Primacheques verrassen banken

AMSTERDAM, 3 JUNI. Zoals gewoonlijk vindt rond de maand- wisseling een storting van belastingafdrachten plaats.

Sinds de invoering van de zogenaamde primacheque-maatregel zijn bedrijven in principe verplicht de belastingen van een bepaalde maand uiterlijk op de laatste werkdag van deze maand af te dragen. Omdat het slot van de vorige maand samenviel met een lang weekeinde (Hemelvaartsdag) was de verwachting dat het gros van de belastingen pas in de eerste dagen van juni zou worden gestort. Dit bleek niet het geval te zijn: veel belastinggeld werd afgelopen vrijdag reeds betaald, hetgeen voor de banken en DNB kennelijk als een verrassing kwam.

De tot 1 juni geldende speciale belening van 2,4 miljard gulden bleek onvoldoende om de liquiditeitsbehoefte van de banken op 29 mei te dekken. Hierdoor waren zij genoodzaakt om vrijdag een aanzienlijk extra beroep te doen op het contingent. Het gevolg hiervan was dat de in de vorige verslagweek gerealiseerde besparing van 2 procentpunt op het contingent verdampte. Maandag was 43 procent van de contingentsperiode voorbij, terwijl 44 procent van het toelaatbare beroep was verbruikt.

Per 1 juni heeft DNB een relatief ruime vierdaagse belening aan de banken toegewezen, tegen het onveranderde tarief van 9,3 procent. Naar verwachting zullen de banken daardoor in staat zijn een inhaalslag op het contingent te realiseren.

Door de forse belastingafdrachten was het Rijk in staat om de relatief dure leningen bij het bankwezen en een deel van het financieringsarrangement bij DNB af te lossen. De schuld van het rijk bij DNB bedraagt blijkens de weekstaat nog ruim 2 miljard gulden, ruim 3 miljard gulden minder dan in de vorige verslagweek.

De krappe geldmarktverhoudingen - mede als gevolg van de forse belastingbetalingen en de grote opname van geld in het kader van het Hemelvaartsdag weekeinde (tot uitdrukking komend in een toename van de post bankbiljetten in omloop) - kwamen tot uiting in het rentebeeld. Het kortste geldmarkttarief, de daggeldrente, bleef in de verslagweek vrijwel permanent boven de 9,5 procent en steeg vrijdag zelfs tot 9,75 procent. Ook de langere geldmarkttarieven tendeerden naar boven. Voor driemaands interbancaire deposito's werd maandag 9,50 procent betaald, 8 basispunten meer dan de week daarvoor. Indien een langere periode wordt beschouwd, is er overigens nauwelijks beweging te bespeuren in de geldmarktrenten, afgezien van wekelijkse schommelingen. Illustratief moge zijn dat ten opzichte van begin maart het driemaands interbancaire tarief afgelopen maandag slechts 4 basispunten lager lag. Voorts is er al geruime tijd sprake van een zeer vlakke rentestructuur op de geldmarkt, hetgeen aangeeft dat de geldmarktpartijen voorlopig geen wijzigingen van de officiële tarieven voorzien.

Bron: Economisch Bureau NMB Postbank Groep