Perot als voorbeeld

Ross Perot heeft zoveel succes met zijn onafhankelijke kandidatuur dat hij nu al van "verraad' zou kunnen worden beschuldigd als hij ermee ophield en "het volk in de steek liet'.

Dat is de politieke kant van zijn entree in de presidentsverkiezingen. Zakelijk gezien heeft hij zich een paar maanden geleden een kleine investering in de campagne veroorloofd en sindsdien zijn de koersen blijven stijgen, zodat het tegen zijn beginselen zou zijn om het terein nu aan de concurrentie over te laten. Vorige week is bekend geworden hoe Perot erin is geslaagd de overheid 200 miljoen dollar in krediet en belastingfaciliteiten te laten investeren in een vliegveld op gebied in Texas dat het eigendom van zijn familie is. De federale overheid was bereid een vijfde te betalen en weigerde ten slotte haar medewerking, maar door op de juiste plaats in Washington te lobbyen kreeg Perot het geld. Het vliegveld, Alliance Airport, is de toegang tot een project dat door de familie van de kandidaat tot ontwikkeling wordt gebracht.

De visie die Perot groot gemaakt heeft in het zakenleven, overgebracht in de politiek met een minachting voor degenen die van de politiek hun beroep hebben gemaakt: daarmee was tot dusver het belangrijkste van zijn signalement gegeven. Nu zijn succes voortduurt, komt er iedere dag meer bij. In een vraaggesprek heeft hij vorige week gezegd dat hij in zijn regering geen homoseksuelen of mensen die overspel hebben gepleegd zal opnemen. Is hij dan tegen de persoonlijke vrijheid die ook daarin haar uitdrukking vindt? Welnee! Iedereen moet voor zichzelf weten wat hij in zijn vrije tijd doet, maar de aanwezigheid van zulke mensen in zijn kabinet is niet goed omdat dit het Amerikaanse volk maar zou afleiden van het belangrijke werk dat geen uitstel kan verdragen.

Gevraagd naar zijn mening over de benoeming van Clarence Thomas tot rechter van het Hooggerechtshof (nadat die zich voor een Senaatscommissie had moeten verdedigen tegen de beschuldiging dat hij zich ongewenste intimiteiten had veroorloofd), zei hij dat hij alleen naar de juridische kwaliteiten van Thomas zou hebben gekeken. De leden van de Senaatscommissie hadden, gedreven door partijpolitiek, geprobeerd Thomas te vernietigen.

In de politiek is Perot tot nu toe niet minder snugger dan in het zakenleven. Hij heeft nagenoeg alle bindende antwoorden op ingewikkelde vragen weten te vermijden. In plaats daarvan is hij de vrije kampioen van het gezond verstand gebleven. Bush wint zijn voorverkiezingen, maar wordt achtervolgd door zijn imago van onverschilligheid en het "read my lips" dat hem niet verhinderde beloften te verbreken; Clinton kan als kandidaat ook niet meer worden verslagen, maar hij blijft in de opiniepeilingen overwegend glad tot glibberig. Perot blijft de markante man met twee benen op de grond en zo staat hij het hoogste genoteerd in koerslijst van de populariteit.

Onder dergelijke omstandigheden kan de politicus niet meer vooruit zonder zichzelf schade te doen door de nadere precisering die hem meer tegenstanders zal bezorgen. Hij kan ook niet meer terug tenzij hij als een marginale lafaard in de geschiedenis wil worden bijgeschreven. Daarom is hij zo'n interessante figuur, niet alleen voor de Amerikaanse politiek. Hoe bewaart een succesvol demagoog zijn imago van "spreekwoordelijke nuchterheid' en "man van de daad' terwijl hij er toch bijvoorbeeld niet aan zal ontkomen, personeel met enige politieke ervaring aan te nemen waardoor althans een aantal kiezers zal denken: Aha, ben je er zo-een.

De geruchten zeggen dat Perot als vice-president Jane Kirkpatrick wil. In de regering-Reagan was zij ambassadeur bij de Verenigde Naties en in die hoedanigheid heeft ze zich in ieder geval niet geprofileerd door een gecompliceerde manier van denken. Zij was degene die het onderscheid maakte tussen autoritaire en totalitaire régimes waarbij ze aan de autoritaire - toen nog Chili, Argentinië - de voorkeur gaf, omdat de totalitaire so wie so hoorden tot het rijk van het kwaad. Kirkpatrick is een praktische vertegenwoordigster van de het neoconservatisme dat in de jaren tachtig in Reagan zijn kampioen heeft gevonden. Onder het bewind van Reagan zijn alle vraagstukken gegroeid tot de omvang waartegen Bush niet meer is opgewassen: het begrotingstekort, de daklozen, de miljoenen onder de armoedegrens en al die andere onopgeloste vraagstukken waarvan de opsomming de Amerikaanse litanie is.

De manier waarop Perot zijn geloof aan het gezond verstand belijdt, doet iedere dag meer aan de dagen van Reagan denken. Het zou niemand bezorgd maken als hij niet zijn point of no return had bereikt, het misschien al achter zich heeft gelaten. Hij is niet zomaar "veelbelovend'; hij kan niet meer terug omdat zijn populariteit die van Bush en Clinton overtreft. Daarmee is zijn functie in de campagne veranderd. Hij is niet meer de figuur die de professionele kandidaten tot betere prestaties brengt, maar het gevaarlijk alternatief.

Daarom is de verschijning van Perot ook verhelderend. “De staat valt niet uiteen”, heeft Ralf Dahrendorf geschreven. De moderne staat “wordt door zijn burgers verlaten”. Dat is niet alleen in Amerika het geval. Overal in het Westen waar het traditionele politieke leiderschap en de bureaucratie niet meer zijn opgewassen tegen de vraagstukken die ze, door hun onmogelijk verlangen naar een comfortabele continuïteit, zelf hebben veroorzaakt, ontstaat ruimte voor een Perot, dat wil zeggen iemand die de illusie wekt dat de staat een uitgang heeft naar een paradijs van simpelheid. Dat is niet zo. De moderne industriestaat heeft geen uitgang. Hij is de gevangenis der verwenden die de hulp van de kwakzalver zoeken als het ernstig mis dreigt te gaan.