Acute psychische hulp werkt beter buiten dan binnen ziekenhuis

Patiënten die onmiddellijk psychische hulp nodig hebben, maar niet lang of gedwongen hoeven te worden opgenomen, komen via politie, eerste hulp of huisarts de ene keer op de polikliniek psychiatrie van een ziekenhuis terecht, de andere keer bij wat wel ambulante hulp of sociale psychiatrie wordt genoemd - het zijn buiten ziekenhuizen gevestigde teams met ruimte voor dagbehandeling, persoonlijke therapie en groepstherapie.

In de Londense wijk Paddington zijn beide mogelijkheden beschikbaar, waardoor een vergelijkende studie tussen de twee werkwijzen mogelijk was.

Tot het onderzoek werden 100 personen van 16 tot 65 jaar oud toegelaten die op het moment van opname niet ergens onder behandeling waren. Ze mochten niet aan alcohol of drugs verslaafd zijn. De patiënten werden at random ingedeeld in een groep die op een psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis werd behandeld of in een even grote groep die onder de zorg kwam van een ambulant team.

De psychische ziekte en het sociaal functioneren van de patiënten werd voor aanvang van de therapie aan de hand van vragenlijsten vastgesteld door psychiaters die niet wisten welke behandeling zou volgen. De diagnose werd binnen vier weken na het begin van de studie gesteld en bediscussieerd in een panel van onafhankelijke psychiaters, totdat consensus was bereikt. De toestand van de patiënten werd gemeten na 2, 4 en 12 weken. Na 12 weken werd ook gevraagd wat de patiënt van de behandeling vond. Steeds waren de onderzoekende psychiaters anderen dan de behandelende psychiaters.

Er ontstonden grote verschillen in medische behandeling. De ziekenhuisgroep werd gemiddeld 9 dagen opgenomen, de ambulante groep 1,2 dagen. In de ziekenhuisgroep kregen 25 patiënten medicijnen, in de ambulante groep 17. De ambulante behandelaars ontvingen 17 patiënten voor een of meer therapeutische sessies, de ziekenhuisbehandelaars 5. Een maatschappelijk werker werd in de ambulante groep 15 keer ingeschakeld, in de ziekenhuisgroep 7 maal. Met de ambulante patiënten werden gemiddeld 5,2 afspraken gemaakt, met de ziekenhuispatiënten 2,7 afspraken. Steeds kwamen de patiënten bij een kwart van de afspraken niet opdagen.

Het verschil in behandeling kan voor een deel zijn ontstaan doordat tijdens de indeling in beide groepen de diagnose nog niet was gesteld. In de ziekenhuisgroep kwamen uiteindelijk meer (38% tegen 25%) patiënten met stemmingsstoornissen terecht. De ambulante groep telde iets meer schizofrenen en neuroten. De ambulante patiënten gingen in drie maanden tijd psychopathologisch gezien iets meer vooruit dan de ziekenhuispatiënten, ze bezetten veel minder bedden en waren een stuk tevredener over de geboden hulp.

Deze studie is een van de zeldzame vergelijkende studies in de psychiatrie. Volgens de auteurs is dit de eerste vergelijkende studie waarbij twee bestaande psychiatrische organisaties voor acute hulp zijn betrokken. In enkele eerder studies werd het ambulante team steeds voor de gelegenheid geformeerd en werden er nauwelijks verschillen gemeten (The Lancet, 30 mei).