Pensioenbreuk door ouderschapsverlof

Werknemers hebben sinds 1 januari 1991 recht op ouderschapsverlof. Een werknemer met een dienstverband van ten minste een jaar heeft, zolang zijn kind nog niet tot de basisschool is toegelaten, aanspraak op deeltijdverlof gedurende een periode van zes maanden. Tijdens het verlof mag de wekelijkse arbeidsduur worden teruggebracht tot minimaal 20 uur. Er is dus tijdelijk sprake van een deeltijdbetrekking. Een essentieel kenmerk is, dat de werknemer het ouderschapsverlof onbetaald opneemt. Dit element van het ouderschapsverlof kan aanzienlijke negatieve consequenties voor de pensioenrechten meebrengen.

Op de eerste plaats zal de opbouw van ouderdomspensioen tijdens de periode van ouderschapsverlof minder zijn. Pensioenrechten worden dan namelijk niet opgebouwd over het volle loon, maar slechts over het tijdelijke deeltijdloon dat de werknemer tijdens het ouderschapsverlof ontvangt. Deze verminderde opbouw van ouderdomspensioen is geheel in overeenstemming met het beginsel “geen loon, geen pensioen” dat aan vrijwel alle pensioenregelingen ten grondslag ligt.

In combinatie met de geringere opbouw van ouderdomspensioen zal er verlies van nabestaandenpensioen optreden. Dit komt doordat het nabestaandenpensioen bijna altijd een percentage van het opgebouwde ouderdomspensioen bedraagt. Het verlies van ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen zal relatief beperkt zijn, indien de werknemer na de zes maanden ouderschapsverlof zijn werk weer op de vroegere normale voorwaarden hervat.

Een veel groter probleem ten aanzien van het pensioen doet zich voor wanneer de werknemer tijdens het ouderschapsverlof overlijdt of arbeidsongeschikt wordt. Het gevaar is dan dat de hoogte van het nabestaandenpensioen en het arbeidsongeschiktheidspensioen wordt afgestemd op het lagere salaris dat de werknemer tijdens het ouderschapsverlof verdiende. Een tijdelijke periode van minder werken en minder loon heeft dan een blijvend verlagend effect op de hoogte van het nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidspensioen. Dit zou wel een zeer nadelig gevolg zijn van het opnemen van ouderschapsverlof.

In de wettelijke regeling voor het ouderschapsverlof zijn geen bepalingen opgenomen om het pensioenverlies ongedaan te maken. Het zou de verantwoordelijkheid zijn van de sociale partners om oplossingen te vinden voor de pensioenbreuk als gevolg van ouderschapsverlof. Al in een vroeg stadium - in een brief uit 1989 - heeft de minister van sociale zaken er dan ook bij de sociale partners op aangedrongen om met name het overlijdens- en arbeidsongeschiktheidsrisico tijdens het ouderschapsverlof te blijven dekken op basis van de werktijd en het loon onmiddellijk voorafgaand aan het ouderschapsverlof.

Een soortgelijke constructie kent de Ziektewet. Indien een werknemer tijdens het ouderschapsverlof ziek wordt, zal de Ziektewet-uitkering na afloop van de verlofperiode worden verhoogd tot het niveau dat hoort bij het loon van een volledige arbeidsduur. Het belang van een dergelijke oplossing ten aanzien van het overlijdenspensioen en het arbeidsongeschiktheidspensioen is evident.

De tijdelijke mindere opbouw van ouderdomspensioen kan worden opgevangen als de werknemer de pensioenregeling tijdens het ouderschapsverlof vrijwillig voortzet. De werknemer draagt daarvan dan zelf de kosten. Uiteraard is het ook mogelijk dat in de pensioenregeling is vastgelegd dat tijdens de periode van ouderschapsverlof de opbouw van ouderdomspensioen doorgaat op basis van het loon horend bij een volledige werkweek. In verband met de daaraan voor het bedrijfsleven verbonden extra kosten, is deze oplossing echter niet erg populair bij de sociale partners.

Een goede regeling van ouderschapsverlof kan een belangrijke emancipatoire werking hebben. Met name kan ze de inschakeling van vrouwen op de arbeidsmarkt vergemakkelijken. De sociale partners hebben de taak om met adequate oplossingen te komen voor onder andere de pensioenrechten. Wat dit betreft, zou de voor ambtenaren geldende regeling als voorbeeld kunnen dienen. Ambtenaren die ouderschapsverlof nemen, houden volledige opbouw van het pensioen en ook het arbeidsongeschiktheidsrisico blijft volledig gedekt. Zolang in het bedrijfsleven een dergelijke regeling niet geldt, moeten werknemers de gevolgen van het opnemen van ouderschapsverlof voor de pensioenrechten goed afwegen en daarover zo mogelijk vooraf afspraken maken met de werkgever of het pensioenfonds.