Ulama's zijn in verkiezingsstrijd "makelaars' bij uitstek; Indonesië: strijd om moslim-stem

JOMBANG, 3 JUNI. Een oude schriftgeleerde uit Surabaya spreekt met een ironisch glimlachje van kemesraan - vrijage. De Golkar-vrijers zelf bedienen zich van het Arabisch, het kerklatijn van de islam, en noemen hun toenaderingspogingen silaturahmi - het aanknopen van vriendschapsbanden. De afgelopen jaren heeft de regeringspartij Golkar veel werk gemaakt van Oost-Java, de bakermat van Indonesië's grootste moslimorganisatie: Nahdatul Ulama (NU, Opstanding der Schriftgeleerden). Bij de verkiezingen van volgende week moet blijken of het opnieuw geholpen heeft.

De helft van de ruim twintig miljoen stemgerechtigde Oostjavanen is lid van de NU, en hun religieuze voormannen, de ulama's, genieten groot gezag, vooral onder de plattelandsbevolking. Hun talrijke pesantren (godsdienstige internaten) zijn niet alleen centra van kennisoverdracht, maar ook recruteringsplaatsen van politieke volgelingen. De schriftgeleerden met een eigen pesantren zijn dan ook makelaars bij uitstek in deze verkiezingsstrijd.

Die strijd wordt in grote delen van Oost-Java en op Madura vooral uitgevochten tussen Golkar en de islamitisch getinte Eenheidspartij voor Ontwikkeling (PPP). Het is een ongelijk gevecht, want Golkar helpt loyale ulama's aan overheidsgeld voor hun pesantren en de van regeringsmacht uitgesloten PPP heeft niet veel meer te bieden dan een religieus geïnspireerd programma.

Tachtig kilometer ten oosten van Surabaya, langs de spoorlijn naar Jakarta, ligt temidden van uitgestrekte sawahs en suikerrietvelden de districtshoofdplaats Jombang, met 37 pesantren een centrum van islamitische godgeleerdheid. Het laatste stationnetje voor Jombang is de desa Peterongan. Vlakbij het station ligt de pesantren Darul Ulum (Huis der Wetskennis), met drieduizend scholieren en studenten een van de grootste van Jombang. Het complex telt een middelbare school, zowel onder- als bovenbouw, de godsdienstige pendanten ervan - Tsanawiyah en Aliyah - en een goed geoutilleerde universiteit, waar men religieuze en wereldse kennis kan opdoen. Een van de schoolgebouwen is gloednieuw, telt drie etages en is bekleed met geglazuurde tegels. In de buurt verrijst een nieuw campusgebouw.

Welingelichte kringen in Surabaya vertellen dat Darul Ulum in de jaren zeventig zes miljoen gulden aan overheidssteun heeft ontvangen. Die scheutigheid heeft de pesantren te danken aan zijn voormalige leider, de ulama Hadji Musta'in Romly, die al in 1970 de kant van Golkar koos, toen zijn eigen Nahdatul Ulama nog een zelfstandige politieke partij was. Dat kwam hem te staan op een scherpe veroordeling van de NU, maar het heeft zijn pesantren geen windeieren gelegd.

Als ik een beleefdheidsbezoek wil afleggen aan de huidige pesantren-leider, de ulama Mohammad As'ad Umar, tref ik hem niet thuis. Zijn zoon, een vriendelijke jongeman in sarung, vertelt dat vader zojuist is vertrokken naar Surabaya voor een ontmoeting met minister van onderzoek en technologie B.J. Habibie. Die voert campagne in de Oostjavaanse hoofdstad en maakt van de gelegenheid gebruik voor - en dan valt het woord - een silaturahmi met Oostjavaanse ulama's. Op tafel ligt nog de gele enveloppe met de uitnodiging van Golkars campagne-comité.

In Oost-Java heeft de semi-islamitische PPP fors terrein verloren aan Golkar, die zijn belangrijkste mededinger naar de islamitische kiezersgunst met succes ondermijnde, zowel van buitenaf als van binnenuit. De PPP is het produkt van een gedwongen fusie in 1973 van vier islamitische partijen, waarvan Nahdatul Ulama verreweg de grootste was. De eerste PPP-voorzitter, Idham Chalid, was tevens leider van de NU, maar zijn opvolger sinds 1979, Jailani Naro, kwam uit modernistische hoek, waar men niet veel op heeft met schriftgeleerden. Binnen de PPP speelde Naro het spel van Soeharto en Golkar, die de NU-invloed onder het moslim-electoraat wilden terugdringen. Op de kandidatenlijst voor de verkiezingen van 1982 zakten de meest prominente NU-mannen naar onverkiesbare plaatsen.

Naro's manipulaties veroorzaakten een breuk tussen de PPP en de NU. De laatste besloot in 1984 de praktische politiek vaarwel te zeggen. Ze werd een louter sociaal-religieuze organisatie en liet het voortaan over aan de leden op welke partij ze wilden stemmen. De PPP had het echter verbruid bij de NU-aanhang en dat kwam haar duur te staan. Ze zakte in 1987 van 94 naar 61 zetels in het nationale parlement. Het aantal PPP-parlementariërs uit Oost-Java kelderde van 21 naar 13.

Het aanzien van de PPP werd in de ogen van menige moslim verder aangetast toen in 1985 bij wet werd vastgelegd dat alle drie de toegelaten partijen de staatsleer Pancasila als "enige en hoogste beginsel' moeten aanvaarden. De Pancasila is een tolerante filosofie en maakt geen onderscheid tussen de grote monotheïstische religies, maar het gevolg van deze richtlijn was dat de PPP zich geen islamitische partij meer mocht noemen. Het partijsymbool, de ka'bah (heilige zwarte steen) van Mekka, werd vervangen door een neutrale ster.

Tot halverwege de jaren tachtig was Jombang, ondanks het "verraad' van Darul Ulum, een belangrijk stemmenreservoir voor de PPP. Die stemmen kwamen merendeels uit het NU-milieu. Jombang is namelijk de historische bakermat van Nahdatul Ulama, in 1926 opgericht door drie schriftgeleerden met een pesantren in Jombang. Die internaten bestaan nog steeds en worden nu bestuurd door hun zoons en kleinzoons. De ulama's van de NU ontlenen hun charisma aan hun stamboom en hun geleerdheid, in die volgorde.

Het besluit van het NU-bestuur om de formele band met de PPP te verbreken zette de poorten van het voormalige PPP-bastion Jombang open voor Golkar, en die heeft daar volop van geprofiteerd. Ministers, de bupati (regent) van Jombang en andere Golkar-functionarissen maakten hun opwachting bij de pesantren en kusten de handen der ulama's. De NU-leden mogen dan vrij zijn om hun stemrecht naar eigen inzicht te gebruiken, als de hoogste ulama van de pesantren bezwijkt voor de materiële verleidingen van Golkar kost het hem weinig moeite om zijn kudde mee te krijgen. Het resultaat bleef niet uit: in 1987 liep een kwart van de NU-aanhang in Jombang over naar Golkar.

Een van de grootste pesantren van Jombang hield - ondanks felle twisten tussen voor- en tegenstanders van de PPP - vast aan de nieuwe, neutrale koers. Dat is Tebuireng, een internaat dat rond de eeuwwisseling werd opgericht door de charismatische ulama Hasjim Asj'ari en nu geleid wordt door zijn jongste zoon, Jusuf Hasjim. Hij was ooit kamerlid voor de PPP, maar werd in 1982 aan de kant gezet. Tot dusverre weigert hij overheidssteun.

Tebuireng draait volledig op de opbrengst van 13 hectare rijstveld en op het schoolgeld van de studenten. Als ik Jusuf wil opzoeken blijkt hij net op bedevaart naar Mekka. Een vroom besluit, maar in verkiezingstijd ook een demonstratie van politieke afzijdigheid. Zijn neef, een kleinzoon van de grote Hasjim Asj'ari, is Abdurrahman Wahid, de huidige landelijke voorzitter van NU. Wahid deelde vorige week een symbolische "rode kaart' uit aan een NU-bestuurder die campagne voert voor Golkar.

Intussen probeert de PPP de relatie met de NU-ulama's te verbeteren. De omstreden voorzitter Naro werd in 1989 opgevolgd door Ismail Hasan Metareum uit Atjeh. Onder zijn leiding werd het interne conflict bijgelegd. Dit jaar is een voormalige directeur van Tebuirengs Aliyah (bovenbouw middelbare school), Syansuri Badawi, lijsttrekker van de PPP in de provincie Oost-Java, wat hem prompt zijn positie in de pesantren kostte. De huidige vice-voorzitter van de PPP in Oost-Java, mr. Hadji Muchsin, is tevens docent aan een hogeschool van de NU.

Muchsin: “De relatie tussen NU en PPP is een historische: om die reden is de partij nog steeds gekleurd door NU-mensen. Maar wij blazen de rol van NU-ulama's niet buiten proporties op. Schriftgeleerden van willekeurig welke richting zijn voorgangers op spiritueel gebied. Daarom zijn ze belangrijk, maar we maken - in Nederlandse termen - geen onderscheid tussen pastoors en dominees. In de PPP nemen ulama's een spilpositie in, niet als stemmentrekkers, maar als medebeslissers over het partijbeleid. Onze toenadering tot de pesantren-leiders is louter moreel, niet financieel, daartoe zijn we ook niet in staat.”

En Jombang? Muchsin: “We zijn nu optimistischer dan in '87. Het interne conflict is achter de rug en er vallen geen harde woorden meer. We respecteren NU's neutraliteit, maar de persoonlijke verhoudingen zijn aanzienlijk verbeterd. Dat blijkt tijdens de campagne, in het veld, harder kan ik het niet maken. Mijn geloof gebiedt me mijn beste beentje voor te zetten, maar verbiedt voorspellingen; de toekomst is aan de Almachtige.”

Foto: Indonesië gaat naar de stembus: de Golkar werft met verwijzing naar stabiliteit en welvaart. Maar ook aan het overhalen van de islamitische kiezers is veel aandacht besteed. (Foto NRC Handelsblad / Vincent Mentzel)