Verlaging van premie ziektewet "uitgesloten'

DEN HAAG, 3 JUNI. Verlaging van de ziektewetpremies door bedrijfsverenigingen lijkt in de meeste bedrijfstakken uitgesloten. De WAO-premie kan wel omlaag, aldus het arbeidsongeschiktheidsfonds.

Staatssecretaris Ter Veld had de Sociale Verzekeringsraad (SVR) en het fonds voorgesteld beide premies per 1 juli te verlagen. De ziektewetpremies worden per bedrijfstak door de betrokken bedrijfsverenigingen vastgesteld en betaald door werkgevers en werknemers. Het kabinet heeft hierop geen directe invloed.

Ter Veld heeft op 18 mei in een brief aan de SVR gesuggereerd dat de “positieve ontwikkeling met betrekking tot het ziekteverzuim lijkt te leiden tot een aanzienlijke accumulatie van vermogensoverschotten”.

Het secretariaat van de SVR schrijft in een nota die morgen door de Toezichtkamer wordt behandeld, dat de ruimte voor een verlaging van de ziektewetpremie ontbreekt. De bedrijfsverenigingen hebben sinds 1988 fors ingeteerd op hun, toen te groot geachte, reserves. Bij veel reserves werd zelfs te veel ingeteerd, zodat de ziektewetpremies in 1991 en 1992 moesten worden verhoogd. Van een “accumulatie van vermogensoverschotten” zou dus geen sprake zijn. Ook stelt het SVR-secretariaat dat een tussentijdse wijziging van de ziektewetpremies op tal van bezwaren, ook administratieve, stuit.

Anders dan de ziektewetpremie kan het kabinet de WAO-premie, die door werknemers wordt betaald, eigenmachtig vaststellen. In de jaren tachtig hebben de diverse kabinetten deze premie voortdurend lager vastgesteld dan het Arbeidsongeschiktheidsfonds adviseerde. Het kabinet wil de WAO-premie, die per 1 januari werd verhoogd van 12 naar 13 procent, per 1 juli weer verlagen naar 12 procent.

Volgens het arbeidsongeschiktheidsfonds, waarvan het bestuur vanmiddag in een extra vergadering bijeenkwam, kampt het weliswaar met een tekort van circa 200 miljoen gulden, maar is er toch ruimte voor een premieverlaging. Dat komt omdat al in een eerder stadium is vastgesteld dat de reserves wellicht kunnen worden teruggebracht van 13,5 naar 10,5 procent van de totale uitgaven.