Bepalen "kijkcijfers' voortaan lot artistiek leider?

Alsof er nog niet genoeg onrust is aan het kunstenfront in het algemeen en, vanwege de door de minister van WVC voorgestelde korting op de subsidie van ruim 1 miljoen gulden, bij Theater van het Oosten in het bijzonder, heeft het bestuur van deze toneelvoorziening vorige week bekend gemaakt het contract van regisseur en artistiek leidster Agaath Witteman per 1 augustus niet te zullen verlengen. De beslissing werd door de voorzitter van het bestuur, L. Hermans, oud-Kamerlid voor de VVD en sinds kort burgemeester van Zwolle, gemotiveerd met op de persoon van Witteman terug te voeren "interne spanningen'. Met nadruk ontkende hij, dat het ontslag ook maar iets te maken heeft met de artistieke prestaties van Witteman.

Witteman heeft zich direct verzet tegen haar ontslag en liet weten minstens tot het einde van het door haar geprogrammeerde volgende seizoen aan te willen blijven. Zij betoogde voorts, dat spanningen in de organisatie in de eerste plaats vallen onder verantwoordelijkheid van de zakelijke leiding. En het besluit kwam voor haar hoe dan ook onverwacht, omdat nog eind vorige maand het bestuur haar beleidsplannen voor het komende seizoen maar ook voor het daaropvolgende seizoen '93-'94 had goedgekeurd.

De afgelopen dagen bereikten Witteman en het bestuur vele protesten, van het merendeel van de toneelgezelschappen in ons land, maar ook van individuele regisseurs, schrijvers, acteurs en andere betrokkenen. Bestuursvoorzitter Hermans ontkent desgevraagd dat de protesten zijn binnengekomen, maar navraag bij de vermeende briefschrijvers leert, dat zij wel degelijk geprotesteerd hebben.

Dat is vreemd, maar nog vreemder is, dat de "interne problemen', waarnaar Hermans "in het belang van mevrouw Witteman zelf' laat gissen, weinig meer lijken te behelzen dan een slechte verstandhouding tussen de artistiek leidster en het hoofd van de publiciteitsafdeling. Een brief aan het bestuur, waarin een medewerkster van de educatieve dienst protesteert tegen haar door Witteman aangezegde ontslag, vormde aanvankelijk ook een aanleiding tot het besluit, maar die brief is inmiddels ingetrokken door de verzendster. Zij beoogde slechts formeel bezwaar aan te tekenen.

Maar zelfs als Witteman werkelijk een zo confronterend karakter zou hebben als het bestuur wil doen geloven, dan nog is deze beslissing op zijn minst onlogisch. Want tegelijkertijd roemt voorzitter Hermans haar artistieke kwaliteiten - kennelijk niet beseffend dat tot op zeer grote hoogte alleen de resultaten van haar artistieke beleid moeten tellen bij de beoordeling van haar functioneren. Dat wil zeggen dat in geval van conflicten in principe de organisatie of delen daarvan vervangen moet worden en niet de artistieke leiding.

Tegelijkertijd bestaat de mogelijkheid, dat Witteman wel degelijk om principieel te billijken motieven is weggestuurd, vanwege haar artistieke beleid dus. Het is zeer wel denkbaar dat het bestuur het, gezien het kritische oordeel van de Raad voor de Kunst over het Theater van het Oosten, zinvol acht de koers te wijzigen. En het is waarschijnlijk dat het nu hals over kop tot die koerswijziging overgaat, vanwege de forse subsidiekorting en de inkomstenverhogende maatregel die minister d'Ancona voorstelt in haar Kunstenplan. Men wil plaats maken voor een artistiek leider die een groter publiek weet te bereiken en commerciëler programmeert.

Dat is echter een lezing die het bestuur niet geven kan, zeker niet op dit moment. Vandaag moet het immers, tijdens de hoorzittingen voor het nieuwe Kunstenplan in de Tweede Kamer, de strijd aanbinden met de minister. Met uitgerekend het beleid van de heengezonden artistiek leidster als inzet.

Met dit alles lijkt nu al duidelijk te worden welke gevolgen het Kunstenplan van minister d'Ancona en het daarin gehanteerde profijtbeginsel kunnen hebben. De vrees is gegrond dat het artistieke beleid van Witteman beoordeeld is aan de hand van staatjes met publieksaantallen. Al dan niet intuïtief hebben de schrijvers van protestbrieven begrepen, dat in deze beslissing een cultuurpolitiek klimaat tot uiting komt, een klimaat waarin niet het belang van de kunst prevaleert, maar dat van de managers en de kijkcijfers. Men voelt zich vogelvrij verklaard. De vraag of er met Witteman een begenadigd kunstenaar monddood wordt gemaakt, doet er in dit verband niet toe. Het gaat erom, dat de minister besturen dwingt het commerciële risico van een artistiek beleid te calculeren en in te grijpen als dat risico te groot dreigt te worden. En dat is een huiveringwekkend perspectief. Het voortbestaan van het Theater van het Oosten wordt door het ontslag van Witteman dan ook direct bedreigd. Geen enkele zichzelf respecterende theatermaker zal bereid zijn het vacuüm dat Witteman achterlaat op te vullen. Onder dit gesternte is geen enkele artistiek leider zijn leven zeker.