen aan al die gemiste kansen. Dat zou hij zeggen, wanneer de 178 deelnemers straks zijn voorzitterschap aanvaard zouden hebben.

President Collor de Mello glimlachte zoals alleen een volbloed staatsman kan glimlachen, met zijn 27-jarige echtgenote aan zijn zijde. Het was een groots moment en men gunde het hem.

De grootste conferentie uit de wereldgeschiedenis begon daarna pas echt, met twee minuten stilte “voor de Aarde”, alsof het eigenlijk al te laat was. Op verzoek van een geëmotioneerde Boutros Boutros Ghali, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, gingen de 2.600 aanwezigen staan en luisterden door hun koptelefoontjes naar de simultaan vertaalde stilte. Of het gebaar in de hele wereld navolging heeft gekregen, zoals Boutros Ghali vroeg, viel in Rio niet te controleren.

Wel was er eerder die dag al, tijdens zonsopkomst op het strand van Leme, de ongezellige kant van Copacabana, voor de Aarde nog een stille wake - en later ook trommelen en kringzingen - van de vrouwenorganisatie Planeta Femêa, die deelneemt aan de zogeheten parallelle conventie van Rio, het Global Forum, waar honderden zogeheten niet-gouvernementele organisaties (NGO's) bijeen zijn. “Baat het niet, het schaadt ook niet”, zei een sceptische deelneemster.

Na de mooie, bewogen en bezorgde woorden van Boutros Ghali en UNCED-secretaris-generaal Maurice Strong sprak president Collor, die zei tot de eerste generatie Brazilianen te behoren die het milieu een warm hart toedragen. Teneinde de “geest van Rio” waarover Boutros Ghali had gesproken levend te houden, zo zei Collor, bood hij aan om een eventueel nieuw op te richten VN-milieu-instituut in Rio te vestigen.

Ook bepleitte hij invoering van een nieuwe index om de welstand van landen aan te geven. Nu gebeurt dat hoofdzakelijk met economische indicatoren als het bruto nationaal produkt. In de nieuwe indicator zouden ook zulke begrippen worden meegewogen als vrijheid, raciale integratie en de mate waarin een land het milieu ontziet - een voorstel dat later door de directeur van de Amerikaanse dienst voor milieuzaken, William K. Reilly, stevig werd omarmd.

Reilly's eigen speech stond nog steeds in het teken van de campagne waarmee de VS proberen af te komen van het imago van "vieze man van de UNCED'. Talloos zijn bij voorbeeld degenen aan NGO-zijde die zich in Rio verontschuldigen voor hun Amerikaanse staatsburgerschap, omdat de VS het klimaatverdrag hebben weten af te zwakken en het biodiversiteitsverdrag weigeren te tekenen.

Integendeel, zei Reilly, wij gedragen ons beter dan wie dan ook en wees op de invoering van loodvrije benzine, katalysatoren, het verbieden van cfk's in spuitbussen en een extra bedrag aan steun voor het behoud van de bossen. Ook stak hij de hand in eigen boezem door te wijzen op de hoge afvalproduktie van de VS. Maar zijn speech was tevens de opmaat voor wat nog een harde discussie gaat worden in de komende twaalf dagen: namelijk over de vraag hoe de rekening van de "duurzame ontwikkeling' in de komende eeuw wordt betaald.

Veel arme landen verwachten cash. Voor de VS is er echter maar één oplossing: “Alleen door vrije handel kan dit nieuwe verbond tussen arm en rijk vorm krijgen”, aldus Reilly. “Alleen uit economische groei kunnen de nieuwe technieken voor een schoner milieu worden betaald.”

De arme landen, verenigd in de G-77, hielden nog maar even vast aan hun oude standpunt. “Wij willen niet naar huis met alleen de loden last van Agenda 21 (het programma van duurzame ontwikkeling, red.), maar ook met de middelen om het uit te voeren”, zei de vertegenwoordiger van de G-77, de Pakistaanse milieuminister Anwar Saifullah Khan.

Maar terwijl in de grote conferentiezaal nog edele principes en diepgewortelde overtuigingen werden uitgedragen, was in de zitjes, in de Japanse sushibar, Candido's zeevruchtenrestaurant en de blikken vergadercontainers van de delegaties het afdingen allang begonnen.

Foto: RIO DE JANEIRO - De openingsceremonie van de VN-conferentie over milieu en ontwikkeling is gisteren namens Brazilië ook bijgewoond door een Indiaan. De conferentie in het congrescentrum Riocentro duurt tot 14 juni. (Foto AP)