"Als kunstacademie hebben wij gelukkig niets te maken met dat eindplaatjesfetisjisme'

De academie voor beeldende kunst AKI in Enschede omschrijft zichzelf als "een speciaalzaak temidden van onderwijssupermarkten'.

Een proeftuin waar aanstormend talent zich weinig gelegen laat liggen aan economische wetten en nuttigheidsdenken. Waar het motto "de traditie van het nieuwe' elke dag weer in de praktijk kan worden gebracht.

"Het gaat om het vrije gebied van de geest', zegt AKI-directeur Sipke Huismans, al geeft hij meteen toe dat dat wel wat hoogdravend klinkt. "Het betekent niet dat we ons buiten de maatschappij willen plaatsen, maar wel dat we zelf bepalen hoe het kunstonderwijs eruit ziet.'

Tegen de verdrukking in is de AKI klein gebleven. Met een ijzeren vasthoudendheid heeft de academie geweigerd zich mee te laten voeren op de fusiegolven die de afgelopen jaren over het hoger beroepsonderwijs zijn gespoeld. De Hogeschool Enschede moet het zonder beeldende kunst stellen; een leeg schap in de supermarkt.

Directeur Huismans kan zich nog goed de dag herinneren dat het allemaal begon: 13 september 1983. Toen kwam de schaalvergrotingsnota van het ministerie van onderwijs uit, een dictaat volgens hem, waarin argumenten van boekhoudkundige en administratieve aard de boventoon voerden. Gewillige scholen kregen een financiële bonus voor de neus gehouden, "maar', weet Huismans nog, "die worst bleek een leeg vel te zijn, want bij de eerste de beste bezuinigingsronde was de bonus al weer verdwenen'.

Het bestuur van de AKI reageerde aanvankelijk "wankelmoedig', en stuurde Huismans naar de eerste fusiebesprekingen. "Bijzonder leerzaam ', zegt de directeur nu. "Daar zag je precies hoe het was gesteld met de pikorde in het hoger beroepsonderwijs. De directie van het hoger technisch onderwijs stond onbetwist bovenaan, en oh wee als de leiding van de sociale academie per ongeluk op zijn stoel ging zitten. Voor de AKI zou waarschijnlijk een decoratieve functie zijn weggelegd.'

Inlijving van de AKI in de nieuwe gigant zou heel schadelijk voor de autonomie van het kunstonderwijs zijn, concludeerde Huismans al snel. "Toen heerste er al een sfeer van: en dan moeten wij zeker gaan betalen voor het kunstonderwijs...' In een forum van docenten, leerlingen en bestuur werd na lang discussiëren besloten het dictaat van de schaalvergroting te laten voor wat het was. Een tegendraadse opstelling die niet geheel zonder risico was. Zeker toen de druk van gemeente- en provinciewege werd opgevoerd en de AKI een kamikaze-achtige opstelling werd verweten.

De andere HBO-scholen in de regio gingen schoorvoetend mee in de fusie. Niet lang daarna brak ruzie uit in de nieuwe, duurbetaalde top - waar alle scholen een deel van hun budget voor af hadden moeten staan. Inmiddels is menig HBO-bestuurder - niet alleen in Twente - al even duurbetaald op een zijspoor gerangeerd. Volgens Huismans heeft de AKI "altijd het gevoel gehad dat die schaalvergroting zou leiden tot energieverspilling, en we zijn dan ook heel blij dat wij als AKI niets te maken hebben met dat eindplaatjesfetisjisme.'

Voor de nieuwe hogeschool wordt in de binnenstad van Enschede nu een hoog wit gebouw neergezet. "Als beloning', kan adjunct-directeur Nico van den Berg niet nalaten te zeggen wanneer we er langsrijden op weg naar hun eigen, bescheiden bouwput. De AKI, nu nog over vijf lokaties verspreid, neemt met alle plezier genoegen met semi-permanente nieuwbouw die voor tien jaar gehuurd mag worden. Als ze maar uit de ergste krapte zijn.

Concurrentie en alsmaar groter worden zijn geen termen waarin op de AKI, die nu ruim 800 studenten telt, wordt gedacht. Een school heeft de omvang die hij moet hebben. "We zouden op den duur best kleiner willen worden', zegt Van den Berg, "maar zodra we in de buurt van de 600 studenten komen worden we in ons voortbestaan bedreigd'. De 600-norm zit de AKI behoorlijk dwars, vooral ook omdat het weer een grens is die niets te maken heeft met onderwijsinhoudelijke argumenten.

Overigens is de Enschedese academie niet helemáál afkerig van krachtenbundeling. Twee jaar geleden werd in het Duitse Dessau, onverbrekelijk verbonden met Bauhaus, de Association of Independent Art Schools opgericht. Behalve de AKI en de Amsterdamse Rietveld Academie zijn daarin een dertiental kunstacademies uit Duitsland, Frankrijk, de Verenigde Staten, Japan, Zwitserland en Portugal georganiseerd. Met de academie van Zürich is inmiddels een vorm van studentenuitwisseling tot stand gekomen. "Maar dit soort contacten hebben alleen zin als je het gericht doet', zegt Huismans. "Als het over de ontwikkeling van je vakgebied gaat.'

Volgens de juryvoorzitter van de Scholenbouwprijs, Gunnar Daan, zit het probleem dan ook niet zozeer in de financiële hoek - ""onder alle economische omstandigheden is het mogelijk om goede architectuur te maken, desnoods bouw je een primitieve hut'' - maar veeleer bij de opdrachtgevers, de schoolbesturen. Hun is stelselmatig het roer uit handen genomen door een overheid die alles te zeggen wilde hebben over het budget, de locatie, het bouwprogramma en zelfs de architectenkeuze wilde bepalen. ""Je mocht als opdrachtgever kiezen uit drie schoolmeubelfirma's, dat soort regels zijn toch fnuikend voor het enthousiasme'', zegt Daan.