Wedijver dwingt optiebeurs tot uitbreiding aantal fondsen

AMSTERDAM, 3 JUNI. De EOE-optiebeurs in Amsterdam breidt vanaf 1 juli de optiehandel uit met dertien nieuwe contracten op Nederlandse aandelen. Het bestuur van de optiebeurs wil daarmee de groeiende handel buiten de beurs in afwijkende optieseries een halt toeroepen.

Directeur drs. T. Westerterp van de optiebeurs liet gisteren op een congres van de Centrale van Beleggingsstudieclubs weten dat vanaf volgende maand officieel kan worden gehandeld in opties ACF, Begemann, Bols, Borsumij Wehry, Getronics, Hagemeyer, Hunter Douglas, KBB, Stad Rotterdam, Nutricia, Volmac, VRG en Wolters Kluwer. De uitbreiding van het aantal officiële aandelenopties is de grootste sedert de oprichting van de optiebeurs in 1978. De dertien contracten werden al sedert januari buiten de beurs verhandeld door het hoekmans- en market makersbedrijf AOT. De optiebeurs heeft nu besloten 13 van de 27 bij AOT verhandelde opties officieel te noteren. Volgens directeur M. Scholten van AOT ging het initiatief voor de officiële notering uit van het bestuur van de optiebeurs.

De forse groei van de handel buiten de beurs in opties - de zogenoemde over-the-counter (OTC) markt - is de optiebeurs een doorn in het oog. Ook de grote banken, waaronder ABN Amro, breiden hun OTC-handel in afwijkende optieseries steeds verder uit. Scholten schat dat circa 50 procent van de omzet in de OTC-opties van hoekmansbedrijf AOT op het conto van particulieren kan worden geschreven.

De omzet van de optiebeurs heeft zich vorig jaar gestabiliseerd, maar dat was alleen te danken aan de groeiende omzetten in indexopties. Bijna 25 procent van de handel op de optiebeurs heeft op het moment in indexopties plaats. De omzetten bij de aandeleopties lopen de laatste jaren terug. “De optiebeurs is de afgelopen jaren niet erg innovatief gebleken en wil daar nu iets aan doen”, meent Scholten.

De 14 overblijvende OTC-opties van AOT hebben de selectie niet gehaald, omdat het aantal uitstaande aandelen niet aan de minimum-vereisten voor een optienotering voldeed. Hiertoe behoren ondermeer IHC Caland, Tulip, Macintosh en Geveke. AOT zal deze opties interbancair blijven verhandelen. Scholten kondigde vanmorgen aan dat de 14 overblijvende OTC fondsen op korte termijn worden uitgebreid met zeven nieuwe fondsen.

De 13 nieuwe fondsen op de optiebeurs zullen niet, zoals de meeste optiefondsen, worden verhandeld in het market makers-systeem maar door een zogenoemde specialist. AOT zal deze rol op zich nemen. AOT verenigt daarbij de rol van market-maker als floorbroker, functies die normaal door verschillende firma's worden uitgeoefend. Het optiebedrijf krijgt daardoor de gehele handel in de nieuwe optiefondsen in handen.

De bestaande buitenbeurshandel van AOT heeft als nadeel dat de prijzen die tot stand komen niet goed kunnen worden gevolgd. Deze fondsen zullen nu volgens de regels van de optiebeurs verhandeld worden. Beleggers krijgen zo de mogelijkheid de prijzen van de nieuwe fondsen via publieke koersinformatie te volgen. Daarnaast noemt Scholten als voordeel dat de bekendheid van de fondsen bij het publiek zal toenemen. Van de dertien fondsen zullen twee optieseries - één van drie en één van zes maanden - worden verhandeld.

Grafiek: Het aantal contracten op de optiebeurs steeg na 1983 gestaag tot de crash in 1987. Na 1987 stokte de opmars, uitgezonderd in 1989 toen de omzetten ongewoon hoog uitkwamen. Deze tijdelijk hoge omzet was een reactie op de gunstige politieke ontwikkelingen in Oost-Europa.